Sport biedt prachtige rolmodellen voor integratie

Maandag begint in Nederland de campagne `Voetbal heeft meer dan twee doelen', om de aandacht te vestigen op voetbal als bindingsmiddel in de samenleving. Een aantal buitenlandse moslimsporters heeft al in de praktijk laten zien hoe groot de sociale betekenis kan zijn van sport. Hun voorbeeld verdient navolging.

Het vrije woord. Gelijke rechten voor de vrouw. Het wij-gevoel. Rolmodellen voor de jonge moslims. Een plaats voor de islam in de Nederlandse samenleving. Dat zijn de belangrijkste hoofdstukken in het debat na de moord op Theo van Gogh. Daar is al veel over gezegd. Maar een invalshoek die nauwelijks naar voren is gekomen, is dat de sport wel eens oplossing zou kunnen bieden voor deze problemen. Niet voor niets noemen de Verenigde Naties sport de grootste sociale beweging van de wereldgemeenschap.

Sport kan bruggen bouwen tussen mensen met verschillende achtergronden. Sport kan discriminatie wegwerken, vrede bevorderen, de levenskwaliteit verbeteren en voor entertainment zorgen. Sport genereert op wereldschaal meer vrijwillige inzet dan welke menselijke activiteit ook, inbegrepen de godsdiensten. De wereldwijde marktwaarde van de bijhorende industrie bedraagt 600 biljoen dollar.

In die wereldsportbeweging voor emancipatie hebben uitgerekend drie moslims het voorbije decennium een grensverleggende rol gespeeld: de voetballers Zinedine Zidane en George Weah, en hardloopster Hassiba Boulmerka. Hun opvattingen en ideeën sluiten aan bij die van de Senegalese muzikant Youssou N'Dour, de Iraanse Nobelprijswinnares voor de Vrede 2003 Shirin Ebadi, en mensenrechtenactiviste Irene Khan (voorzitster van Amnesty International, afkomstig uit Bangladesh).

In hun visie is de islam synoniem met vrede, vrijheid en vrouwvriendelijkheid. Deze populaire sterren uit de wereld van sport en muziek staan daarmee lijnrecht tegenover de conservatieve geloofsorthodoxie, die de vrouw tot tweederangsburgerschap verplicht. Ze verwerpen ook het gewelddadige fundamentalisme wat meteen duidelijk maakt dat `de moslimgemeenschap' niet bestaat. Zidane komt op tegen het racisme en ijvert tegen de armoede in de Franse banlieues; Weah predikt in Afrika een vredesboodschap bij oorlogvoerende jongeren en Boulmerka heeft het recht op sport voor moslima's op de agenda gezet.

Door hun voorbeelden kan jonge moslims, én de Nederlandse bevolking, via de sport worden aangeleerd dat er nog een andere invulling van de islam bestaat dan die van de jihad. Zo kan het door Job Cohen bepleite `de boel bij elkaar houden' worden versterkt. En hun ideeën botsen absoluut niet met het door Ayaan Hirsi Ali belichaamde recht op individuele emancipatie.

Misschien schittert zodoende een nieuwe filosofie aan de einder: die van het veelkleurig universalisme, met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als leidraad. Dat zou een goede vervanging zijn van het versleten multicultiralisme met behoud van eigen identiteit, dat uiteindelijk een vergaarbak is gebleken van allemaal eigen volkjes eerst.

Sportschrijver, redacteur bij Houtekiet Uitgeverij, en auteur van het boek `Kan Voetbal de Wereld Redden'.