Kom maar op met die regen!

Had ik maar zo'n regenjas. Net zo'n lange kanariegele oliejas met zuidwester als Gene Kelly in de titelsequentie van de musical Singin' in the Rain uit 1952. Zo'n jas waarin je als vanzelf gaat dansen en zingen, weer of geen weer, regen of geen regen. Zo'n jas die je vleugels geeft om op een herfststorm te zweven. Tussen de wolken te zeilen. En zachtjes te neuriën: doo-dloo-doo doo-doo. En misschien gaan dan je voeten wel stilletjes bewegen, en tapdansen ze zachtjes over de plassen.

Het moet wel een van de beroemdste filmscènes aller tijden zijn. Niet die met die regenjas, die de film opent, maar die met die paraplu, waarin hetzelfde liedje klinkt waaraan de film zijn naam ontleent. Het is nacht en het regent en Gene Kelly loopt over straat. Het regent en het regent. Maar in het hart van hoofdpersoon Don Lockwood breekt de zon door als hij zich realiseert hoe verliefd hij is. Zo vederlicht verliefd dat hij de regendruppels wel allemaal stuk voor stuk kan kussen.

Regen is onweerstaanbaar. Nee, niet vaak in het echt. Niet tijdens van die donkere novemberdagen waarop glasscherpe druppels uit de hemel vallen en venijnig door je jas heen snijden. Waarop wind en water in een gemene samenzwering je paraplu aan flarden scheuren. Waarop je regenjas 's ochtends nóg nat is. En je schoenen doorweekt. Geen maartse buien zijn dat, geen warme herfstwolkbreuken die je uitnodigen om zonnegeel tussen de pijpenstelen door te walsen.

REGENPOP- & FILM

Maar waar zouden film en popmuziek zijn zonder regen? Zonder eindeloze hemelse huilbuien om een verloren geliefde te bewenen? In Nederland hoort Rob de Nijs' hit uit 1963 `Zachtjes tikt de regen tegen 't zolder raam, 't Ritme van de eenzaamheid' tot de popklassieken. De website www.acarte.org/songs/rain heeft honderden van regenliedjes verzameld. Sommige gaan zelfs over regenjassen, zoals Leonard Cohens `Famous Blue Raincoat', of `An Old Raincoat Won't Ever Let You Down' van Rod Stewart.

En zou de film noir kunnen zonder glimmend natte kasseien, die glanzen als betraande wangen en waarop bedrieglijke maanstralen de eenzame held zijn weg wijzen door de verlaten straten van een vreemde stad? Of de horrorfilm, waarin donder en bliksem en een harde slagregen tegen de ruiten geheid de komst van de geheimzinnige geest in regenjas aankondigt? De website www.lakelandelements.com geeft een overzicht van bijna alle Amerikaanse en een flink aantal Franse films tussen 1950 en 1959 waarin regenkleding gedragen wordt.

Regen maakt meestal melancholisch, maar in Singin' in the Rain maakt hij blij. Zo blij dat Gene Kelly zijn schouders ophaalt en zijn paraplu dichtvouwt. Niets kan hem deren. Hij slentert en hij stampt in plassen, hij glijdt over de stoeprand en danst met een lantarenpaal. Hij laaft zich aan een vloedgolf uit een regenpijp. Hij laat zich schoonwassen, dopen door de elementen: ,,Come on with the rain, I've a smile on my face.''

MELKBUI

De filmanekdotiek wil dat het geen sinecure was om die scène te draaien. Het studiodecor moest worden afgedekt met een zwart zeil waarin gaatjes waren geprikt om het water door te laten. Het dikke wollen pak dat Kelly droeg kromp oncomfortabel bij iedere plens. Hij moest oppassen niet te struikelen in de kuilen die in het wegdek waren gehakt om regenpoelen te creëren. Maar de stortbuien die uit de ,,stormy clouds so dark up above'', de stormachtige wolken daarboven, naar beneden klaterden waren gemaakt van een mengsel van water en melk. Kijk, dat is nou weer mooi: een held die zich baadt in een wolkbreuk van melk.

Toch is de regenjas die Gene Kelly in Singin' in the Rain draagt niet de beroemdste regenjas uit de filmgeschiedenis. Die behoorde toe aan Peter Falk, in zijn bekendste rol als inspecteur Columbo. Columbo droeg een Spaanse jas, van het merk Cortefiel, die waarschijnlijk geen regenbuitje overleefd zou hebben. Hij is te kort en te dun. Columbo's morsige regenjas is, zoals schrijver William Harrington hem ergens laat zeggen, meer een draagbaar archief, waarin hij alles bewaart en verzamelt wat hij gedurende een dag de moeite waard acht. Clues natuurlijk, en kleine stukjes veronachtzaamd bewijsmateriaal, dat piepkleine opschrijfboekje en zijn afgelikte potloodje. Maar in de loop van de afleveringen zie je de meest wonderlijke dingen uit zijn zakken tevoorschijn komen: van hondenkoekjes tot snoepjes, kranten en een thermoskan en in een aflevering zelfs een hardgekookt ei en een zoutvaatje. Columbo's jas is een huiskamer, een tweede huid. En dat is precies het kenmerk van een goede regenjas: hij laat zijn drager erin verdwijnen, een beetje onzichtbaar worden.

Niet voor niets is de regenjas, in het bijzonder het van de militaire kledij afgeleide trenchcoat-model, ook bij uitstek het anonieme kostuum van zowel detective als misdadiger. Alain Delon, Humphrey Bogart, ook Piet Römer als de Amsterdamse rechercuer Baantjer en zelfs de stuntelige inspecteur Clouseau van Peter Sellers konden net zomin zonder hun vermomming, als de gangsters die ze op hun pad vonden. Maar ook de journalist is niets zonder zijn regenjas, zoals Kermit de Kikker in zijn rol als reporter steevast bewijst, net zomin als de advocaat, de spion en Mr. Hulot van Jacques Tati, die het liefste nog als hij op vakantie naar het strand gaat zijn jas aanhoudt.

LOOPGRAVEN JAS

De geschiedenis van de regenjas begint ergens halverwege de negentiende eeuw. Tot die tijd beschermde men zich tegen de elementen in dicht geweven wol of leer. Stug en ongemakkelijk. De voortschrijdende industriële revolutie vroeg niet alleen om materialen waarin men zich sneller en gemakkelijker, want efficiënter kon voortbewegen, de techniek bracht ook de uitvinding van waterdichte materialen dichterbij, een proces dat nog steeds niet ten einde is.

De regenjas die Gene Kelly in Singin' in the Rain draagt is een erfgenaam van de zogeheten Macintosh, genoemd naar de Schotse chemicus die met afvalstoffen van de olie-industrie, als teer en naphtha, en vloeibaar rubber tussen twee lagen textiel geplakt garant stond voor de eerste `waterproof' regenjas. Het patent dateert van 1823. Winnie the Pooh-bedenker A.A. Milne vereeuwigde de revolutionaire vinding zelfs in een kindergedicht: `John had great big waterproof boots on/ John had a great big waterproof hat/ John had a great big waterproof Macintosh/ And that (said John) is that' (`John had hele grote waterdichte laarzen aan, John had een hele grote waterdichte hoed, en dat (zei John) is dat').

En zo is het, in een goede regenjas kun je de hele wereld aan.

De meeste regenjassen stammen uit Engeland, het land waar het in onze gedachten altijd regent. Niet alleen de rubberen Macintosh, maar later ook de vinyl en pvc-modellen, die behalve lakrood of zwart ook best wel eens spannend doorzichtig mochten zijn. Maar ook de Burberry's en de Wellingtons, de oilskin Barbour Coat, het dun geweven gabardine en de raglanmouw voor optimale bewegingsvrijheid. En de trenchcoat, product van de Eerste Wereldoorlog. Alle Britse officieren kregen destijds zo'n pas uitgevonden, warme waterdichte `loopgravenjas' aan – de gewone soldaten moesten het zonder doen in de trenches, de loopgraven. In elk geval overleefde de jas de oorlog.

Het is eenvoudig te bedenken waarom de regenjas vooral in films zo'n belangrijke rol heeft kunnen spelen. Voor de regenscènes hoefden ze het niet te doen. Die kosten alleen maar hoofdpijn en een hoop onhandige nattigheid zoals bij Singin' in the Rain. Een personage dat de scène binnenkwam in regenkleding bracht iets van buiten mee, van een andere wereld, buiten de set, waar het misschien wel onherbergzaam en ontoegankelijk was.

EXHIBITIONISTEN

Maar net zoals elk kostuum dat speelt met onthullen en verhullen is de regenjas natuurlijk ook een seksuele metafoor. Het is zelfs slang voor condoom, een wel heel letterlijke manier om je tegen regenbuitjes en regenachtige dagen vol kinderen of seksuele ellende te beschermen.

In Caution: Murder can be Hazardous wordt de seksuele link weer anders gelegd als een straathoer aan Columbo vraagt: ,,Hey cutie, wanna tell me what's under the raincoat?'' (,,hee schatje, wat zit er onder die regenjas?'') Opeens is hij de vieze man in zijn regenjas, dé Vieze Man natuurlijk, later onsterfelijk gemaakt door van Kees van Kooten.

De exhibitionist die zijn regenjas openslaat om `alles' te tonen, staat lijnrecht tegenover de fantasie van de vrouw die onder haar Burberry niets anders dan een paar jarretelles en pumps draagt. Hoe dichter de regenjas blijft, hoe uitdagender hij werkt. Want hoe dichtgeknoopt, tot de nek toe, de trenchcoat van Catherine Deneuve of de `Mac' van Marilyn Monroe in Niagara Falls ook mochten zijn, onder dat vormeloze gewaad bolden hun vormen en rondingen in de wind.

Kom maar op met die regen!