Jongens, koppen dicht!

`Ben ik voor', zegt meester Maarten in Amsterdam-West over het plan van de gemeente Rotterdam om witte en zwarte kinderen te spreiden over de scholen. Waarom, dat blijkt uit het Hollands Dagboek van galeriehouder Rob Malasch, deze week daarom op pagina 1. Malasch (1947), geboren te Bandoeng en getrouwd met Aage Hoygaard, loopt stage op de school waar meester Maarten werkt. `Opeens daagt het me: deze kinderen hebben nog nooit de krant gelezen.'

Woensdag 17 november

`Juf Louli is na haar zwangerschapsperiode weer begonnen met werken. Juf Helene is bevallen van een dochter. Ze heet Mare. Juf Thea uit groep 8 is zwanger, kort na de kerstvakantie zal ze met verlof gaan. Ook juf Linda verwacht een baby en zal, als alles goed gaat, werken tot eind maart.' Een terloops bericht onder de kop Personeel in TimoNieuws, de schoolkrant van de Timotheusschool, de Protestants Christelijke Basisschool aan de Lodewijk van Deysselstraat in de wijk Geuzenveld in Amsterdam-West.

Het personeelsbestand in het basisonderwijs is duidelijk gefeminiseerd. Ik sta met directeur Alma in de ochtendschemer op het schoolplein de leerlingen op te wachten. Moeders gehuld in djellaba, met zwarte sjaals, brengen hun kroost naar school. Schichtige blikken naar mijn kant. Er wordt geen woord gewisseld.

Onwillekeurig speur ik naar een blond Hollands kind met dito moeder en schrik zelf van mijn reactie: godzijdank, daar komt er eentje. De troetelautochtoon is binnen.

Voorzichtig vraag ik aan directeur Alma of zij het geen probleem vindt, het fenomeen van bijna alleen maar allochtone kinderen op een Protestants Christelijke school. ,,Nee, als ik naar deze kinderen kijk, dan zie ik geen allochtone kinderen, maar gewoon kinderen. Kinderen zijn kinderen. En de term zwarte school wil ik hier helemaal niet gebezigd hebben. Dat klinkt zo negatief. Wij zijn een kleurrijke school.'' Oeps, zo vroeg op de morgen al op de vingers getikt en de school is nog niet eens begonnen.

Stipt half negen zit ik bij Meester Maarten in groep 6B achter in de klas aan de instructietafel. Dit is mijn stageplek, de komende dagen. Ik heb me aangemeld voor de opfriscursus voor herintredende leerkrachten voor het primair onderwijs. Uit nieuwsgierigheid. Ik wil weleens weten waarover iedereen het heeft, als het over zwarte scholen gaat. En wat directeur Alma er ook over zegt: dit is een zwarte school.

De twintig jongens en meisjes van negen, tien jaar zijn rustig in hun werkschriften hun dagelijkse bordrij aan het overschrijven. Het lijkt wel een scène uit `De Gelukkige Klas'.

Meester Maarten heeft er behoorlijk de wind onder. Op elk kuchje, gefluister en ongecontroleerde beweging van de kinderen volgt onmiddellijk een terechtwijzing. ,,Koppen dicht! Hoor ik daar nou nog wat? Quinten, blijf op je plaats. Jalal, zit niet te klieren. Jaouad. Geef die pen terug aan Youssra. Nee, ik wil nog geen vingers zien. Yassin, ophouden!'' Het beproefde regime van het klassikale onderwijs.

Er mag dan ogenschijnlijk niets nieuws onder de zon zijn, er valt gelukkig nog genoeg te ontdekken: de les digitaal klokkijken. Meester Maarten schrijft een rijtje tijden op het bord en de kinderen moeten het in goed Nederlands opschrijven. ,,In gewone mensentaal, Jaouad! Niet in dat apentaaltje dat jullie thuis brabbelen...'' Jaouad, een Marrokaans jongetje van hooguit tien, probeert tegen te stribbelen: ,,Wij spreken thuis geen apentaaltje. Echt niet.'' Maar wat hebben deze kinderen nog moeite met klokkijken. Daar wordt thuis ook helemaal niets aan gedaan, zegt meester Maarten.

Volgende les: moeilijke werkwoorden en persoonsvormen schrijven. Voorbeeld uit het additioneel woordenschatprogramma: `schrijf de zinnen over in de verleden tijd: 1. De kinderen beleven een spannend avontuur. 2. De meneer handhaaft de straf. 3. Het kind beeft als een rietje.' Meester Maarten loopt tussen de rijen en blijft soebatten of het stil kan zijn.

De meeste kinderen zijn vanmorgen bij binnenkomst al doodmoe; ze zijn veel te laat naar bed gegaan. Ze zitten duf de opdrachten uit te voeren. De hele schooldag blijkt tot op de minuut dichtgeplamuurd met opdrachten uit de verschillende methodes. Daardoor ontstaat een administratie van heb ik jou daar. Bovendien moet dat allemaal ook nog eens nagekeken worden. Maar dat doet meester Maarten desnoods in zijn pauze tussen de middag.

Dan is het speelkwartier. In strakke rijen en natuurlijk muisstil gaan de kinderen het schoolgebouw uit. Om de hoek is een basketbalveldje waar de verschillende groepen kunnen spelen. De kinderen weten wonderbaarlijk genoeg zonder onoverkomelijke vechtpartijen te woekeren met de beperkte ruimte. Er wordt naar hartelust gevoetbald, touwtje gesprongen, maar voornamelijk heel hard geschreeuwd. Alles onder streng toezicht: de meesters en de juffen hebben pleinwacht.

Smachtend steekt meester Maarten een sigaret op. Hij is vanochtend om kwart over vijf opgestaan om rond half acht op school te zijn. Hij woont in Midden-Beemster. ,,Er zijn vaak files, dus neem ik een ruime marge. Bovendien heb ik dan tijd om de lessen goed voor te bereiden.''

Dan klinkt het fluitsignaal en in keurige formaties gaan de groepen weer met de monden op slot terug naar de klas.

,,Koppen dicht! Wat hoor ik toch? Afgelopen met dat gedraai.'' Meester Maarten heeft de kaart van Gelderland opgehangen en de kinderen moeten de plaatsnamen en de streken in de schriften schrijven: Apeldoorn, Zutphen, Tiel, Wageningen, enzovoorts. Als het maar rustig is. ,,Ik wil het helemaal stil. Anders ga ik niet verder met de les'', houdt meester Maarten stug vol. Maar dan opeens valt hij uit zijn rol als ordebewaker en begint luid het lied `Het Land van Maas en Waal' van Boudewijn de Groot te zingen. De kinderen kijken elkaar eerst stomverbaasd aan en moeten dan heel hard lachen. Ze lijken erg gesteld op hun meester, al zegt hij zelf op een bepaald moment: ,,Voor hen blijf ik toch een heiden.''

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat alles wat met het zuivere leren te maken heeft mechanisch gaat: de kinderen zijn zo gedrild dat elke opdracht klakkeloos wordt uitgevoerd. Zonder enige passie, esprit of motivatie. Ze doen wat de meester zegt. Wat ze zelf zouden willen doen hebben ze al heel lang geleden afgeleerd. Is dit nou het Nieuwe Leren? Wanneer mogen de kinderen zelfstandig werken?

Dan is het kwart over twaalf. Het is woensdagmiddag, dus hebben de kinderen vrijaf. Maar ik heb buiten de waard gerekend: er is teamvergadering. Het belangrijkste agendapunt blijkt Theo van Gogh. Alma wil deze teamvergadering gebruiken om ,,met jullie over de volgende vragen te praten: Wat betekenen de gebeurtenissen voor ons als team? Hoe gaan we er mee om richting kinderen?'' Er wordt geopperd om een actie tegen zinloos geweld te houden samen met de ouders en om witte ballonnen op te laten. Van de vijftig leerkrachten houden er vijfenveertig hun mond. Een juf, die zichzelf als allochtoon presenteert – `maar dat kun je bij mij niet zien want ik kom uit Zuid-Afrika' – is lang aan het woord. Directeur Alma grijpt geen enkele keer in. Ik ervaar de discussie als eindeloos, politiek correct gezever. Uiteindelijk wordt besloten een gezamenlijk standpunt in TimoNieuws te plaatsen.

Donderdag

Ooit, om precies te zijn in 1974, was ik onderwijzer in de vijf/zes combinatieklas op de Theo Thijssenschool aan de Westerstraat in de Jordaan in Amsterdam. Volgens de toenmalige pedagogische idealen moest Jetty Perlee, de dochter van de orgeldraaier, ook de kans krijgen om advocaat of chirurg te worden, of ze nu wilde of niet. Het arbeiderskind moest en zou verheven worden. Lang heb ik het niet volgehouden.

Nu zit ik – bijna dertig jaar later – in een klas met vrijwel alleen moslimkinderen in een van de ergste achterstandswijken van Nederland: Geuzenveld, de voormalige thuisbasis van de Tokkies. Meester Maarten laat mij alleen in de klas en ik geef les in grafieken aflezen en interpreteren. Aanleiding is het weerbericht in de krant. De weersvoorspelling luidt: wisselvallig weer. Op mijn vraag wat `wisselvallig' betekent kijkt de klas me schaapachtig aan. Ze hebben er geen notie van.

Ik heb verschillende kranten meegenomen en laat de kinderen de tekens uit de weerplaatjes benoemen. Zelfs met de eenvoudigste symbolen hebben ze veel moeite. Eigenlijk wordt van mij verwacht dat ik ze alles voorzeg. ,,Dat doet meester Maarten ook altijd.'' De kinderen doen heel omzichtig met de kranten. De Telegraaf heeft als grote kop: `Moslims moeten niet zeuren'. Er komt geen enkele reactie. Opeens daagt het me: deze kinderen hebben nog nooit de krant gelezen. Mijn les valt in duigen.

,,Thuis krijgen we alleen maar reclamefolders in de bus'', zegt Nadia. Als pleister op de wonde mag een aantal kinderen de kranten mee naar huis nemen. Ze strijken de gebruikte pagina's voorzichtig glad en vouwen de krant alsof het om een kleinood gaat.

Hoe leven deze kinderen thuis? Nu de les voortijdig is afgelopen, kan ik het best met ze over thuis hebben, vind ik. Wat voor werk doet je vader? Hoeveel broers en zusters heb je? Waar ben je geboren? ,,Ik ben hier geboren, maar ben Marokkaan'', hoor ik iemand roepen.

Ze worden wel heel erg onrustig en schreeuwen door de klas. Ze zijn duidelijk niet gewend om even niets te doen te hebben. In arren moede kopieer ik het gecommandeer van Maarten: ,,Jongens, koppen dicht. Pak nu allemaal je werkschriften en maak je sommen af. De eerste de beste die zijn mond nog open durft te doen...'' Tot mijn verbazing zijn ze ogenblikkelijk doodstil aan het werk.

Na school fiets ik naar mijn galerie Serieuze Zaken waar Aage en striptekenaar Peter van Dongen de komende tentoonstelling `Rampokan Celebes' aan het inrichten zijn. Deze tentoonstelling is een ode aan mijn land van herkomst: het toenmalige Nederlands-Indië. Mijn Indische achtergrond heeft voor mij nooit zwaar gewogen. We hebben in Amsterdam toch al het Tropenmuseum. Maar op de een of andere manier bleef het werk van Van Dongen mij intrigeren. En nadat ik hem op de Haarlemse Stripdagen ontmoette, heeft het eerste deel `Rampokan Java' me beziggehouden. Een tentoonstelling is dan gauw geregeld.

Al het werk is gelukkig al ingelijst, maar moet nog opgehangen worden. Morgen opent de tentoonstelling. De telefoon gaat onophoudelijk. Men vraagt naar rekeningen, waar ik blijf, of foto's kunnen worden opgehaald en wanneer het glas voor de vitrines kan worden bezorgd.

Ten slotte vlucht ik met een doos vol strips en boeken over Tempo Doeloe naar het Spui om de etalage van Nieuwscentrum Athenaeum in te richten. Herm Pol is alleraardigst en ziet dat ik uitgeput, half overspannen ben. Hij stelt voor om zelf de etalage in te richten.

Thuis begin ik in Schoolstrijd - Ouders op de bres voor beter onderwijs, het eerste boek van het Amsterdamse gemeenteraadslid Karina Schaapman. Naar aanleiding van haar boek Zonder Moeder en omdat ze ook een Indo is, heb ik haar gevraagd om de tentoonstelling van Van Dongen te openen. Doodmoe val ik in bed. Ik hoor nog net Aage binnenkomen. Onze kat Sheila wil eten.

Vrijdag

Het is er deze week een beetje bij ingeschoten, maar vandaag trek ik alsnog mijn veertig baantjes in het Sloterparkbad. Heerlijk.

Aage en Peter zijn alweer druk bezig in de galerie. Potloodschetsen, postzegels, boekomslagen, zeefdrukken en gouaches liggen nog lukraak door elkaar. Het is al twaalf uur en er moeten nog duizend dingen geregeld worden. Wie gaat de drank serveren? Wanneer wordt de prijslijst gemaakt en waar worden de boeken opgestapeld voor de signeersessie? Moet Ernst Jansz voor of na Karina Schaapman zijn toespraak houden en waar gaat hij zingen?

Op een of andere manier lukt alles op het nippertje en om klokslag vijf ziet de galerie er weer pico bello uit. Mijn krasse vader (bijna 80) en mijn zus Annita zijn de eerste bezoekers. Mijn onderwijzeres van de St. Michael ULO, Maya Paques-Koster alias Maya Soerabaja, en Dik Visser, mijn leraar Nederlands aan de kweekschool Magister Vocat, hebben zelfs de moeite genomen om te komen kijken. Er zijn sowieso veel Indo's komen opdagen. De sfeer wordt hierdoor buitengewoon senang. De galerie stroomt letterlijk vol.

Er wordt veel gefilmd en geflitst. Het begint wel erg veel te lijken op een levendige Koempulan, een moderne variant van de Pasar Malam. Schaapman en Jansz houden hun toespraken. Beiden hebben meteen alle aandacht. Iedereen moet een traantje wegpinken als Ernst Jansz zijn song De Overkant akoestisch uitvoert, staande op tafel.

Er wordt gelukkig stevig gekocht. Ik kan veel rode stippen plakken. Peter van Dongen moet de hele avond zijn boeken signeren, maar hij straalt. Met een klein gezelschap dineren we in restaurant het Stuivertje in de Hazenstraat.

Zaterdag

Vroeg naar de Noordermarkt voor mijn wekelijkse boeket aan verse kruiden en ander gezondheidsvoer. Een verslaving. Daarna een snelle fietstocht Rondje Sloterplas. Net op tijd kan de galerie om twaalf uur openen.

Gegeten bij goede vriend Jan. Samen met zijn Marokkaanse vriend Yakine heeft Jan zich uitgeleefd in een Californische fusionschotel: gestoomde babygroenten met gegrilde tonijn. Gelukkig geen couscous.

Yakine heb ik eigenlijk nog nooit als Marokkaan beschouwd. Volledig geïntegreerd dus. Hij heeft het zwaar de laatste tijd. ,,Ik ben opgevoed als moslim. Maar dat heb ik allang achter me gelaten. Waar hoor ik thuis? Als je toch ziet hoe Nederlanders en Marokkanen op mij reageren. Daar wordt je echt niet vrolijk van. Religie maakt zoveel stuk.'' Jan schreeuwt vanuit de bijkeuken: ,,Alle religieuzen het land uit. Behalve mijn man!''

Zondag

Cool down. Op de dag des Heren fiets ik vanaf mijn huis aan de Lauriergracht via de Jan van Galenstraat naar Geuzenveld-Slotermeer. Deze route lijkt op een sociologische dwarsdoorsnede van Amsterdam: vanuit het gouden getto – de grachtengordel – via de modale Baarsjes naar de zuinige Mercatorbuurt tot aan de zogenaamde achterstandswijken: Overtoomse Veld-Osdorp en Geuzenveld. Op de plek waar nu de Timotheusschool staat stonden begin jaren zestig de houten noodlokalen van de Rooms-Katholieke Lourdes lagere school waar ik op zat.

Geuzenveld-Slotermeer is de buurt waar ik opgegroeid ben. De afgelopen jaren ben ik er vrijwel niet geweest. Er is veel veranderd. Als opgroeiend kind heb ik me nooit gerealiseerd dat wij immigranten waren, vintage allochtonen. Indische Nederlander is eigenlijk ook zoiets als Nederlander van Marokkaanse afkomst. Al rondrijdend zie ik veel islamitische ondernemingen, van slagerijen tot meubelpaleisjes. Waar zijn al de Indische toko's van weleer gebleven? Waar zijn ze gebleven, al die Indische gezinnen? Hebben de Indo's zich binnen een generatie zo weten aan te passen aan de Nederlandse cultuur dat ze met succes deze wijk vaarwel konden wuiven? Aanpassen, je afkomst verloochenen. Heeft de tijd me ingehaald? Zijn dit nou existentiële vragen?

Deze buurt roept gevoelens van weemoed en verlangen op. Voor het eerst merk ik dat de school door een hoog, stalen hek van de buitenwereld afgesloten is. Geuzenveld blijft de wijk van de goede bedoelingen.

Snel terug naar de stad. Kijkdag bij Veilinghuis Christie's. Het volledige oeuvre van Toon Hermans wordt te koop aangeboden. Wat een amateuristische smeerboel. Zal ongetwijfeld veel meer opbrengen dan verwacht, de smaak van de vermogende Nederlanders kennende.

Maandag

Meester Maarten heeft drie uur (!) in de file gestaan. Op het bord staat de rij moeilijke woorden voor deze week met onder meer de intrigerende zin: de oude vrouw had de hele nacht in haar stoeltjeslift vastgezeten. De kinderen zijn gespannen, want er wordt vandaag een toets afgenomen. De tafeltjes worden apart gezet en bloedserieus maken ze de dertig opdrachten. Het is een toets leeswoordenschat. Ik mag de toetsen nakijken. Van de dertig vragen hebben de meeste kinderen er zeker vijfentwintig fout. En een paar kinderen hebben alles verkeerd ingevuld. Dat is toch behoorlijk schrikken. Maarten is er laconiek onder: ,,De toets is te moeilijk. Toch hebben ze het allemaal al in groep 4 gehad. Ze vergeten het weer. Maar er wordt thuis ook niks aan gedaan. Heel frustrerend.''

Met Frans van de Hemel, de intern begeleider van de school, spreek ik na de middagpauze. ,,Deze kinderen spreken alleen op school Nederlands. Thuis wordt Marokkaans, Berber, Turks of een andere eigen taal gesproken. Het probleem is het verschil in cultuur van de kinderen thuis en op school. Er ontstaat noodgedwongen een dubbele loyaliteit: twee werelden. Daar worden ze behoorlijk schizofreen van. Thuis straft vader nog genadeloos, met klappen en de zweep. Op school luidt de regel van de week: we blijven van elkaar af!''

Deze kinderen moeten zich staande zien te houden in verschillende werelden. Van Turkse en Marokkaanse dochters wordt veel minder verwacht dan van de zonen. Vooral de Marokkaanse jongens worden stinkend verwend door hun moeders. Voor vader zijn ze bang. Een normaal mens zou er toch op zijn minst moedeloos van worden, denk ik hardop.

Van de Hemel daarentegen vindt zijn baan uiterst dynamisch. Hij is, met toestemming van het ministerie, een experiment begonnen: negen jaar basisonderwijs voor taalzwakke allochtone kinderen.

Dan moeten de kinderen begeleid worden naar het schoolzwemmen. In de bus zijn de jongens en meisjes uitzinnig en dus is het een kabaal van jewelste. Maarten heeft een fluit en na het signaal is iedereen weer even rustig. In het Sloterparkbad aangekomen, wordt in de holle kleedkamer weer geschreeuwd. Weer snerpt het fluitsignaal. Er wordt uiterst omslachtig omgekleed. Jongens en meisjes gescheiden. Het is al iets bijzonders dat deze groep samen mag zwemmen.

Daar kan op de islamitische school, die na ons komt zwemmen, natuurlijk geen sprake van zijn. Er mag zelfs geen jongen in het zwembad aanwezig zijn, als de jonge dametjes vrijwel volledig gekleed onder toezicht van een struise Turkse moeder in de gang wachten. Ik kan het niet laten om even mijn kop door de deuropening te steken. Een collectief ijselijk gegil kaatst door de hal. Kan deze maatregel tot perverse preutsheid zo snel mogelijk afgeschaft worden?

Dinsdag

Lees in de schoolkrant: `Terug op de Timotheusschool, een school als opmaat tot maatschappelijk succes en persoonlijke ontwikkeling. Wist u dat Nigel de Jong, voetballer bij Ajax, bij ons op school heeft gezeten! Hij is naast een goede voetballer ook ambassadeur van het Emma Kinderziekenhuis en van de Nierstichting.'

Elke werkdag is om klokslag acht uur het hele team – zo'n vijftig vrouwen en vier of vijf mannen – bijeen. Directeur Alma laat een klokje klinken en meldt dat er behoorlijk wat zieken zijn en dat er verschillende groepen opgesplitst moeten worden. Ze drukt iedereen ook op het hart om er toch voor te zorgen dat de ouders op de komende ouderavond verwacht worden. Laat de kinderen het hun ouders zeggen.

Nog voordat de school is begonnen, is op het schoolplein een stel rabiate, Marokkaanse jongetjes de boel aan het verzieken. Er wordt flink gevochten en gekrijst. Er wordt ingegrepen door Maarten. Een van de boosdoeners wordt in zijn kraag gevat. Onmiddellijk staat zijn overbezorgde moeder aan zoons zijde. Haar zoontje speelt de vermoorde onschuld. Moeder en Maarten zijn in gesprek. Ik hou het jongetje in de gaten. Hij kijkt me triomfantelijk aan. Achter mij roept een meisje iets in het Marokkaans of Berbers.

Een andere jongen komt opgewonden naar me toe en zegt dat het meisje iets heel smerigs over mij geroepen heeft. Wat dan? ,,Het is zo vies, meester. Ik mag het niet herhalen, zo vies is het.''

In de klas zijn de kinderen behoorlijk onrustig. Maarten is chagrijnig en er wordt ook nog een extra rekentoets uitgedeeld. Hij laat de kinderen weten dat deze ook nog meetelt voor het rapport. Ze zijn geïntimideerd en gaan rustig aan het werk.

In de Sprinter naar Haarlem voor de opfriscursus `herintredende leraren primair onderwijs'. Vanavond hebben we intervisie: het fenomeen `reflectiespiraal' wordt in onze groep geïntroduceerd door de altijd enthousiaste coach Yvonne Koning.

We zijn inmiddels bekend met het nieuwe idioom in het onderwijs. Een stage heet nu een snuffelstage. We mogen zelf leervragen bedenken. De termen adaptief onderwijs, het derde-generatiecurriculum, competenties, assessments & portfolio's, reflecteren, analyse en persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) vliegen over de tafel alsof het borrelnootjes zijn.

Het Rotterdamse voorstel om leerlingen te selecteren met hulp van wachtlijsten op etniciteit komt ter sprake. Ik blijk de enige die op een zwarte school stage loopt. ,,In Heemstede hebben we daar geen last van'', zegt een mede-cursiste. Einde onderwerp.

Om half elf 's avonds terug in de Sprinter. Vanaf vanochtend half zeven in touw. Lees toch nog in bed het nieuwste boek van Sytze van der Zee: `Dochters van Kadija', over het getormenteerde leven van Marokkaanse meisjes. Veel kommer en kwel: uitgehuwelijkt, moeder dodelijk verongelukt voor hun ogen en nog meer misère. Toch proberen ze nog wat van hun leven te maken. Ze blijken sterker dan ze zelf dachten. Heerlijk om te lezen, want heel erg goed geschreven.

Woensdag 24 november

,,Ben ik voor. Die Rotterdamse aanpak met wachtlijsten. Maar of het zal lukken?'', zegt Maarten. Op deze school zitten 438 leerlingen, van wie 97 procent afkomstig uit een andere cultuur. Voornamelijk Marokkaans (51 procent), Turks (38 procent) met voor de rest kinderen uit Suriname en de Antillen en ten slotte een twintigtal autochtone kinderen. Hoe krijg je zo'n school nou half om half? Niet met medewerking van de ouders, zoveel is duidelijk als ik aan een van de Marokkaanse moeders denk van nog geen dertig jaar, maar alweer in verwachting van het zevende kind. Het gezin geniet een uitkering.

Alle goede bedoelingen ten spijt: het moet nog erger worden dan het al is, voordat het beter wordt. Bestaat er nog zo iets als wederzijds begrip? Niet voor niets zijn de juffen en meesters zo streng. Hebben ze eigenlijk wel een keus? Ik heb grote bewondering gekregen voor Maarten die per slot van rekening de mooiste jaren van zijn leven spendeert aan het opvoeden van andermans kinderen. Wordt dat nog in dank afgenomen? Waar doet hij het eigenlijk voor? Onderwijzer blijkt een veel zwaardere baan dan ik aanvankelijk dacht.