Ik hoor vanavond wel van Richard wat er is gebeurd

De moeder, Henny (51): ,,Hij plaagde zijn nichtje en zussie heel graag. Dan gingen ze janken en dat vond hij schitterend. Een kleine, ondeugende sodemieter, zo was Richard als kind.''

De vader, Joop (52): ,,Het was geen jongen van narigheid ofzo hoor. Niet dat hij iets ergs uitvrat.''

Henny: ,,Kwajongensstreekjes. Nooit geen politie aan de deur gehad voor hem. Ja, behalve die ene keer dan. Helaas.''

Joop: ,,Met school moesten we hem wel achter zijn vodden aanzitten.''

Henny: ,,Daarin was hij heel makkelijk. Zo van: dat komt allemaal wel.''

Joop: ,,Als puntje dan bij paaltje kwam, redde hij het altijd. Toen hij van de mavo kwam, in '97, wist hij niet wat hij moest doen. Toen zijn we naar een school geweest in Den Haag. Dat was slim van die lui: vlak voor die open dag heeft een leraar daar hardhout staan schaven. Toen kwamen we daar binnen, rook het er echt naar hout. Richard zei meteen: dit wil ik. Maar hij had nog nooit een spijker in een plank hout geslagen. Ik dacht: wat moet die jongen worden? Ik dacht: kan hij dat wel? Maar die leraar vertelde dat ze binnen twee maanden leren timmeren.''

Henny: ,,Wij hebben altijd gezegd dat je mag leren waar je zelf zin in hebt en je je gelukkig bij voelt. Je moet gewoon doen waar je zin in hebt. Vroeger was dat bakker of kok bij hem. Maar ja, dan ben je altijd in de weekenden de klos, als iedereen vrij heeft moet jij werken. Uiteindelijk vond hij dat ook maar niks. En in de timmerwereld kon hij nog wel meer gaan verdienen dan zijn zusje of zijn broer, die heeft bedrijfskunde gestudeerd. Een goede vakman is nooit weg, toch?''

Joop: ,,Hij wilde eerst een paar jaar timmeren en dan door als aannemer...''

Henny: ,,Makelaar. Want in de bouw, da's zwaar werk, daar word je niet oud.''

Joop: ,,Hij wilde liever niet de kant van de bouw uit, meer richting onderhoudswerk. Keukens plaatsen, dat soort werk, vond hij prachtig. En het fijne timmerwerk. Zijn hart lag niet echt bij nieuwe huizen bouwen, tot je knieën in de blubber of een week achter mekaar deuren afhangen. Nee, hij wilde een vakman worden.''

Henny: ,,Toen hij stage liep, was hij niet ontevreden. Alleen moest ik hem om half zes wakker maken, want om zeven uur moest hij beginnen. Op het laatst hoefde ik hem niet meer te roepen. Richard had het er goed naar z'n zin.''

Joop: ,,Als ik hier in zijn oude agenda kijk, zie ik staan wat hij moest doen. Kijk, hier, plafonds maken, of hier: raam aftekenen. En dan staat er ook wanneer iemand van zijn opleiding kwam om te controleren.''

Henny: ,,Ik heb hier een cijferlijst van zijn school. `Democratie in Nederland': 7,1. `Relaties en rolpatronen': 8,2. `Verzorging van wieg tot graf': 8,7. Nu ik zo in zijn spullen zit te neuzen, voel ik me net een inbreker. Een indringer. Daarom zit ik nu weer eens lekker te janken. Weet je, alles op zijn kamer staat nog, ligt nog, hangt nog.''

Joop: ,,Vanaf de dag dat hij weggegaan is.''

Henny: ,,Hij werkte al sinds 2000 in Scheveningen.''

Joop: ,,Daar had hij een leermeester, die man die toen ook verongelukt is. Daar kon hij het goed mee vinden.''

Henny: ,,Als een soort vaderfiguur.''

Joop: ,,Die man was 54 en wilde gaan afbouwen. Was vrijgezel en vond het nog wel even prachtig, zo'n jonge knul erbij. Samen deden ze alles wat er voorhanden was. Wapening aanbrengen, stempels, bekisting.''

Henny: ,,Hij werd er wel moe van, maar niet uitgevloerd of zo. Als hij rond half zes uit z'n werk kwam, stond hij altijd gelijk onder de douche. Daarna wat eten, wat voetballen of tv kijken.''

Joop: ,,Toen ik op 29 augustus 2001 op mijn werk kwam, zette ik de radio aan. Het was kwart over acht en het nieuws was net afgelopen. Toen kwam er zo'n nagekomen bericht: ongeluk gebeurd bij de bouw in Scheveningen. Twee bouwvakkers waren omgekomen. Mijn haren gingen natuurlijk gelijk overeind staan, ik wist dat Richard daar zat. Maar ja, dan denk je: er werken honderd bouwvakkers in Scheveningen. Zolang ik niks hoor, zal het wel goed zijn. Via de computer heb ik nog op teletekst gekeken maar daar stond alleen maar dat er een ongeluk was gebeurd. `Later volgt meer', staat er dan. Ik dacht nog: ik hoor vanavond van Richard wel wat er gebeurd is.''

Henny: ,,Ik kwam aan het eind van die ochtend gewoon uit mijn werk. Ik ben bejaardenhelpster. Ik zit teletekst te kijken: `Bouwongeval in Scheveningen'. Maar goed, dat was al 's morgens gebeurd en we hadden al die uren helemaal niks gehoord. Dus ik ging alvast aardappelen schillen. Om tien voor een zie ik twee politieagenten aankomen met twee mannen in een pak en een vrouw d'r bij. Nou, toen heb ik een gil naar boven gegeven. Ze zeggen dan: we moeten je iets vertellen, maar dan weet je het al. Achteraf bleken die twee kerels een man van het bouwbedrijf te zijn en iemand van school. Ze vroegen naar het telefoonnummer van Joop. Ik zeg: dat weet ik niet. Waar werkt hij dan? Hoe komen we daar? Dat weet ik ook niet.''

Joop: ,,Je bent helemaal de weg kwijt. Je zit dan niet meer op je gemak.''

Henny: ,,Je slaat helemaal neer. Weet niks. Toen is mijn andere zoon Alexander maar meegegaan. Die is ook nog verkeerd gereden.''

Joop: ,,Om kwart over een belt de portier. Hij zegt: er staat hier iemand voor u. Toen wist ik het direct: het is gebeurd. Ik denk nog: laat het iemand van de bank zijn, daar deed ik toen zaken mee. Maar toen zag ik Alexander staan. Dan stort de wereld in.''

Henny: ,,Achteraf hoorde ik dat kennissen van ons het al om half elf wisten.''

Joop: ,,De bottom-line van hoe het allemaal zo kwam is geld. De appartementen in Scheveningen die Richard bouwde hebben een balkon. Die worden normaal door een speciaal bedrijf aan het huis bevestigd. Alleen: voor één balkon is dat veel te duur om te laten doen, dus ze wachten totdat ze er een paar hebben. Die balkons worden tijdelijk vastgezet met van die stutpalen, stempels. De balkonplaten werden half op de verdieping gelegd waar ze aan vastgemaakt moesten worden, en staken half naar buiten. Als een wip, zeg maar. Aan de buitenkant werd eronder een stempel neergezet, maar ook tussen de plaat die naar binnen lag en het plafond kwam er een. Alleen: die laatste stempel werd zo stevig aangedraaid dat de onderste stempel los kwam van de balkonplaat. Die viel dus om, en iemand haalde hem weg. Toen zijn ze op vakantie gegaan.

,,Na de bouwvak gingen de onderaannemers – in de bouw worden overal onderaannemers voor ingehuurd – binnenmuren bouwen. Op maandag begonnen ze met de eerste verdieping, op dinsdag de tweede. Toen ze op woensdag op de derde kwamen, stond die stempel in de weg.

,,Toen is die plaat gelijk naar beneden gedoken op het balkon daaronder, toen weer op het balkon dááronder. Eentje zat er op het balkon van de eerste verdieping en die leermeester stond eronder.

,,Het is een groot gebouw en hoe was het mogelijk dat ze net daar waren? Het is gewoon een grote samenloop van omstandigheden geweest. Naderhand is die man, die bouwmeester, het komen uitleggen. Doordat hij het veiliger wilde maken, werd het onveiliger. Hij begon me hier toch te huilen, dat is niet te geloven. Was er helemaal kapot van.''

Henny: ,,Deze ketting hier om dit fotolijstje is het enige dat we nog van hem hebben. We hebben hem nooit meer mogen zien. Als er drie betonblokken op dat kind liggen, ja, dat kun je niet zomaar oplichten of zoiets.''

Joop: ,,Er is op een gegeven moment een vent geweest van de verzekering van het bouwbedrijf. Hij was op de bouwplaats geweest met iemand van de Arbeidsinspectie. Die man zei dat alle kosten voor rekening van het bedrijf kwamen. Maar wij hadden natuurlijk voor al onze kinderen een begrafenispolis afgesloten. Hij nam alle rekeningen bij ons mee en zei dat ze die gingen betalen. Maar later was het van: jullie hebben een familiegraf genomen, dat vergoeden we niet.

,,Op een gegeven ogenblik kregen we bericht van de rechtbank. Er werd een zaak van gemaakt. Toen vroeg die mevrouw, de openbaar aanklager, of alle kosten betaald waren. Dus we vertelden van het graf. Dat vond ze wel vreemd. We kregen toen allerlei formulieren thuis. Daarna was het binnen een paar weken geregeld.''

Henny: ,,We waren echt niet op het geld uit. Je kind krijg je er toch niet mee terug.''

Joop: ,,Deze bouwer staat bekend als een van de veiligste bedrijven. Een die elke Arbo-regel drie keer nacheckt. Dat zei de Arbeidsinspectie ook. Dit is bij die lui dus ook als een mokerslag aangekomen. Al drie jaar lang, op de sterfdag van Richard, zetten ze een bloemstuk bij het graf. Dat vind ik mooi van ze.''

Henny: ,,Ze hebben echt hun best gedaan ons zoveel mogelijk te steunen.''

Joop: ,,Ik kan niet zeggen dat ik boos ben op ze. Ook niet op die jongen die dat ding heeft losgedraaid. Dat was een jongen, ook van een jaar of twintig. Ik denk weleens: die zit ook gigantisch in de knoop.

,,De echt zware zaken van de Arbeidsinspectie worden overgenomen door justitie. We kregen een brief dat er allemaal mensen zouden worden verhoord. Maar een dag van tevoren kregen we te horen dat dat niet doorging. Werd opeens afgezegd. En maanden later, twee jaar na het ongeval, toen de zaak echt begonnen was, bleek dus dat ze al die mensen achter gesloten deuren hebben verhoord. Ik heb altijd het idee gehad dat ze ons er niet bij wilden hebben. Want dat is voor die mensen ook niet fijn, dat de ouders er dan bij zitten.

,,Tijdens de zaak probeerde het bedrijf de schuld te schuiven op de onderaannemer die fysiek dat ding had weggehaald.''

Henny: ,,Iedereen weet al vanaf z'n stage: als er een stempel staat, mag je 'm nooit weghalen.''

Joop: ,,Ik zeg altijd: als het zo belangrijk is, hang er dan een kaart aan. Schilder het rood, dat ze 'm niet weg mogen halen. Afblijven. Maar dat is ongebruikelijk in de bouw, hoor je dan. De rechter kwam een aantal weken later met z'n uitspraak, daar zijn we wel weer geweest. Het bedrijf is veroordeeld tot 5.000 euro omdat het als bouwer verplicht is iedereen die nieuw op die bouwplaats komt informatie te verstrekken. Meelopen en zo. Daar afblijven. Daarin zijn ze nalatig geweest. Ik weet niet wat ik daarvan vind. 5.000 euro is wel heel weinig voor een, voor twee mensenlevens. Maar aan de andere kant: 50.000 is ook te weinig, en een miljoen, daar word ik toch niet wijzer van. Het enige dat ik hoop is dat het nooit meer gebeurt. Ik hoorde op de radio dat er in een jaar 33 mensen zijn overleden in de bouw. Toen dacht ik: daar is mijn zoon er een van. Ik hoop dan maar dat zijn dood nog een doel heeft. Dat ze er iets van kunnen leren. Maar dat idee heb ik helemaal niet.

,,Weet je, als je kind niet meer thuis komt na het stappen, dat zou je minder verbazen. Maar dat hij gewoon niet thuis komt van zijn werk, dat geloof je niet.''

Henny: ,,Telkens als ik langs een bouwplaats rij, krijg ik de kriebels. En elke week staat mijn hart even stil op woensdag. Dat blijft. Het is nu 166 weken geleden.''

Joop: ,,Elke dag ga ik even langs het graf. Dan fiets ik in de lunchpauze even op en neer. In de zomer geef ik de planten water, nu haal ik wat blaadjes weg. En op zaterdagen gaan we samen. Ik heb afgesproken met Richard: als het regent, kom ik niet hoor. Maar dan gaat altijd de zon weer schijnen.''