`Jongeren niet gestuurd door partijen'

Als reactie op de moord op Theo van Gogh laten extreem-rechtse jongeren van zich horen met demonstraties en mogelijk met aanslagen. Sociaal-psychologe Annette Linden weet wat deze jongeren beweegt.

Het komt niet vaak voor dat rechts-extremisten geweld gebruiken. Gebeurt dat toch, dan zijn het vooral jongeren die zich er schuldig aan maken. ,,En niet omdat ze per se zo'n hekel hebben aan buitenlanders. Ze willen met hun acties provoceren'', zegt de Amsterdamse sociaal-psychologe Annette Linden (34). Linden doet sinds 1996 onderzoek naar rechts-extremisme in Nederland. Om te kunnen achterhalen wat hun drijfveren zijn, sprak ze tussen 1996 en 2000 talloze rechts-extremisten en hun leiders.

In Uden brandde twee weken geleden een islamitische basisschool af, in Helden een moskee. De politie houdt in beide gevallen rekening met de betrokkenheid van scholieren met rechts-extremistische ideeën. Linden: ,,Nederlandse jongeren provoceren graag met vreemdelingenhaat. Ze roepen dat Nederland voor de blanken is. Zo kunnen ze zich afzetten tegen de gevestigde orde, maar ook aandacht trekken, en respect verdienen bij andere leden van de groep waartoe ze behoren.''

Afzetten tegen de samenleving, aandacht, spanning, kameraadschap, dezelfde kleding dragen en naar dezelfde muziek luisteren. Dit zijn volgens Linden de kenmerken van de rechts-extremistische subcultuur onder jongeren. ,,Ze zijn zo zichtbaar omdat ze op straat rondhangen. Ze zijn te jong voor de kroeg en hebben vaak geen buurthuis waar ze terecht kunnen.'' Sommige van hen typeert Linden als ,,buitenbeentjes'' die nog rondlopen met essentiële vragen zoals wie en wat ze zijn. Op zoek naar antwoorden shoppen ze soms van groep naar groep, van ideologie naar ideologie. Die komen uiteindelijk goed terecht. ,,Ze zijn creatief en niet afhankelijk van één bepaalde groep voor hun identiteit.''

De jongeren die gebouwen bekladden met nazistische leuzen of allochtonen belagen, worden volgens Linden zelden vanuit een rechts-extremistische organisatie of partij gedirigeerd. ,,De bestuurders van die organisaties houden zich vaak verre van geweld.'' Ze weten dat ze in de gaten worden gehouden door de politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Toch bestaat er volgens haar contact. ,,De bewegingen willen deze jongeren maar al te graag aan zich binden.''

Linden verdeelt rechts-extremisten in vier categorieën: de revolutionair, de bekeerling, de statuszoeker en de aanhang. De laatste categorie kan worden genegeerd. Die bestaat uit zussen, vriendjes of vriendinnetjes en verleent hand- en spandiensten zolang de relatie met een extremist standhoudt.

De revolutionair komt voort uit de rechts-extremistische subcultuur, maar is blijven hangen omdat hij `iets' wil veranderen in de samenleving. Hij is intelligent, vaak afkomstig uit de Randstad. ,,Hij kan zijn begonnen met het molesteren van vreemdelingen, samen met zijn maten. Hij noemt zich politieke soldaat en is haast full time bezig met zijn zaak. Hij verzamelt informatie over de ideologie en verspreidt diezelfde ideologie via blaadjes en via het internet.''

De bekeerling is laaggeschoold. Als hij werkt, heeft hij simpel werk en verlangt hij terug naar de tijd waarin de arbeiders nog meetelden in de samenleving, toen er nog naar hen werd geluisterd. ,,Het zijn mensen die zich in de steek gelaten voelen,'' zegt Linden. ,,Hun Nederlandse buren vertrokken uit de straat en in hun plaats kwamen Turken en Marokkanen. Anderen hebben de schuld aan hun problemen - vaak zijn dat de buitenlanders.''

Maar bekeerlingen zijn geen nazi's, ze zijn niet eens tegen álle buitenlanders. Sloten ze zich in de jaren tachtig en negentig uit protest aan bij Hans Janmaat van Centrumdemocraten, even snel vertrokken ze weer toen die partij te racistisch voor hen bleek te zijn. ,,Ze zijn naïef en reageren emotioneel.'' Ze voelden zich door het politiek correcte denken niet gehoord, omdat hun mening als té extreem werd beschouwd. ,,Pim Fortuyn heeft ze een uitlaatklep gegeven, hij heeft ze eigenlijk minder radicaal gemaakt. Door Fortuyn is hun gedachtegoed algemeen geworden.''

De statuszoeker is hoogopgeleid en heeft bij alle andere politieke partijen en organisaties aangeklopt op zoek naar carrièremogelijkheden en maatschappelijke erkenning. ,,Rechts-extremisme is geen ideologie, maar slechts een instrument voor dit doctorandussenclubje om macht en geld te verkrijgen'', zegt Linden. ,,Ze zijn zich bewust van de risico's van extremistische uitlatingen, dus weten ze zich te gedragen in het openbaar.''

Nederland telt volgens Linden zo'n tweehonderd actieve rechts-extremisten, exclusief de meelopers. Mensen die blijven steken in het extremisme gaan volgens haar niet alleen door vanwege de ideologie. ,,De continuïteit heeft meer te maken met het netwerk dat ze hebben. Dankzij dat netwerk voelen ze kameraadschap. Voor de volhouders wordt het een levensstijl.''

Meestal beklijft het rechts-extremisme niet. Als jongeren hun draai in het leven vinden, een vriendin krijgen en een gezin moeten onderhouden, laten ze het extremisme achter zich. ,,In Nederland is het rechts-extremisme onacceptabel. De sociale controle is groot. Sinds de Tweede Wereldoorlog staat rechts-extremisme in een kwaad daglicht. Sluit je je aan bij een extremistische organisatie, dan verbreken de buren, je werkgever, je familie en je vrienden alle contacten met je.''