Rotterdam geeft met gemengde scholen het voorbeeld aan het land

Terwijl Haagse politici hun emoties tonen, zet Fortuyn-stad Rotterdam kalme stappen voor integratie, constateert Maarten Huygen, commentator op reis door de samenleving.

In de gang hangt een groot plakwerk door Ahmet, van een authentieke goedheiligman met rode mantel, staf, mijter en baard. Op de mijter prijkt een geel kruisje. Het islamitische Suikerfeest is op de nieuwe Rotterdamse basisschool De Pijler ook al eens gevierd, tegelijk met Kerstmis, waarmee het twee jaar geleden bijna samenviel. Onlangs werd de feestkleding van een islamiet behandeld.

Om kinderen van elkaars culturen te laten leren, hanteert schooldirecteur H.Reitsma voor de toelating een minimum quotum van 40 procent allochtonen op zijn school. Als hij dat niet zou doen, zou zijn school – in het hart van een welgesteld nieuwbouwwijkje aan de voet van de Erasmusbrug – overwegend autochtoon zijn geworden.

Hoewel de quota in strijd zijn met de wet op gelijke behandeling, heeft nog niemand geprotesteerd of een proces tegen de school aangespannen. De ouders, zowel allochtoon als autochtoon, beschouwen dit gemengde karakter van De Pijler juist als een sterk punt. Dat is opmerkelijk, want inmiddels is het multiculturalisme van godsdiensten en culturen bij elkaar een gedateerd ideaal. De Rotterdamse politicus Pim Fortuyn was de eerste om het door te prikken. Maar multiculturalisme is ook een realiteit waar Rotterdammers dagelijks mee moeten leven.

Omdat de burgers de gevolgen van massale immigratie minder rooskleurig zagen dan de stadsbestuurders, werd in 2002 de nieuwe partij Leefbaar Rotterdam van Pim Fortuyn de grootste partij van Rotterdam. Maar wegens diezelfde dagelijkse veelkleurige realiteit heeft de Fortuyn-revolte op gemeenteniveau niet zulke extreme effecten op de politiek als in Den Haag. Integendeel, het gemeentebestuur probeert met steun van Leefbaar Rotterdam nieuwe mogelijkheden uit tot integratie in wijken en scholen. Opnieuw geeft Rotterdam het voorbeeld aan het land.

In Rotterdam zijn de debatten minder heftig en is de ontreddering minder groot dan in Den Haag. Afgelopen week was dat duidelijk te zien. Terwijl in Den Haag Kamerleden en bewindslieden zich dag in dag uit verdrongen voor de camera om commentaar te leveren op de laatste tv-uitzending met moslims, ontvouwde de Rotterdamse CDA-wethouder Geluk een concreet plan. Hij wil dat een aantal andere basisscholen het vrijwillige, informele quotasysteem van De Pijler overnemen. Overal ter wereld waar met etnische quota is geëxperimenteerd, bleken ze politiek riskant, want ouders willen zelf zoveel mogelijk kiezen. Desegregatie vergt offers. Witte scholen waar iedereen goed Nederlands spreekt, zijn gemakkelijker.

Toch is in Rotterdam het plan rustig ontvangen. Ik moest terugdenken aan PvdA-staatssecretaris Adelmund die in de Kamer moest huilen over de schoolprestaties van allochtonen. Er onstond toen geen debat over de segregatie van scholen, maar over de vraag of ze wel mocht huilen.

Het plan van Geluk is zeker geen oplossing voor de segregatie tussen autochtone en allochtone basisscholen in Rotterdam. Het gaat slechts om 40 van de 190 basisscholen waar de samenstelling van de leerlingen geen afspiegeling vormen van de wijk waarin ze wonen. Veel zwarte scholen zijn een afspiegeling van de wijk. Maar met renovatie, informele quota, het uitdelen van gratis huizen in arme wijken aan mensen met restauratieplannen zetten stadsbestuurders kleine stapjes. Burgers nemen zelf initiatief. In twee wijken hebben autochtonen zich in groepen georganiseerd en meldden ze hun kinderen massaal aan bij een bepaalde `zwarte' school, zodat die een meer gemengd karakter kreeg.

Er gaat ook veel mis in Rotterdam, het is beslist geen multicultureel utopia maar het staat er op dit gebied beter voor dan het land. Hier is de VVD niet uiteengevallen en heeft VVD-burgemeester Opstelten zich met kracht achter de nieuwe politieke beweging gesteld. Ondanks ruzies bij Leefbaar Rotterdam waren geen nieuwe verkiezingen nodig en is het gemeentebestuur overeind gebleven. Hier ontbreekt het bittere, rancuneuze debat dat sinds de moord op Van Gogh is uitgebroken onder Amsterdamse intellectuelen.

Het belangrijkste is dat de meeste Rotterdammers de immigranten in hun midden allang hebben geaccepteerd. Het onderscheid wordt steeds minder zwart-wit, wij-zij, want in meerderheid komen Rotterdammers zelf voort uit immigrantengezinnen.

Tot de verkiezingen van het jaar 2002 deden veel polieke partijen alsof de massale immigratie geen enkel gevolg zou hebben voor het dagelijkse leven. Wie wees op de vanzelfsprekende nadelen, de dagelijkse problemen in de wijk, het ontluikende religieuze extremisme, de wrijvingen met mensen die geen Nederlands spraken, ondergroef het `draagvlak' door te appelleren aan `onderbuikgevoelens'. De immigratie werd voorgesteld als een oncontroleerbaar gegeven waar de burgers niet over mochten meepraten. De uitspraak `vol is vol' was zelfs strafbaar. Sommige mensen zijn daar nog steeds boos over. Omdat ze niet over de immigratie hebben kunnen stemmen, accepteren ze niet dat immigranten inmiddels ook Nederlanders zijn. Dat verklaart – na de moord op Van Gogh – de heftigheid van het publieke debat buiten Rotterdam.

De basisschool is de machinekamer voor de integratie. Niet alleen kinderen maar ook ouders leren elkaar kennen. Zij halen de kinderen op, doen mee aan de organisatie van schoolfeesten en verjaardagspartijtjes. Rond kwart voor drie zie ik bij de uitgang van De Pijler een gemêleerde stoet van ouders met kinderen aan de hand, vrouwen met hoofddoeken en kinderwagens, Kaapverdiërs, fietsende blonde moeders. Zij leren elkaars gewoonten kennen. Ze raken niet meer van hun stuk van een moslim die geen hand aan de andere sekse geeft – zonder dat ze het daarmee goedkeuren. Ze weten van elkaars gevoeligheden.

De ouders en kinderen van De Pijler staan minder vreemd tegenover immigranten dan het oude gezelschap dat vorige week zaterdag tijdens een avondlange tv-uitzending oplossingen moest bedenken voor de moslimterreur. Daar bestaat niet één enkele oplossing voor, maar mensen zijn beter tegen de nare gevolgen bestand als ze zo rustig blijven als in Rotterdam.