Navelstrengbloed kan ook volwassenen met leukemie genezen

Toediening van navelstrengbloed werkt bij volwassenen met acute leukemie net zo goed als een beenmergtransplantatie. Afstoting komt zelfs wat minder vaak voor. Wel duurt het langer voordat de bloedcellen uit het navelstrengbloed `aanslaan'. Dat komt doordat de hoeveelheid bloedstamcellen in navelstrengbloed kleiner is dan die in beenmerg. (The New England Journal of Medicine, 25 nov)

In een Amerikaans en een Europees onderzoek zijn leukemiepatiënten vergeleken die een navelstrengbloed- of beenmergtransplantatie kregen. Het gaat in beide onderzoeken om volwassen patiënten met acute leukemie – kanker van witte bloedcellen. Als die aandoening hardnekkig is, krijgen de patiënten zulke hoge doses cytostatica dat hun eigen beenmerg eraan gaat. Daarvoor in de plaats ontvangen ze dan via een infuus een transplantaat met bloedstamcellen van een passende beenmergdonor. Als die niet op tijd te vinden is, geeft men volwassenen ook wel navelstrengbloed. Dat is bloed dat na de geboorte wordt gewonnen uit de navelstreng en placenta. Navelstrengbloed heeft voordelen omdat het wat minder afstotingsreacties uitlokt. De donorselectie hoeft dan niet zo strikt te zijn. Ook hebben bloedbanken het navelstrengbloed (diepgevroren) in voorraad liggen.

Tezamen ging het in de twee studies om zo'n 1100 beenmergtransplantaties en 250 transplantaties met navelstrengbloed. De ontvangers van navelstrengbloed waren in het algemeen iets jonger, lichter en ook zieker. De kans om te overleven bleek bij beide behandelingen even groot. Wel duurde het met het navelstrengbloed wat langer voordat het herstel weer op gang kwam, gemiddeld 26 dagen vergeleken met 19 dagen bij beenmerg. De patiënt heeft in die periode geen enkele weerstand tegen infecties en is erg kwetsbaar.

De eerste transplantatie met navelstrengbloed vond in 1988 in Frankrijk plaats bij een zesjarig jongetje. Hij kreeg navelstrengbloed van zijn jongere zusje. Nu, 16 jaar later, is hij nog steeds gezond. Door deze succesverhalen zijn er tegenwoordig steeds meer ouders die het navelstrengbloed van hun eigen kinderen laten invriezen bij een particuliere navelstrengbloedbank. Een commentator in het New England Journal of Medicine vindt dat onzin: de kans is heel erg klein dat een kind later ooit een transplantaat van eigen navelstrengbloed nodig zal hebben. In Nederland vinden per jaar minder dan twintig transplantaties plaats waarbij navelstrengbloed gebruikt zou kunnen worden; bij 200.000 baby's per jaar is dat dus minder dan 1 op 10.000. En dat terwijl navelstrengbloed in een openbare navelstrengbank, zoals EuroCord Nederland met nu ongeveer 3.000 diepgevroren transplantaten, aan iedereen ten goede komt.