`Stand van de maan' wint Ivens Award

De Nederlandse documentaire Stand van de Maan van Leonard Retel Helmrich heeft op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA) de Joris Ivens Award gewonnen.

Dit maakten juryvoorzitter Pirjo Honkasalo en jurylid John Anderson gisteravond bekend op de slotbijeenkomst in de Amsterdamse nachtclub Panama. De prijs voor de beste lange documentaire bedraagt 12.500 Euro.

Volgens Jurylid Anderson werd Retel Helmrichs portret van een half christelijke, half islamitische familie in Indonesië bekroond om ,,de belichaming van de pure vreugde van het filmen, en om de menselijkheid waarmee de personages zijn neergezet, zonder te romantiseren.'' In zijn dankwoord zei Retel Helmrich het prijzengeld te zullen besteden aan de familie die in zijn film centraal staat; de grootmoeder is ernstig ziek, de kleindochter heeft een opleiding nodig en de zoon een baan. Stand van de Maan werd verkozen boven The Swenkas, over een groep Zulu-dandies, en de Zweedse film Rehearsals, waarin toneelschrijver Lars Norén met een drietal gevangenen een stuk instudeert.

De Ivens-jury kende een speciale juryprijs toe aan Liberia, an uncivil war, waarin de Amerikaan Jonathan Stack en de Brit James Brabazon kindsoldaten volgen tijdens de burgeroorlog in dit West-Afrikaanse land. De Bulgaarse film Georgi and the Butterflies van Andrey Paounov won de Zilveren Wolf, de prijs voor de beste korte documentaire. De prijs bedraagt tienduizend Euro, bovendien wordt de film uitgezonden in het NPS-documentaireprogramma Het uur van de Wolf. De First Appearance Award voor het beste debuut ging naar de Roemeense Ileana Stanculescu voor The Bridge, over een brug op de grens tussen Roemenië en Oekraïne. De Amnesty International Doen-Award, voor de beste film over mensenrechten, werd toegekend aan The three Rooms of Melancholia, over Russische en Tsjetsjeense kinderen van regisseur Pirjo Honkasalo. ,,Met deze prijs zal ik Poetin naar de onderhandelingstafel dwingen,'' zei deze in haar dankwoord, doelend op de oorlog in de Russische deelrepubliek Tsjetsjenië.

Voor het eerst werd door een jongerenjury de Doc-U Award uitgereikt. De beste jongerenfilm van IDFA was volgens hen Nabila, een Zweedse film over een jonge rapster van politieke teksten. De publieksprijs, tenslotte, was voor het Amerikaanse The Yes-men, een vrolijke film over twee ludieke antiglobalistische actievoerders.

IDFA-directeur Ally Derks kondigde in haar slotwoord aan dat de serie 26.000 Gezichten, korte portretjes van uitgewezen asielzoekers door Nederlandse cineasten, in samenwerking met de VARA zal worden voortgezet. Derks zei na het zeventiende IDFA ervan overtuigd te zijn dat documentaires bijdragen aan ,,dialoog, tolerantie en vrijheid van meningsuiting.'' Rapster Nabila, hoofdpersoon in de gelijknamige film, bood in haar dankwoord excuses aan voor haar wegblijven bij één van de vertoningen. Ze had doodsbedreigingen van neonazi's ontvangen.