Pc is geen panacee

In `pc is geen panacee' (W&O, 31 okt.) legt Alette van Doggenaar uit dat het gebruik van de computer als leermiddel tot dusverre tegenvalt. Een belangrijke oorzaak wil ik hier aan de orde stellen. De computer is ls leermiddel zo'n handig, veelzijdig apparaat dat het veel meer kan dan het schoolschrift en -boek. Met een computer kan bijvoorbeeld woordjes leren veel leuker gemaakt worden dan het leren van rijtjes uit het boek. Het apparaat alleen is echter niet genoeg. Er is goede software nodig. Om die te ontwikkelen zijn, zoals van Doggenaar schrijft, didactische inzichten nodig: didactiek voor de computer ofwel digitale didactiek.

Schoolboeken zijn de belangrijkste steun en toeverlaat voor de docent in het Nederlandse onderwijs. (In het buitenland is dat veel minder het geval). Ze worden gemaakt door educatieve uitgeverijen, die daar veel geld aan verdienen. De uitgeverijen hebben er geen belang bij, deze boeken te vervangen door digitale leermiddelen. Die vergen relatief grote investeringen, de uitgeverijen hebben er de expertise niet voor in huis en het is nog maar de vraag of de opbrengsten wel te vergelijken zullen zijn met die van de schoolboeken. Het gevolg is dat de ontwikkeling van digitaal lesmateriaal stagneert. De uitgevers volstaan met het leveren van een cd-rom en een website bij het boek, voor leerling en leraar van weinig belang. De overheid heeft honderden ICT-projecten gefinancierd, maar nog nooit een complete digitale lesmethode laten ontwikkelen. Op het materiaal dat tot dusverre is ontwikkeld kan een leraar zijn lessen niet baseren. Het is hoog tijd om nieuwe digitale methoden te gaan ontwikkelen. Omdat de uitgevers het niet doen, zou de overheid partijen bij elkaar moeten brengen. Met 1 procent van de beschikbare 250 miljoen euro is voor één schoolvak zo'n methode te maken.