Onafhankelijk toezicht kan water goedkoper maken

In het artikel `Duizend liter water voor de prijs van één pilsje' (NRC Handelsblad, 17 november) wijst directeur Schmitz van de belangenvereniging van waterleidingbedrijven onafhankelijk toezicht op de waterleidingbedrijven van de hand. Ervaring uit de telecom- en de energiesector laat zien dat onafhankelijk toezicht juist in het voordeel van de consument uitpakt.

De waterleidingbedrijven vormen een publiek monopolie en monopolies werken inefficiëntie in de hand. Uit het vorige week verschenen vergelijkende onderzoek van waterleidingbedrijven blijkt dat de bedrijven de afgelopen jaren efficiënter zijn gaan werken. Daardoor is de prijsstijging van water achtergebleven bij de inflatie. Dat lijkt mooi, maar de waterleidingsector moet niet te snel tevreden zijn met bereikte besparingen, want de prijs van drinkwater kan nog fors omlaag.

De winsten van de waterleidingbedrijven zijn in de afgelopen jaren voor 92 procent toegevoegd aan het eigen vermogen van de waterleidingbedrijven. Dit eigen vermogen wordt inmiddels geschat op bijna 1 miljard euro. Sinds het eerste onderzoek in 1997 is de verhouding tussen het totale en het eigen vermogen (solvabiliteit) van de bedrijven toegenomen van 14 naar 20 procent. Als reden voor dit oppotten van de winst wezen de bedrijven naar de voorgenomen privatisering van de sector. Maar die is ondertussen afgeblazen. Daarom is het niet nodig dat bedrijven omvangrijke reserves aanhouden. Dit geld kan worden teruggegeven aan de consument in de vorm van een lagere prijs. Ongeveer 0,6 procent van het gemiddelde huishoudboekje gaat op aan water, voor lagere inkomens ligt dat percentage zelfs hoger. De prijs van drinkwater kan zo'n 10 procent omlaag. Voor een gemiddeld huishouden scheelt dat een aardige slok op een borrel. Om ervoor te zorgen dat de consument niet teveel betaalt voor water, is onafhankelijk toezicht nodig. De waterleidingsector vindt dat kan worden volstaan met aandeelhouderstoezicht. Het belang van de aandeelhouder valt echter niet samen met dat van de consument. Voor een aandeelhouder is het geen probleem wanneer er veel geld zit in een onderneming. De consument ziet dat geld liever op zijn bankrekening. Een onafhankelijke toezichthouder bewaakt het belang van de klant. Bij de energie- en de telecomsector is gebleken dat dit in het voordeel uitpakt van de consument. Daarom moet het rijk zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en ook zorgen voor toezicht op het publieke monopolie van drinkwater. Als de politieke wil er is, kan dit snel geregeld worden door het instellen een waterkamer bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).