Meerlo Grubbenvorst

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Limburg.

Somber, die herfst? Alleen voor wie somber van zichzelf is. Het landschap bloost, en onder al het hemelnat beweegt het of het gekieteld wordt. Doorweekte grond is een aangename sparring partner voor stap-voor-stap-voeten. Plassen maken hups, modder doet glijden en zorgt voor gegiechel.

Een paarse wolk in de vorm van een aambeeld bepaalde de grimmige hemel, maar die vervaagt en nu valt er sneeuw. Rechtstandig, zonder veel gedwarrel of de vlokken zwaar zijn. Even is het winter, maar de herfst herwint terrein. De sneeuwval stopt, de wind keert terug. Het grijs houdt zich niet langer egaal, het gaat opzij. Wolken buiken uit, zon dondert tussen de takken van de gele bomen door en over de lege akkers. Alles wordt verpletterend van kleur. Berkenbomen lijken fakkels tegen het decor van diepdonkere slanke sparren. Op de heide knalt dik bruin op tegen opgetogen groen. Waarom wordt dit lage licht toch `vals' genoemd? Ik pleit voor `gul licht'. Het verhevigt, het verzwaart. Het verdiept schoonheid die eigen is, maar floreert bij een extraatje. Als dat vals is, is het compliment dat een glimlach losmaakt dat ook.

Verderop versmelten jagers met een veld, een van hen draagt een slap lang lijf in zijn vuist. Een volgende haas zien we opspringen, zich verstoppen en wegspurten.

We belanden op vlonders die ons een moeras invoeren. Het staat diep onder water. Op moseilandjes trekken elzen hun voeten bij zich en krommen hun ijle stammen. Slierten kroos hangen als boa's eromheen. Aan een twijg is een glazen fles gestrikt, met een rode zijden roos erin. Geen briefje, geen geadresseerde. Dat betekent dat de hulde bedoeld is voor iedereen die hem opmerkt. Bij deze: dank u wel.

Het hagelt wat, met minieme brokjes. De hagel wordt natte sneeuw en dan sproeiregen. Het verschil zit 'm in het geluid op mouwen en hoed. Tikjes, plofjes, tapjes. Daar is de zon weer, hij vergult de ademwolkjes van man en omstraalt een vleeskleurige panty in de prikkels. Man: ,,Een overval.'' Ik: ,,Een vrijpartij.'' Of allebei? Eerst het een, dan het ander, dat zal het geweest zijn.

Zandpad wordt frommelig asfalt. Langs velden met verzopen kweekboompjes, kale rozenstruiken en massa's verslijmd uitgebloeide, oranje bloemen waarvan wij het punt niet begrijpen, bereiken we Grubbenvorst. Vrolijke kerels met petten op hun hoofd en een doos in hun armen lopen er overal aan te bellen. Man schaft zich bij zo'n groen uniform een fles rode wijn aan en steunt de Grubbenvorster harmonie.

15 km. Kaarten 24-27 uit: Pieterpad traject II. Uitg. NIVON, 2001. Openbaar vervoer: buslijn 29 (Hermes): Grubbenvorst halte De Vonkel, Meerlo halte Kerk. Inl. tel. 09009292 of www.9292ov.nl . Tel. taxi 0900 2000 150.