Op langzame suikers val je wat geriefelijker af dan met weinig vet

Mensen die om af te vallen een dieet volgen met vooral koolhydraten die traag in het bloed worden opgenomen, raken iets makkelijker gewicht kwijt dan mensen die voor een vetvrij dieet kiezen. Op een dieet met 60% van hun dagelijkse energiebehoefte deden mensen op een laag-vet-dieet er 69 dagen over om 10% van hun lichaamsgewicht kwijt te raken. De diëters die vooral de `snelle' suikers lieten staan waren vier dagen eerder klaar. Ze gaven ook aan zich iets minder hongerig te voelen. En als ze stil zaten verbruikten ze wat meer energie dan de laag-vet-lijners (Journal of the American Medical Association, 24 nov).

Dit experiment van onderzoekers van het Brigham and Women's Hospital en het Joslin Diabetes Center in Boston toont aan dat er bij dezelfde inname van calorieën, uitsluitend door variatie in menusamenstelling verschillen kunnen bestaan in ruststofwisseling, gewichtsverlies en hongergevoel. Maar het uiteindelijke verschil is klein (nog geen halve boterham per dag, of 2 kilometer wandelen) en dat betekent, schrijven de onderzoekers, dat dit onderzoek niet de claims ondersteunt van diëten die beloven dat je je energiestofwisseling ingrijpend kunt versnellen en vlot overtollig vet kunt kwijtraken door het weglaten van componenten uit de voeding (zoals de Atkins- en Montignacdiëten doen die de laatste jaren populair waren).

In de discussie over de manipuleerbaarheid van de ruststofwisseling valt al snel de term glycemische index. En daar richtte dit onderzoek zich op. De glycemische index van koolhydraatbevattend voedsel geeft aan hoe snel na het opeten de koolhydraten als een suikerpiek in het bloed verschijnen. Voedsel met losse suikermoleculen geeft een snelle piek. Voedsel met moeilijk verteerbaar zetmeel (waarin de suikermoleculen in lange ketens chemisch aan elkaar verbonden zijn) geeft een latere en geleidelijker suikerpiek. De veronderstelling is dat zo'n snel verschijnende en verdwijnende suikerpiek ook weer snel een hongergevoel geeft. De laagglycemisch etende proefpersonen hadden wat minder trek dan de laag-vet-eters. Maar in de praktijk zal het verschil niet veel betekenen: de ene groep scoorde 3,3, de andere 4,2 op een tienpuntsschaal (1 = geen honger; 10 = veel honger). Het kleine verschil in de ruststofwisseling laat echter wel zien dat – binnen de onaantastbare stelling dat ieder pondje door het mondje gaat – de voedingscomponenten een kleine invloed hebben op de uitkomst van een afvalpoging.