Niet alleen grommen, ook bijten!

Van alle rekeningen die in Nederland worden verstuurd, wordt 2,6 procent niet betaald. Bij kleine zelfstandigen zijn de problemen het grootst.

Wat doen zij om hun geld te innen? ,,Je kunt je gerechtelijk vonnis halen, maar als er geen geld is, draai je op voor de kosten.''

Verstandige winkeliers hadden vroeger achter hun toonbank een tegel hangen met de tekst `Piet krediet woont hier niet'. Deze boodschap wordt om onduidelijke redenen steeds minder vaak aan de klant doorgegeven. Vooral boven het bureau of in de leaseauto van kleine ondernemers zou zo'n tegeltje geen kwaad kunnen. Want meer dan de helft van de Nederlandse bedrijven kampt met liquiditeitsproblemen wegens openstaande vorderingen. Van alle rekeningen die de BV Nederland uitschrijft wordt nu 2,6 procent niet voldaan, tegen 2,4 procent begin dit jaar. Europees bezien is dat veel. In Scandinavië blijft minder dan 1 procent onbetaald.

De cijfers zijn afkomstig van Intrum Justitia, 's lands grootste incassobureau, dat zich overigens liever afficheert als `credit management specialist'. ,,Bij eenpersoonsbedrijven is de problematiek het grootst'', signaleert marketing manager Monique Groenewegen. ,,Kleine, jonge bedrijven zijn blij met elke klant, zeker tegenwoordig. Ze durven hun klanten niet zakelijk te benaderen als het gaat om betalen en kijken niet of onvoldoende naar de kredietwaardigheid.''

Nienke van Bockhooven, gerechtsdeurwaarder en woordvoerder van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), meldt toenemende belangstelling van kleine bedrijven voor het invorderingswezen. ,,Vroeger werd ik af en toe eens gepolst door kleine ondernemers over wat wij voor ze kunnen betekenen, nu is dat een paar keer per week.'' Groenewegen: ,,Veel kleine bedrijven blijven zelf bellen en herinneringen sturen. Maandenlang. En dan is het ineens: nu wil ik een gerechtelijk traject! Nee – ze hadden ons veel eerder moeten inschakelen.''

Toch valt het risico van onbetaalde of te laat betaalde rekeningen eenvoudig te reduceren. Intrum Justitia – waarvan 1.500 van de 8.500 klanten minder dan elf werknemers hebben – adviseert bovenal om zakelijk te zijn. Het lijkt een open deur, maar juist kleine bedrijven en jonge starters zijn vaak bang hun prille clientèle voor het hoofd te stoten. Maak standaard leveringsvoorwaarden, zegt Groenewegen, inclusief betalingscondities, en controleer de kredietwaardigheid van een nieuwe opdrachtgever. Data over het betaalgedrag van een particulier kosten een paar euro en van een bedrijf 25 tot 150 euro, afhankelijk van wat je wil weten. Informatieverstrekkers als Experian en Dun & Bradstreet (alleen voor bedrijven) verzamelen bij allerhande leveranciers gegevens over wie welke rekening te laat of niet betaalde. Bestellen kan rechtstreeks of via een incassobureau. Intrum Justitia incasseert jaarlijks 1,6 miljoen te laat betaalde rekeningen en heeft dus zelf ook veel informatie over welke opdrachtgevers niet met gejuich moeten worden begroet.

Groenewegen adviseert om direct na levering te factureren met vermelding van de betalingstermijn. Uitgaande van dertig dagen is het na twee weken tijd voor een zogenoemde pre due call. Groenewegen: ,,Dan vraag je of alles naar wens is verlopen, en of de betaling eraan komt. Met zo'n gesprek bereik je dat je bovenop de stapel komt te liggen, en dat ze niet in een laat stadium gaan klagen over de levering.'' Groenewegen en collega's stelden een boekje samen met niet-betaal-smoezen uit de praktijk, waaruit blijkt dat menige wanbetaler in een verrassend laat stadium komt aanzetten met klachten over de levering.

Zakelijk is ook om na de vervaltermijn direct een aanmaning te sturen en rente te vorderen, op dit moment wettelijk vastgesteld op 9,8 procent voor bedrijven. En na tien dagen weer één, waarin de naam van een incassobureau terloops wordt genoemd. Vaste klanten van Intrum Justitia en sommige andere incassobureaus krijgen stickers met de naam van het incassobureau, die ze op aanmaningen kunnen plakken.

En zakelijk is uiteraard ook om de invordering daadwerkelijk uit handen te geven op de beloofde datum. Niet alleen grommen, ook bijten. Intrum Justitia rekent 15 procent van het te vorderen bedrag met een minimum van 27 euro, te voldoen door de in gebreke gebleven partij. Groenewegen: ,,In veel gevallen hoef je maar één keer een brief door ons te laten sturen. Dan mag de debiteur jou ook niet meer benaderen, maar moet je hem direct naar ons doorverwijzen.''

Onder het gras van het incassogebeuren schuilt echter een adder. Van Bockhooven van de Vereniging van Deurwaarders: ,,Ondanks alle mooie advertenties van deurwaarders en incassobureaus is de ervaring toch dat je je klant vaak kwijt bent als je er een incassobureau of deurwaarder op af stuurt. Soms wil het bedrijf die klant ook niet meer, soms juist wel. Dat hangt weer af van de afhankelijkheidspositie van het bedrijf versus de klant, en het debiteurenbeleid van het bedrijf.'' Groenewegen van Intrum Justitia is het pertinent oneens met Van Bockhooven: ,,Dat geldt misschien voor deurwaarders. Ons beleid is juist gericht op klantbehoud.''

Een schuldeiser kan afzien van harde invorderingsmaatregelen om volgende opdrachten van dezelfde wanbetaler maar niet mis te lopen – of hij kan het contact juist verbreken wegens slecht betaalgedrag. Voor Intrum Justitia maakt dat zeker uit. Als invordering samenvalt met exit, ,,gaan we meteen wat dwingender taal gebruiken'', aldus Groenewegen. In het andere geval wordt het minnelijk traject gerekt om de relatie in stand te houden. En in het algemeen bepalen de wensen van de ondernemer plus de gegevens over de solventie van de debiteur ,,met welke stok we het beste kunnen slaan''.

Maar wat als alle stickers zijn geplakt, alle aanmaningen verstuurd en alle brieven van het incassobureau, minnelijk of dwingend, zonder resultaat zijn gebleven? Er zijn incassobureaus die dan een bezoekje afleggen bij de wanbetaler. Intrum Justitia doet dat niet, want, zegt Groenewegen, ,,het verhoogt het resultaat niet. En het is heel gevaarlijk. Daarvoor de juiste mensen vinden is niet eenvoudig. Wij willen ethisch verantwoord te werk gaan.''

Vrijwel alle deurwaarderskantoren hebben ook een incassoafdeling en langsgaan bij lastige adressen is voor deurwaarders routine. Maar Van Bockhooven beaamt dat een gerechtsdeurwaarder op het aanmaningstraject geen specifiek voordeel heeft boven een incassobedrijf. ,,Wel zal een deurwaarder in sommige gevallen wat beter kunnen inschatten of een debiteur wel of geen verhaal biedt.'' Daarnaast helpt de term `deurwaarder' vaak bij het opentrekken van beurzen, ook al heeft de deurwaarder als incasseerder geen tanden. Die krijgt hij als er een gerechtelijk vonnis ligt. Bij bedragen tot 5.000 euro gaat dat via een kantonrechter, zonder advocaat. Een deurwaarder kan die procedure bij het kantongerecht afhandelen en de wanbetaler vervolgens met het vonnis confronteren. Nog drie dagen om te betalen, anders volgt loonbeslag of gaat het bankstel in de verkoop. Een tussenoplossing is conservatoir beslag, waarvoor altijd een advocaat nodig is. Het bankstel gaat dan alleen aan de ketting en het loon wordt vastgehouden, tot er betaald is.

Boven de 5.000 euro is altijd bijstand van een advocaat nodig, bijvoorbeeld van Theo van der Bent van ACA Advocaten, ingekwartierd bij MKB-Nederland in Delft. ,,De kosten stijgen dan sterk'', waarschuwt hij. ,,Bij rekeningen van iets boven de 5.000 euro is het te overwegen om het bedrag tot 5.000 te verlagen, zodat je met een deurwaarder verder kunt.'' Zo niet, dan ga je volgens Van der Bent ,,een onzeker traject in. Je bent 500 tot 1.500 euro aan je advocaat kwijt en dat bedrag kan sterk oplopen als de tegenpartij met een verweerschrift komt.'' Per saldo komt het er volgens Van der Bent op neer dat procederen vaak zinvol is voor bedragen boven de 10.000 euro. Daaronder is de kosten-batenafweging een gok, afhankelijk van de ongewisse rechtsgang. Bijkomend probleem voor de schuldeiser is de beperkte verhaalbaarheid van de proces-, rechtsbijstands- en deurwaarderskosten op de tegenpartij.

De kosten van een procedure via deurwaarder en kantongerecht komen in simpele gevallen wel geheel voor rekening van de debiteur. Van Bockhooven: ,,Als de gedaagde geen verweer voert, zullen de liquidatiekosten toereikend zijn. Maar het wordt anders als er geprocedeerd wordt, en dat kan ook bij vorderingen onder de 5.000 euro. De praktijk wijst uit dat lang niet alle kantonrechters alle buitengerechtelijke incassokosten toeschrijven aan de wanbetaler. De trend is om met je deurwaarder of incassobureau duidelijke afspraken te maken over de procedure, zeker bij kleine bedragen en kleine bedrijven.''

De vraag bij al dit soort manoeuvres is of de debiteur in kwestie uiteindelijk zal betalen. Zo niet, dan lijkt seponeren de beste oplossing, liefst zo vroeg mogelijk. Idealiter wordt de hele opdrachtgever geseponeerd voordat de opdracht wordt aanvaard. Groenewegen: ,,Je kunt wel leuk je gerechtelijk vonnis halen of laten halen door ons. Maar als er geen geld is, mag jij alle kosten betalen. Daarom moeten alle acties erop gericht zijn om een rechtsgang te voorkomen.''

Toch zijn er ook nog oplossingen als alles verloren lijkt. Faillissement aanvragen bijvoorbeeld. Van der Bent wijst erop dat faillissement als zodanig maar zelden wat oplevert. ,,De fiscus krijgt doorgaans eerst geld. En als jij als laatste uit die ruif mag gaan eten... Maar het aanvragen van faillissement kan in de voorfase aantrekkelijker zijn dan een brief van de deurwaarder. Dan stuur ik een conceptaanvraag mee met de laatste aanmaning: `Beste meneer Jansen, hierbij treft u het verzoekschrift aan waarbij we ons genoodzaakt zien uw faillissement aan te vragen. U kunt nog binnen drie dagen betalen.' En dan is het afwachten of het effect sorteert.''

Het laatste redmiddel heet schuldbewaking, een dienst van onder andere Intrum Justitia. De in gebreke gebleven partij wordt maximaal twintig jaar gevolgd. Als hij of zij weer geld lijkt te hebben en er geen tussentijdse wettelijke schuldsanering heeft plaatsgevonden, ,,kloppen wij ook weer aan'', zegt Groenewegen optimistisch. ,,Voor het volgen van de debiteur rekenen we niets. En als de rekening wordt voldaan, delen we de opbrengst met de schuldeiser.''