Raadsellint

EEN KLEIN maar venijnig probleem ligt er nog. En geen beter moment om ermee op de proppen te komen dan juist nu. De foto toont de kwestie ten voeten uit en veel verder zullen we vandaag niet komen.

Al sinds mensenheugenis hebben winkeliers de gewoonte feestelijk ingepakte pakjes nog iets extra feestelijks mee te geven door het gebruikte paklint te laten krullen. Dat lintje bestaat uit plastic of papier of iets ertussenin en het spiraliseert spontaan en hevig als er snel een schaar langs wordt getrokken. Een mes kan ook, maar de winkelier doet het met een schaar.

't Is geen nieuwe ontwikkeling. Vast staat dat sigarenmagazijn Koller in het Gelderse Lochem de techniek al in de jaren vijftig onder de knie had. Dat wekt het vermoeden dat het lintkrullen al in de jaren dertig onstond, want Lochem liep nooit vooraan.

Vandaag de dag doet men het voorkomen alsof alleen heel bijzondere, speciaal geprepareerde lintjes met een schaar aan het krullen zijn te brengen. Winkels als V&D verkopen voor veel geld `curling ribbon' van Hallmark dat het kunstje inderdaad overtuigend vertoont. Maar een smalle strook papier van een willekeurig schrijfblok doet het net zo goed. Het is niets bijzonders. Denk ook aan houtkrullen.

Waaròm krult zo'n lintje als het even snel en stevig langs een schaar wordt getrokken, daar gaat het natuurlijk om. En waarom zó, want het kan immers ook de andere kant op. Voor de vuist weg heeft het AW-centrum drie verklaringen bedacht. Stuk voor stuk hebben ze iets aantrekkelijks, stuk voor stuk is er niet één overtuigend.

In de eerste plaats valt natuurlijk te denken aan statische elektriciteit.Daaraan valt altijd te denken als er ergens gewreven of gescheurd wordt. De grammofoonplaat laadde zich op aan de naald en het hoofdhaar aan de kam, vooropgesteld dat het voldoende droog was. Plakband laadt zich op du moment dat het van de rol wordt getrokken. Daarna zuigt het zich subiet aan de rol of zichzelf vast en altijd met veel gekrinkel. En steeds worden haar, huidschilfers en asdeeltjes meegenomen. Dat het lintkrullen uit statische oplading is te verklaren lijkt, gezien het ontbreken van krinkelen, niet waarschijnlijk. De spiraal is te regelmatig.

Liever wordt de krul toegeschreven aan hetzelfde effect dat ook een bimetaaltje zo mooi aan het spiraliseren brengt. Om de een of andere reden wordt het lint door de schaar opgerekt aan de kant die later de buitenbocht zal worden. Of juist verkort in de binnenbocht. Voor een plastic lint klinkt dat - blijvend - oprekken in de buitenbocht nog zo gek niet. Het voor de lintjes gebruikte plastic rekt immers behoorlijk.

Maar papier rekt niet, dat is het probleem. De verklaring moet dus uit een andere hoek komen en er rest, voor zover valt na te gaan, alleen het temperatuureffect. Want de lintjes en papierstroken worden door die haal van de schaar natuurlijk ook wat warmer. Het warmst aan de kant van de schaar.

Zeker is dat er dunne plastic- en papiersoorten zijn die krachtig op temperatuurverandering reageren. Winkels zoals TinkerBell op de Amsterdamse Spiegelgracht verkochten tot voor kort (maar nu niet meer) kleine papieren visjes e.d. die liggend in de handpalm door handwarmte tot leven kwamen. Uit de sprongen die ze maakten viel de toekomst te voorspellen of zoiets.

Het ongelukkige is dat de zijde van het lint waar de schaar langs gaat later de binnenbocht wordt. Er zou dus verkorting moeten optreden onder invloed van temperatuurverhoging. Natuur en cultuur kennen daarvan niet veel voorbeelden. Het Polytechnisch Zakboekje vermeldt geen enkele kunststof met een negatieve uitzettingscoëfficiënt. Buiten de sfeer van de plastics zijn er hoogstens wat exotische metaallegeringen (combinaties van zirkonium en wolfraam bij voorbeeld) met een `negatieve thermische expansie'.

En rubber natuurlijk. Natuurrubber, latex, enzovoort verkorten zich onder temperatuurverhoging. 't Valt niet mee dat aan het eerste het beste elastiekje zichtbaar te maken, maar het principe wordt met succes toegepast in de zogenoemde `rubber band engine'. Dat is in essentie een los hangend fietswiel waarvan de ijzeren spaken door elastiekjes zijn vervangen en dat door een infrarode lamp tot draaien wordt gebracht. Waar de elastiekjes de lamp passeren verkorten ze zich en trekken ze de as van het wiel uit het centrum van de velg.

Maar de lintjes bestaan niet uit rubber en papier verkort zich niet of nauwelijks onder temperatuurverhoging en bovendien gaat het hier nooit om blijvende temperatuurverhoging. Als het lint weer is afgekoeld zou het weer moeten despiraliseren. Maar dat doet het niet. Het verstand staat stil.