Roemenië vraagt geduld

Bij de verkiezingen zondag in Roemenië zijn de grote partijen het over maar een ding eens: het land hoort bij de Europese Unie. Verder overheerst onderling wantrouwen. `Ik hou niet zozeer van Roemenië maar van zijn potentie.'

In een recent rechtstreeks uitgezonden verkiezingsprogramma viel tijdens het optreden van de Roemeense oppositieleider Traian Basescu plots het geluid weg. De regie liet hem een half uur doorpraten, terwijl hij nog slechts te volgen was door ervaren liplezers.

Was het een actie tot imagobeschadiging door de wellicht regeringsgezinde televisiezender?

,,Ongelukjes gebeuren, wij zijn apolitiek'', reageerde de baas van de verantwoordelijke kabelaar UPC, in de hoop de verwijten aan zijn adres voor te zijn. Maar daarvoor was het al te laat. ,,Sabotage!'', klonk het vanuit het Basescu-kamp.

Het incident illustreert de stemming die heerste in de laatste weken van campagne in Roemenië dat zondag gelijktijdig een nieuw parlement en een nieuwe president kiest. Wantrouwen is er aan de orde van de dag. ,,We staan voor de keuze: willen we dat Roemenië in handen blijft van een elite die al sinds 1989 het land uitmelkt? Of geloven we in een toekomst?'', schrijft de commentator in dagblad Evenimentul Zilei.

Vijftien jaar na de omverwerping van de communistische dictator Nicolae Ceausescu staat Roemenië aan de vooravond van misschien wel de belangrijkste vrije verkiezingen: wie wordt in staat geacht om het Zuidoost-Europese land de Europese Unie binnen te loodsen?

Op de periode 1996-2000 na, toen de hervormingsgezinde Emil Constantinescu president was, bepalen ex-communisten als de huidige president Ion Ilieuscu en premier Adrian Nastase, de toon. Maar hun partij PSD (sociaal-democraten) leed afgelopen zomer bij de lokale verkiezingen vooral in de grote steden een gevoelige nederlaag. Grote uitdager is Traian Basescu, burgemeester van Boekarest en leider van de oppositie-alliantie Waarheid en Rechtvaardigheid, waarin de Nationale Liberale Partij PNL en de Democratische partij PD zich hebben verenigd.

Regeringspartij en oppositie hebben slechts één ding gemeen: beide bepleiten toetreding tot de EU. Niet onlogisch, want in Roemenië is ruim driekwart vóór toetreding.

Volgens het begin oktober verschenen EU-voortgangsrapport schort het in Roemenië nog aan veel: het terugdringen van corruptie is onvoldoende en hervormingen binnen de rechterlijke macht haperen. Op de komende Europese top, half december, wordt onder het dan aflopende voorzitterschap van Nederland gesproken over de haalbaarheid van de geplande toetredingsdatum 1 januari 2007. Bulgarije, net als Roemenië in de wachtkamer, heeft inmiddels het volledige acquis communautaire (het geheel aan afspraken over rechten en plichten binnen de EU) ingevoerd en staat op de drempel. Maar als Roemenië gewenste hervormingen niet doorvoert kan de toetreding alsnog worden uitgesteld tot 2008.

Maar zo'n vaart lijkt het niet te lopen, gezien de vele steunbetuigingen van Europese leiders die zich de laatste weken positief uitlieten over de gelijktijdige toetreding van Roemenië en Bulgarije.

Roemenië is als land met een gunstig investeringsklimaat allang toegetreden tot het speelveld van West-Europeanen. Franse, Italiaanse, Duitse en ook Nederlandse bedrijven zijn er ruimschoots actief, vooral in de grote steden Boekarest en Timisoara. Dit jaar wordt wederom een flinke economische groei (5,5 procent) verwacht.

,,Ik hou niet zozeer van Roemenië, maar van de potentie van Roemenië'', zegt Diana Catana (25) die in Boekarest anticorruptiecursussen voor ambtenaren leidt. Volgens haar moet het Westen nog een beetje geduld hebben. ,,Tijdens de dictatuur is de Roemeense intelligentsia uitgewist. De nieuwe elite, de nouveau riche, is niet iets om trots op te zijn. Maar wíj komen eraan.''

Presidentskandidaat van de regeringspartij is oud-gediende Nastase; premierkandidaat is Mircea Geoana. De oppositie schuift naast presidentskandidaat Basescu premierkandidaat Calin Popescu Tariceanu naar voren.

Een derde belangrijke presidentskandidaat is de leider van de ultra-nationalistische Groot-Roemenië Partij (PRM), Corneliu Vadim Tudor. Bij de vorige presidentsverkiezingen behaalde hij nog 33 procent van de stemmen, waarmee hij eindigde op een tweede plaats. Zelfs de als xenofoob bekendstaande Tudor heeft zich plots bekeerd tot Europese integratie: op zijn verkiezingsposter prijkt hij als een erudiet man, geflankeerd door een Mariabeeld en de blauwe vlag van de Europese Unie.