`Ik kwam aan hun portemonnee'

De Amerikaanse skeelerkampioen Chad Hedrick (27) zette vorig seizoen de Nederlandse schaatssport te kijk met het winnen van de wereldtitel allround. Dit voorseizoen leert hij wat verliezen is. ,,Ik piek pas in februari en maart.''

Eric Heiden, Greg LeMond, Lance Armstrong. Drie Amerikaanse topsporters die de reputaties van Europese schaats- en wielerkampioenen aan diggelen reden. Met de blik op oneindig, maar zeker niet met het verstand op nul, zorgden ze voor een stille revolutie in hun tak van sport. Ze koppelden een vooruitstrevende trainingsmethode aan een ijzeren winnaarsmentaliteit. Amerikaanse topsporters hebben een hogere pijngrens, zo lijkt het. En Texanen zijn de Amerikanen onder de Amerikanen. ,,In onze staat hebben de mensen nog meer zelfvertrouwen dan elders'', vertelt schaatser Chad Hedrick, inwoner van de miljoenenstad Houston.

Zijn stevige handdruk en vriendelijke oogopslag geven je bij de eerste kennismaking een gevoel van warmte én nederigheid. Hij is een vriendelijke gesprekspartner, dat zeker, maar hij laat niet met zich spotten en tijdens het anderhalf uur durende onderhoud toont hij ook geen spoor van twijfels. Hij heeft zijn zinnen gezet op olympisch goud en niets of niemand zal hem tegenhouden. Na de Winterspelen van Turijn, in februari 2006, neemt hij afscheid van de schaatssport. ,,Dan heb ik niks meer te winnen en een Texaan wil nu eenmaal altijd winnen. Dus ga ik in zaken. Ik zoek telkens een nieuwe uitdaging in mijn leven'', vertelt hij aan de vooravond van de wereldbekerwedstrijden in Heerenveen.

Hedrick heeft dezelfde uitstraling als zijn vastberaden landgenoten Heiden, LeMond en Armstrong. En toch leeft hij allesbehalve als een monnik, bewijst hij tijdens het vraaggesprek waarin hij voortdurend het vrouwelijk schoon in de hotellobby in Oranjewoud observeert. Hij staat ook bekend als een stevige drinker, onder het mom: je moet niet in stilte van het succes genieten. ,,Een paar biertjes na afloop van een toernooi kunnen helemaal geen kwaad. Je moest eens weten hoeveel alcohol mijn vrienden op de universiteit gebruiken. Zij zijn jaloers op mijn buitenlandse reizen, ik ben jaloers op hun feestjes. Zij zouden dolgraag met me willen ruilen. Sommigen zijn nog nooit buiten Texas geweest. Ik heb al 33 landen bezocht. Ik reis al vanaf mijn zestiende de hele wereld over. In dat opzicht ben ik een bevoorrecht mens.''

Monnik of niet, zijn erelijst kan wedijveren met de prijzenkast van zijn illustere voorgangers. Hij behaalde elf wereldtitels, waarvan negen op skeelers. Vorig seizoen zorgde hij voor een revolutie in de conservatieve schaatssport. Anderhalf jaar na zijn eerste stappen op een 400 meterbaan won hij in Hamar de wereldtitel allround. In zijn kielzog werd zijn landgenoot Shani Davis tweede op het WK. De tegenpolen hebben elkaar sindsdien nauwelijks meer gezien. ,,We zijn geen buren. Hij woont in Calgary en ik woon in Salt Lake City'', verklaart Hedrick. Bellen of mailen ze elkaar misschien? ,,Nee, we zijn nu eenmaal totaal verschillende dieren'', zegt de blanke over de zwarte sportman. Next question, please.

Davis is afkomstig uit het shorttracken en houdt zich tot januari 2005 bezig op de kortebaan. Hedrick heeft zich het hele seizoen op de langebaan gestort; het skeeleren doet hij alleen nog in zijn vrije tijd. Op wieltjes was hij tussen 1994 en 2002 de beste rijder ter wereld. Hij had zijn hoop gevestigd op de Zomerspelen van Atlanta, waar de inline-skaters tot de olympische familie wilden gaan behoren. Het feest ging niet door en via een ongebruikelijke omweg gaat Hedrick bij de Winterspelen van Torino tien jaar later alsnog voor goud. ,,Als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks'', zegt de derdejaars beroepsschaatser met een grijns die op afroep beschikbaar lijkt.

De fotograaf heeft even later dezelfde ervaring. Hij hoeft geen cheese te zeggen tegen de topsporter die zich ook graag als zakenman afficheert. Zo vraagt Hedrick deze ochtend aan een fotograaf van een andere krant of die volgende week met hem een studio in Amsterdam wil afhuren. Hij hoopt zijn Amerikaanse manager bij thuiskomst te verrassen met een professionele fotosessie, vandaar. ,,Ik moet concurreren met jongens uit de NFL (Amerikaanse football-competitie, red.) en die kerels zijn zo beroemd dat ik er als betrekkelijke nobody een schepje bovenop moet doen'', zegt de veelverdiener van de Nederlandse schaatssponsor DSB. Als skeelerkampioen had hij het afgelopen decennium al een oudedagsvoorziening bij elkaar gereden.

Op het stroeve asfalt of op het gladde ijs: de ondergrond vereist een andere techniek, maar dezelfde vechtersmentaliteit. Hedrick noemt het niet typisch Amerikaans, hoewel hij de verschillen met zijn Europese collega's onderkent. ,,Neem alleen al de ploegenachtervolging die dit seizoen wordt verreden. Jullie hebben bedacht dat de tijd van de nummer drie geldig is. Ik zou dus altijd voor de eerste tijd kiezen. Jullie denken traditioneel, wij denken liever in hoge snelheden.''

De wil om te winnen heeft hij van zijn vader Paul, eigenaar van een skeelerbaan in het noorden van Houston, waar hele gezinnen feesten en partijen komen vieren. ,,My dad was een strenge leraar. Hij heeft mijn persoonlijkheid gevormd. Veel kinderen in mijn skeelerklas haakten af. Zij konden het niet meer opbrengen keihard te trainen. Ik behoorde tot de overlevers, net als een vriend die later brandweerman werd. Hij heeft met zijn beroep ook veel medailles gewonnen en heeft met blussen veel snelheidsrecords gebroken. Daarvoor heeft hij mijn vader laatst nog bedankt.''

Hedrick herkent zich ook in de Amerikaanse president, die voor zijn politieke carrière eigenaar was van de honkbalclub in Houston. Nee, hij heeft begin deze maand niet gestemd, maar George Bush junior had zijn voorkeur. Straatvechters onder elkaar. ,,Ik praat liever niet over politiek'', zegt hij aarzelend om vervolgens een tirade te beginnen. ,,Waarom zijn jullie Europeanen zo negatief over onze president? Het lijkt wel alsof Michael Moore (Amerikaanse regisseur die anti-Bush film maakte, red.) jullie heeft gehersenspoeld. Of de Europese pers, want die heeft tijdens de verkiezingen ook een hetze gevoerd. Jullie vergeten hoeveel onschuldige Amerikanen zijn gedood op 9/11. Elk land moet zichzelf zien te verdedigen. Daar komen jullie nu ook achter.''

Schaatsen zal in de Verenigde Staten altijd een kleine tak van sport blijven. In het land van hoger, sneller en verder vergelijken ze een rechtstreekse uitzending van de 10.000 meter met het kijken naar groeiend gras. Hedrick erkent het probleem, maar toont zich ook in deze discussie een geboren optimist. ,,De Spelen in Salt Lake City waren een stepping stone. Daar hebben de Amerikanen met hun medailles mooie reclame gemaakt voor onze sport. Eric Heiden [zijn huidige teamarts die in 1980 op de Spelen van Lake Placid vijf keer goud won] moest het destijds helemaal alleen doen. Nu zijn we met een heel stel mensen, dat is in ons voordeel. De Amerikaanse tv-stations besteden steeds meer zendtijd aan het schaatsen, maar ik geef toe: het is een langzaam proces. En net zo rijk en populair als de honkballers en de basketballers zullen we wel nooit worden'', zegt de man die bij de uitverkiezing tot sportman van zijn stad als dertigste plaats eindigde, op ruime achterstand van de Chinese basketbalreus Yao Ming van de Houston Rockets.

Hedrick heeft ook een verleden als ijshockeyer, wat hem op de schaatsbaan nog goed is aan te zien. Hij beweegt zich niet glijdend, maar duwend voort. Zijn houterige manier van rijden hoopt hij de komende twee jaar onder leiding van zijn Nederlandse coach Bart Schouten bij te schaven. Zo wil hij de schaatsen meer naar voren afzetten en niet opzij, zoals hij op skeelers gewend was. Hij wil subtiele veranderingen doorvoeren zonder zijn `eigen stijl' geweld aan te doen.

Hij vertelt mondsjesmaat over zijn schaatsgeheimen en wil de concurrentie niet wakker schudden. De double-push blijft in elkaar gehandhaafd. De zogenaamde `dubbele duw' is zijn handelsmerk. ,,Mijn beentempo is hoger, omdat ik bij het skeeleren korte slagen maakte. Daarom hoef ik ook niet van die sterke benen als Rintje Ritsma of Gianni Romme te hebben. Ik moet de ideale mix van verschillende stijlen zien te vinden.''

Schouten stond in 2002 als trainer aan de basis van het olympisch goud van Derek Parra. De beelden van de kleine Amerikaan met de Mexicaanse voorouders staan nog op het netvlies van Hedrick. ,,Ik weet nog goed dat ik in Las Vegas aan een skeelertoernooi meedeed, toen ik Derek op de tv zag huilen van geluk. We kennen elkaar nog van het skeeleren. Ik dacht: wat hij kan, kan ik ook. Een half jaar later stond ik op de Olympic Oval in Salt Lake City op het ijs. Iedereen lachte me uit: ik droeg een helm en scheenbeschermers, wist ik veel. En mijn manier van rijden leidde tot hilariteit. Ik zie de Nederlanders nog staan lachen langs de kant, toen ze mij over het ijs zagen gaan. Nu weten ze wel beter; het gaat niet om de schoonheidsprijs, je moet als eerste over de finishlijn komen.''

De relatie met de Nederlandse concurrenten is nog steeds afstandelijk. Volgens Hedrick is er sprake van gezonde, wederzijdse rivaliteit. ,,Ik kwam vorig seizoen aan hun sport én aan hun portemonnee niet te vergeten. Mensen gaan zich anders gedragen als er geld in het spel is.'' Zelf schaatst hij voor zijn eergevoel, om zijn grenzen te verleggen. ,,Geld ligt bij de bank, dat is iets onzichtbaars. Ik zal ook nooit om financiële redenen blijven schaatsen, zoals sommige oudere jongens nu doen. That's a waste of time.''

Hedrick heeft de Nederlandse schaatsers vorig seizoen ,,wakker geschud'' met zijn wereldtitel allround en zijn wereldtitel op de 5.000 meter; anders kan hij hun supertijden van de voorbije weken in Hamar en Berlijn niet verklaren. ,,Ze weten weer waarvoor ze moeten knokken'', denkt hij. Zelf leerde hij tijdens de wereldbekerwedstrijden weer wat verliezen is. Hij had daar aanvankelijk flink de pest over in, om er vervolgens positieve energie uit te putten. ,,Beter nu dan volgend jaar in Turijn. Oké, ik haat verliezen, maar zodra ik de oorzaken weet, kan ik er mee leven. Ik ben nog niet honderd procent, wil pas pieken in februari en maart, als de prijzen verdeeld worden. Het zou me verbazen als de Nederlanders dan nog zo hard gaan. Zo'n tempo is niet vijf maanden vol te houden.''