Ik ga zelf wel met God in discussie

Iran staat te boek als het land dat Hezbollah steunt en Amerika uitdaagt. Maar in Iran voltrekt zich een subtiele revolutie. Jongeren en intellectuelen keren zich tegen de imams. ,,Ik ben een individu, geen schaap.''

Iraanse studenten verdringen zich voor de boekwinkels aan de boulevard Enghelab-e Islami. De lange laan, vernoemd naar de islamitische revolutie van 1979, is het kloppende hart van de Iraanse hoofdstad.

Rond vijven is het altijd druk in boekhandel Amir Kabir. Als de deur van de winkel opengaat, rinkelt een belletje. Het geluid van het voorbijrazende verkeer op de boulevard verstomt achter muren van boeken.

Habibollah glijdt met een vinger langs de ruggen van boeken. De jonge Iraniër, wiens echte naam om veiligheidsredenen geheim moet blijven, kijkt of er interessante nieuwe titels tussen staan. Hij draagt een pak, zonder de in Iran verboden (westerse) das, in zijn linkerhand draagt hij een aktetas. Vroeger zag hij er anders uit, vertelt hij. Toen droeg Habibollah een `aba' en `ammeme', de mantel en tulband waarmee sjiitische geestelijken zich onderscheiden van de overige Iraniërs.

De boeken op de schappen in deze boekhandel zijn de laatste jaren ook veranderd. In de fundamentalistische jaren tachtig lag Hukumat-e Islami, Islamitische overheid, het gidsboek van wijlen ayatollah Ruhollah Khomeini, prominent in de etalage. Nu neuzen de studenten in Ongelimiteerd succes binnen twintig dagen, van de Amerikaanse motivatietrainer Anthony Robbins. Het boek breekt al een aantal maanden verkooprecords in Iran.

Habibollah is een groot fan van Robbins, een Emile Ratelband in het kwadraat. Zijn boeken hebben Habibollah's leven richting gegeven waar de koran hem geen antwoorden gaf. Een paar jaar geleden was hij een religieuze student, een talebeh, in een van de islamitische leerscholen van de heilige Iraanse stad Qom. ,,Ik bestudeerde de koran uren per dag, maar kreeg geen antwoorden op mijn levensvragen'', zegt hij. ,,Nu lees ik boeken van motivatie-trainers, zoals Anthony Robbins. Die geven me tenminste echte adviezen over het leven. Ik geloof nog wel in God, maar probeer nu mijn eigen weg naar hem te vinden.'' De andere klanten in de boekhandel kijken niet op of om van zijn woorden, die volgens de sharia, de islamitische wetgeving, gelijkstaan aan blasfemie. Zelf staan ze ook met boeken van Robbins en zijn collega's in de hand.

Voor de buitenwereld is Iran nog steeds het land dat op ramkoers ligt met de Verenigde Staten, wegens zijn atoomprogramma en steun aan de Libanese guerrillabeweging Hezbollah. In eigen land trekt het conservatieve parlement, gekozen in februari bij een zeer lage opkomst, de teugels van de vrijheid weer strak aan. Maar in Iran woedt ook een maatschappelijke discussie die de islam een nieuwe impuls kan geven. Inzet is de vraag wie geschikt is om het woord van God te vertolken. De geestelijkheid, die door haar opleiding dichter bij de almachtige staat? Of het individu, dat zelf kan bepalen wat God goedkeurt en wat niet?

Lege moskeeën

De jaren in de religieuze leerschool, normaal de basis voor een gezonde toekomst in islamitisch Iran, brachten Habibollah in verwarring. Om zich heen zag hij de problemen van de Iraanse maatschappij: drugs, werkloosheid en het ontbreken van toekomstperspectief. De geestelijken wezen hem op het heilige boek voor inspiratie, maar Habibollah vond geen praktische oplossing voor al deze wereldse problemen en verleidingen.

Nadat hij een paar boeken van Robbins had gelezen, verliet Habibollah het seminarie. Hij wil nu advocaat worden. Hij kan alles worden wat hij wil, want dat schrijft Robbins. Op de achterflap van het boek staart de Amerikaan de lezer met een witgeplamuurde glimlach aan. Zijn gezicht hangt in alle boekhandels op de Enghelab boulevard.

Habibollah: ,,In de koran staat: `Vertrouw op god'. Anthony Robbins zegt: `Vertrouw op jezelf'. Hij leert je doelen te stellen, plannen te maken om je situatie te verbeteren. In ons heilige boek vind ik dat niet terug. Met God ga ik zelf wel in discussie, daar heb ik geen begeleiding voor nodig. Religie is iets voor het individu en niet voor staat of geestelijkheid, die misbruiken haar alleen.''

Het islamitisch geloof zoals het in Iran en vele andere moslimlanden wordt gepredikt, is onder de Iraanse jeugd uit de mode aan het raken. Veel Teheraanse moskeeën zijn zelfs op de islamitische vrijdagmiddag bijna leeg. De rest van de week is er vrijwel niemand.

Meer dan zeventig procent van de bevolking is onder de 25 jaar en heeft een leven lang onder het islamitische bewind geleefd. Jongeren uit alle lagen van de bevolking wantrouwen de geestelijke klasse. ,,De meesten van hen worden alleen maar `mullah', geestelijke, omdat je dan een makkelijk leven hebt in ons land'', zegt Farnaz (21). De studente uit een middenklassefamilie ziet dat de kinderen van de mullah's geen toelatingsexamen voor de universiteit hoeven te doen. ,,Alsof zij beter zijn dan wij gewone mensen!'' Ze luistert niet naar hun decreten, tv-programma's of toespraken.

Voor de gemiddelde zestienjarige in Teheran zijn de geestelijken buitenaardse wezens. ,,Op televisie zeggen ze tegen me wat ik wel en niet mag doen'', zegt Nina die op de middelbare meisjesschool zit. ,,Van mijn ouders mag ik een vriendje hebben, als we maar niet te ver gaan. Moet ik dan naar een mullah op televisie luisteren, van wie dat niet mag? Wie zijn die mensen?''

De vader van Amir-Hoessein (22) was een belangrijke revolutionair die stierf in de oorlog met Irak. ,,Nu denk ik: waarom is mijn vader dood? Hadden de mullah's de oorlog tussen Iran en Irak niet eerder kunnen beëindigen?''

Uit recent onderzoek onder 2.000 studenten van universiteiten in Teheran en de zuidelijke stad Kerman blijkt dat slechts de helft ,,af en toe'' vast tijdens de heilige ramadan-maand die onlangs afliep. Van de studenten in het laatste jaar van hun studie was dat nog maar 18 procent. Elders in het Midden-Oosten wordt de vastenmaand intens beleefd door vrijwel de gehele moslimbevolking.

Islamitisch paradijs

Het doel van de revolutie was een islamitisch paradijs op aarde. De clerus ontwierp een religieus staatsrechtelijk systeem, gebaseerd op de sharia. De geestelijken, volgens de sharia de enigen die de wetten mogen interpreteren, kregen de absolute macht.

Het resultaat was een fundamentalistische, antimoderne, antiwesterse islam die in het shi'itische Iran tot staatsreligie werd benoemd. Veel soennitische moslimleiders buiten Iran delen tegenwoordig deze waarden. Maar waar de stem van de redelijkheid bijna overal in de islamitische wereld tot zwijgen wordt gebracht door Osama bin Ladens, Zarqawi's en moslimbroeders, is er in Iran ruimte voor andersdenkenden.

Dat is te danken aan de leider van de revolutie. Wijlen ayatollah Khomeiny zag begin jaren tachtig in dat het onmogelijk was om alles te verbieden in zijn nieuwe islamitische staat. Verschillende groeperingen, ook seculiere en communistische, hadden aan de revolutie meegedaan. Om die niet direct van zich te vervreemden legde hij het islamitische systeem in fasen aan de bevolking op. Nadat die groepen waren uitgeschakeld, creëerde hij haast per ongeluk een vrije ruimte door geen van beide politieke stromingen, conservatief en hervormingsgezind, binnen de geestelijkheid de absolute macht te geven. De machtsstrijd die daaruit voortkwam heeft het `heilige' imago van de geestelijkheid ondermijnd.

Macht corrumpeert, ook in het islamitische paradijs. In de loop der jaren is de afkeer van het materiële bij een deel van de clerus verdwenen. Geestelijken met titels als `magnifiek teken van God' (ayatollah) en `bewijs van islam' (hotjatolislam) geven tegenwoordig leiding aan conglomeraten die honderden miljoenen euro's omzetten. In het parlement gaan hervormingsgezinde en conservatieve geestelijken met elkaar op de vuist. Veel Iraniërs die vinden dat de revolutie is mislukt wijten dat aan de geestelijkheid. Een van de belangrijkste pijlers binnen de shi'itische islam, `taqlid', de nabootsing van geestelijken door gelovigen, is aan ernstige erosie onderhevig.

Dat was dit voorjaar goed te zien in een komische film, de populairste in de geschiedenis van Iran. Tienduizenden mensen vochten om kaartjes voor Marmoulak, de salamander, waarin de dief Reza zich vermomt in de kleren van een geestelijke. ,,Jullie hebben de hemel en hel alleen bedacht om ons bang te maken'', klaagt Reza tegen een mullah voordat hij diens kleding steelt en uit de gevangenis vlucht. Op weg naar Turkije, in een Iraans grensdorpje ziet men hem echter aan voor de nieuwe gebedsleider. Reza begint een reeks onorthodoxe preken waarin hij uitlegt dat er ,,evenzoveel manieren als mensen zijn om in contact te treden met God''. Uiteindelijk wordt Reza gepakt en laat hij zijn moskeegangers alleen achter, vlak voordat een religieus feest moet beginnen. De gelovigen moeten het alleen zien te klaren.

De film werd verboden nadat hoge conservatieve geestelijken er lucht van kregen. Belangrijkste bezwaar was de aantasting van de positie van de geestelijkheid. Maar er zijn zoveel illegale kopieën in omloop dat de meeste Iraniërs de film onderhand hebben gezien. ,,Met deze film laten we zien dat de religie van de mensen in het hart zit en zich niet laat dicteren'', zegt Peyman Ghasemkhani, schrijver van de film. ,,Maar bepaalde geestelijken zien hierin misschien een aantasting van hun gezag.''

Moslims zijn geen apen

Niet alleen het volk is zijn geloof aan het verliezen. Ook binnen de Iraanse heersende elite wordt het religieuze bewind zwaar bekritiseerd. Volgens sommige Iraanse professoren, politici en zelfs geestelijken is het tijd voor een periode van verlichting in de sjiitische islam, vergelijkbaar met de stichting van het protestantisme in het christendom. Publicist Abdelkarim Soroush, die dit jaar de Nederlandse Eramusprijs ontvangt, is er een van. Ook de partij van de broer van president Khatami is een warme aanhanger van de Iraanse verlichting.

Dit voorjaar zat een van de dwarse professoren, Hashem Aghajeri, als ketter in de beklaagdenbank in Teheran. In de gang voor de rechtszaal gingen leden van de conservatieve knokploeg Ansar-e Hezbollah met agenten op de vuist. Ze eisten Aghajeri's dood. Aghajeri ging in hoger beroep tegen de doodstraf die al twee keer tegen hem was uitgesproken.

Op 19 juni 2002 bepleitte Aghajeri, een gehandicapte veteraan uit de Iran-Irak-oorlog (1980-1988), later adviseur van Khatami en lid van de partij van diens broer, in een toespraak in de stad Hamadan voor een vernieuwing binnen de sjiitische islam. Hij zei dat ,,moslims geen apen zijn die blindelings de leer van de geestelijken moeten volgen''. En: ,,Wij moslims hebben geen intermediair nodig tussen ons en God. We hebben geen tussenpersonen nodig om het heilige boek te begrijpen. We hebben geen geestelijken nodig. Iedereen is zijn eigen geestelijke.''

Aghajeri's toespraak kwam hem duur te staan. Nadat de lokale rechtbank in Hamadam hem ter dood veroordeelde, moest opperste leider Khamenei tussenbeide komen om de straf om te zetten in gevangenisstraf. Dit na aanhoudend studentenprotest in Teheran en andere steden. Later veroordeelde de rechtbank in Hamadam de professor voor een andere toespraak weer tot de doodstraf. Daarom bepleitte Aghajeri zijn onschuld in een hoger beroep voor de Hoge Raad.

,,Er is misschien officieel geen divisie tussen het volk en de geestelijkheid'', zei Aghajari dit voorjaar in de rechtszaal. ,,Ho, ho, er is helemaal geen verschil tussen het volk en de geestelijkheid'', interrumpeerde de jonge rechter Mohammadi-Gilani. De knokploegleden die de zaal waren binnengeglipt knikten instemmend.

Maar de professor liet zich niet intimideren. ,,Ik kom uit een dorp en ben `seyed', afstammeling van de profeet Mohammad'', zei de hoogleraar. ,,Alleen al hierom bood iemand me de hand van zijn dochter. Ons volk raakt de wangen van geestelijken aan omdat ze denken in contact met God te staan.''

Rechter Mohammadi-Gilani schudde met zijn baard. ,,Dat doen de mensen omdat ze islam waarderen. Geestelijken zijn gewone mensen van vlees en bloed. Waarom hebt u de geestelijkheid beledigd? Dáár gaat het hier om.''

Aghajeri glimlachte. ,,Als de geestelijken gewone mensen zijn, waarom word ik dan ter dood veroordeeld als ik ze beledig?''

Hasjem Aghajeri werd door de rechter uiteindelijk tot vijf jaar cel veroordeeld, waarvan twee jaar voorwaardelijk. Na betaling van een borgtocht van 95.000 euro is hij voorlopig vrijgelaten. Een overwinning voor de voorvechters van een liberale islam.

Aghajeri's boeken worden ook goed verkocht in de winkels op de Enghelab-boulevard. Maar de voormalige religieuze student Habibollah leest ze niet. ,,Voor mij hoeft niemand het geloof meer te interpreteren. Zelfs hervormers niet'', zegt hij. ,,Ik kan zelf bepalen wat goed en slecht is. Ik ben een individu, geen schaap.''