Potsmaker

Enkele dagen geleden kreeg ik een mailtje van de afdeling voorlichting van het Cito. De tekst: `Graag informeer ik u over de column van onze algemeen directeur Marten Roorda op onze website. In zijn laatste column refereert hij aan u.'

De tekst waarin ik figureerde bleek betrekking te hebben op wat ik in een interview heb gezegd over het door Iederwijs gepraktiseerde onderwijssysteem. Roorda citeert daaruit het volgende: `Scholen zijn juist opgericht, omdat de meeste kinderen niet uit zichzelf leren lezen en schrijven. (...) Elke samenleving moet kennis en vaardigheden overdragen. Dat vergt een systematische aanpak.'

Vervolgens gaat hij verder met: `Prick zegt terecht dat de `absolute voorwaarde bij al die experimenten is dat scholen het lesprogramma goed bewaken. Er moet wel worden geleerd.' Prick had hier moeten aangeven hoe dat dan gebeurt. Niet door de leerkrachten, die in zo'n experiment soms geen oog voor het lesprogramma hebben, maar door een wetenschappelijk onderbouwd meet- en volgsysteem. Niet met officiële toetsen als scherprechters maar met volgtoetsen die slechts de ontwikkeling van de leerlingen op diverse gebieden in kaart brengen en adviezen opleveren voor het verdere leren.'

Leo Prick, daar komt Roorda's verwijt op neer, bekritiseert terecht de onsystematische aanpak van Iederwijs, maar hij laat daarbij na te verwijzen naar de prachtproducten die het Cito in dit verband heeft ontwikkeld, namelijk zijn wetenschappelijk onderbouwde meet- en volgsystemen. Een curieus verwijt, straks krijg ik ook nog de onderwijsuitgevers op mijn dak omdat ik heb nagelaten hun prachtige leerboeken aan te prijzen.

In een column, meent Roorda blijkbaar, moet je lollig doen: `Het is grappig dat Leo Prick zich met grote regelmaat beroept op het feit dat hij toetsmaker bij het Cito is geweest. Dat is wel in een heel grijs verleden geweest, wat blijkt uit het feit dat hij in zijn columns vaak de Citotoets en de centrale eindexamens ter discussie stelt. Prick had zijn afkomst kunnen bevestigen door in het interview een volgsysteem aan te bevelen.' Met deze van elke logica gespeende volzin komt de aap uit de mouw. Wat hij mij verwijt heeft niets te maken met wat ik heb gezegd over Iederwijs, maar alles met wat ik ooit eerder heb geschreven over de `scherprechters' die het Cito op de markt brengt: de Citotoets en de centrale examens. Zo heb ik er bijvoorbeeld herhaaldelijk op gewezen dat de Citotoets volstrekt ongeschikt is om te bepalen voor welke vorm van voortgezet onderwijs een leerling al dan niet geschikt is. En, zou ik daar voor de actualiteit aan toe willen voegen: gerichte toetstraining is wel degelijk een effectieve manier om hoger te scoren op de Citotoets. Ook al wil het Cito iedereen doen geloven dat oefenen met oude toetsen geen zin heeft.

Roorda, die zich blijkbaar schaamt voor zijn scherprechters, had dus een rekening te vereffenen. Vandaar ook dat lolbroekerige `toetsmaker' dat overigens veel zegt over hoe hij aankijkt tegen zijn eigen medewerkers

De algemeen directeur van het Cito, dat moge duidelijk zijn, heeft zelf nooit het beroep van `toetsmaker' uitgeoefend, want, was dat wel het geval geweest, dan had hij de deskundigheid gehad om inhoudelijk te reageren op de kritiek die hem blijkbaar nog steeds dwars zit. Columnist Marten Roorda: geen `toetsmaker', wel een gemankeerde `potsmaker'.

lgm.prick@worldonline.nl