Met hulp van de ANWB naar een beter Atheens ziekenhuis

`Griekse ziekenhuizen kennen geen bezoekuur,', constateert oud-correspondent Frans van Hasselt, wanneer hij in Athene in het hospitaal belandt.

Op een balkonnetje van het allervriendelijkste familiehotel Byron, aan de rand van de Plaka, zit ik met uitzicht op de Akropolis bij te komen van een dubbele knieoperatie na twee valpartijen. Ik kijk naar de vele mensen die beneden langskomen. Grieken en toeristen die geen van allen stilstaan bij het feit dat ze lopen kunnen. Zelf ben ik vooralsnog op een looprek aangewezen, in het Grieks kortweg pi genoemd.

Na het tweede ongeluk, dichtbij het centrale Syntagma-plein, werd ik spoorslags naar het die zondag dienst doende Algemeen Staatsziekenhuis vervoerd. Alles wat ik tevoren over Atheense hospitaals had gehoord werd bevestigd. Het krioelde er van de mensen, voornamelijk familieleden. Ook voor mij werd een bevriend echtpaar opgetrommeld, en samen wachtten wij anderhalf uur voor we aan de beurt waren voor röntgenfoto's.

Over het resultaat daarvan kreeg ik niets te horen en ook verder beviel het dienstdoende ziekenhuis mij maar matig. Al de volgende dag werd ik door de ANWB die door mijn verzekeringsmaatschappij was ingeschakeld min of meer ontvoerd naar een veel aangenamer particulier ziekenhuis, Metropolitan.

Waar je je als patiënt, in welk ziekenhuis dan ook, meteen op moet instellen, is dat de kringloop naar het kindzijn is voltrokken. Je bent weer terug bij af. Je hebt niets in te brengen, al word je wel bediend – niet altijd op je wenken. De Grieken gebruiken in het dagelijks leven al veel verkleinwoorden, maar in de wereld van het ziekenhuis is er nauwelijks meer iets wat niet wordt verkleind. ,,Geef je handje maar even'' of ,,we gaan je gezichtje wassen'' is nog tot daar aan toe, maar je hoort ook herhaaldelijk van `bloeddrukje', `adempje' en `temperatuurtje'. Het is verbazend hoe gauw je als patiënt aan dit vocabulair gaat meedoen. Op een gegeven moment hoorde ik mezelf zeggen: ,,Ik kan er met mijn handjes niet bij.''

Bij voortduring word je ook uitbundig geprezen voor allerlei op zichzelf weinig opmerkelijke handelingen. Bravo! Bravo! Wat ik gelukkig niet gehoord heb is die verschrikkelijke Nederlandse ziekenhuisformulering ,,u mag hier even gaan liggen''.

Een knorrige, recalcitrante oude aan wie werd gevraagd ,,mag ik uw handje even?'', zei bozig: ,,Waar heb je dat voor nodig?'' Maar zulke gevallen zijn er niet veel. Men legt zich gewillig neer bij de talloze ingrepen die het ziekenhuisleven met zich brengt. Geen kwaad woord trouwens over de animo en de vrolijkheid waarmee het personeel het routineprogramma uitvoert. En de dokters besteden bijzonder veel tijd aan het ontmoeten en informeren van hun patiënten die dan even wat minder kind zijn.

Bij het begin van de middag neemt de medische interventie wat af en dan raken de patiënten met elkaar in gesprek. Over elkaars kwalen wordt niet veel gepraat. Het gaat in eerste instantie over waar men vandaan komt – bijna nooit uit Athene – en over wat men van elkaars geboortestreek weet. Politieke discussies worden uit de weg gegaan, zeer opmerkelijk voor dit land. Pas als men helemaal klaar is met de autobiografische details en de familiesamenstelling komen de ziektes aan de orde, en alle kennissen passeren de revue die deze ook al eens hebben gehad.

De stemming is opvallend vrolijk en dit wordt nog heviger zodra bezoek verschijnt. Griekse ziekenhuizen kennen geen bezoekuur, elke dag is bezoekdag. Van hogerhand worden totaal geen beperkingen ingesteld, alleen moeten alle bezoekers de zaal even verlaten als er `intieme handelingen' worden toegepast. Dit geldt ook voor de echtgenoten of dochters die dag en nacht voor hun zieke blijven zorgen – ze zitten vierentwintig uur op een stoel naast zijn bed en zijn voortdurend voor hem bezig met, naar mijn oordeel, eigenlijk overbodige attenties.

Kwantitatief is er hoegenaamd geen beperking aan het bezoek. Om een pas geopereerde die nog een beetje op apagapen ligt, staan en zitten urenlang zeven familieleden die, meestal op luide toon, met elkaar converseren. Leuk dat de neven en nichten elkaar weer eens zien – net als bij een begrafenis.

In mijn eerste ziekenhuis – en dat was een van de redenen dat ik er weg wilde – lag ik naast een jonge Albanese arbeider die op zijn rug was gevallen. Mede dankzij zijn mobieltje was hij voor mij een doorlopende, onverstaanbare geluidsbron. Hij maakte iedereen deelgenoot van zijn wedervaren en op een gegeven moment had hij dertien kameraden om zijn bed. Met wisselend succes probeerde ik het roerende van deze vriendschapsbetuigingen mee te voelen.

Want de voordelen van zulk een menselijke aanpak zijn evident. Aan kleinering ontkom je in geen enkel ziekenhuis, maar een pakketje word je in Griekenland niet. Men wordt er doorlopend aan herinnerd dat men ooit een mens was onder de mensen, een tijdperk dat ook geacht wordt terug te komen.