Met het eigen staal vermoord

VIKINGEN KAMDEN altijd netjes hun haren. Maar evengoed konden ze zonder moeite een heel dorp uitmoorden als dat zo uitkwam. De geslaagde familietentoonstelling Vikingen! in het Centraal Museum laat beide kanten van deze bewogen vroeg-middeleeuwse geschiedenis zien.

In een klein aantal maar goed gepresenteerde voorwerpen met treffende uitleg sluit de tentoonstelling aan bij het moderne positieve beeld van de vikingen als `rijke cultuurdragers'. Maar de vroeger zo beeldbepalende moordpartijen worden niet verheeld.

In het Centraal Museum ontvouwt het leven zich in een vijftal opeenvolgende zaaltjes, die allen voorzien zijn van een `totaal-inrichting'. In het eerste zaaltje zijn we op zee, onder de sterren met bijpassend geluid van wind, water en vaag gezang: de romantiek van het vikingschip. Dan komen we in de schatkamer van een klooster, vol muntschatten en fraaie fibula's. Het Karolingische rijk moet welvarend zijn geweest – in noordelijke ogen.

In de daarop volgende vikingzaal, met op de achtergrond opzwepende volksmuziek, maken we kennis met de landbouwdorpjes en de fraaie schepen in het Noorden. We zien hun scharen, kammetjes en bordspelletjes. De vikingen waren armer, inderdaad, maar eigenlijk verschilde het leven van deze heidense Scandinaviërs niet veel van dat van hun christelijke zuiderburen. Er hangt zelfs een zekere Europese, je zou bijna zeggen: pan-germaanse gezelligheid. De gebieden zijn ook in een groot handelsnetwerk verbonden.

Dan gaan we de bloedkamer in. Zoals in alle zaaltjes is de wand geheel bedekt met passend gedecoreerd doek. Hier is het doek uitsluitend beschilderd met grote bloedvlekken, in de vitrines liggen slechts zwaarden, we horen alleen het eindeloze kleng-kleng van een zwaardgevecht. Subtiel wordt in een informatiebord vermeld dat het Scandinavische staal vrij slap was, Frankische zwaarden waren veel beter. Dus werden die op grote schaal gekocht of geroofd en van een vikinghandvat voorzien. In feite werden de Franken `met hun eigen staal gedood', aldus het bord. Een exportverbod door keizer Karel de Kale haalde natuurlijk niks uit.

En dan komt het pièce de résistance van de tentoonstelling: skeletten van een aantal slachtoffers van de vikingoverval op Zutphen in 882. De botresten van een kind en een vrouw liggen in een vitrine precies zoals ze een paar jaar geleden werden opgegraven. Er liggen ook de gebruiksvoorwerpen die bij de slachtoffers werden aangetroffen: een ketting om een ketel op te hangen, een keukenmes, een aardewerken pot. Aan een kennelijk verloren vikingmuntje zijn de daders geïdentificeerd.

De bezoeker denkt terug aan wat hij las bij de vitrine over het huiselijk leven van de vikingen zelf: dat in de vikingdorpen zal zijn uitgekeken naar de terugkeer van hun rovende familieleden, om de verhalen en om de buit. Door de kennismaking met het `gewone leven' in de eerdere zaaltjes blijft het genuanceerde vikingbeeld behouden, maar duidelijk is waaraan de vikingen hun slechte naam op het vasteland te danken hebben. Het afsluitende zaaltje wordt volkomen gedomineerd door een bombardement van vikinglogo's van moderne bedrijven en instellingen.

Het verhaal van de vikingen wordt op de tentoonstelling goed verteld, voor wie meer wil weten ligt er de mooie en goedgeschreven catalogus klaar, geschreven door Annemarieke Willemsen (€34,90). Het verhaal gaat over de rovers èn handelaren die in de negende en tiende eeuw Noordwest-Europa onveilig maakten en zich vestigden in Normandië, Engeland, Ierland, IJsland, Kiev en uiteindelijk zelfs Sicilië.

In de landen waar ze zich permanent vestigden was het beeld van deze Denen/Noormannen/vikingen altijd al relatief gunstig. Op het continent overheerst het beeld uit de Frankische kronieken, geschreven door monniken die verbijsterd waren door de goddeloze plunderingen van kloosters.

Bevolkingsgroei en politieke onrust in Scandinavië dreef de vikingen de zee op, met hun technologisch zeer geavanceerde schepen, voor handel of roof. Door de militaire zwakte van het Karolingische rijk werd roof aanlokkelijk. Betere verdediging, strakkere staatsorganisatie in Scandinavië zelf èn bekering tot het christendom leidden in de elfde eeuw tot het einde van de vikingtijd. Het oude heidendom was in ieder geval geen rem op bloeddorst. Want zoals in de catalogus te lezen is: `Het Walhalla, waar het eeuwig drinken en eten was, was alleen weggelegd voor de dapperste krijgers. Sterven in de strijd, met name ver van huis, was daarom voor een Viking geen angstaanjagend vooruitzicht: via die weg zou hij zeker in het Walhalla terecht komen.'

vikingen! centraal museum, nicolaaskerkhof 10, utrecht. tot 10 april. toegang €8, tot 12 jaar gratis, www.centraalmuseum.nl