Het mozaïek van de aarde

VOOR ZIJN geologische geschiedenis reisde Richard Fortey kris kras over de aarde, van Hawaï naar Spitsbergen en van New Foundland naar Australië. Toch kan de Britse trilobieten-expert van huis uit even goed meeslepend vertellen over de stenen die hij tegenkomt op weg naar zijn werk in het Londense Natural Museum of History. Zo is een blad van een bar in het Londense Paddington Station gemaakt van rapakivi-graniet. Het gepolijste gesteente, schrijft Fortey, ziet eruit als doorgezaagde, rozige eieren die drijven in een donkere achtergrond. Ooit maakte het rapakivi deel uit van een supercontinent, een aaneengesloten landmassa van alle werelddelen tezamen. Maar deze steensoort stamt niet uit de tijd van het jongste supercontinent Pangea, dat 250 miljoen jaar geleden ontstond. Het is 1,5 miljard geleden ontstaan toen de verre voorgangers van de moderne continenten tegen elkaar opbotsten en een veel ouder supercontinent vormden. `Als je je trein gemist hebt', filosofeert Fortey. `Dan kun je tenminste leunen op een counter die anderhalf miljard jaar oud is en je realiseren dat een vertraging van een half uur niet zo heel erg is.'

De circa 3.700 mineralen die geologen bekend zijn vormen op aarde een veelvoud aan gesteenten. Ondanks de vuistdikte van The Earth kan Fortey ze niet allemaal behandelen, maar hij doet zijn best. Hij koppelt mooie anekdotes aan de gesteenten en mineralen die hij introduceert. Of hij gebruikt ze – zoals bij het rapakivi – als concreet bewijsmateriaal voor geologische processen die zich hebben afgespeeld in een verleden dat zo ver weg ligt dat het moeilijk is je daarvan een voorstelling te maken.

Het is niet voor het eerst dat Richard Fortey de geschiedenis van de aarde in één dikke pil te lijf gaat. Zes jaar geleden schreef hij de bestseller Life: An Unauthorised History (vertaald als `Leven, een ongeautoriseerde biografie'). Fortey's eerste geschiedenis van de aarde voerde de lezer van de oudst bekende micro-organismen via de hem geliefde geleedpotige trilobieten en mysterieuze diertjes als conodonten en graptolieten naar de dinosauriërs en de evolutie van de mens. Dit keer vertelt hij het verhaal van de aarde aan de hand van stenen, bergen en rotswanden.

Centrale stelling van The Earth is dat alles in de geologie op een of andere manier samenhangt met de tektoniek: het uiteendrijven en weer samenkomen van twaalf grote (en nog wat kleinere) schollen waarin het aardoppervlak is verdeeld. De Himalaya markeert de botsing van India tegen Azië; de Alpen de crash tussen het Afrikaanse en Europese continent. Vulkanen in Japan en aan de westkust van de Verenigde Staten markeren de plek waar oceanische platen onder de aardkorst verdwijnen, midoceanische ruggen de plaatsen waar nieuwe oceaankorst zich uitspreidt onder invloed van vloeiend gesteente dat opwelt van diep onder de aardkorst.

Fortey gaat de plaattektoniek te lijf met een schier onuitputtelijke reeks metaforen: het aardoppervlak is een ruw mozaïekwerk; een ingewikkelde legpuzzel; de continenten schuiven in een miljarden jaren durende dans heen en weer en oude platen passen aan elkaar als de helften van een krant die lang geleden in tweeën is gescheurd. Onder invloed van de tektoniek vouwen landmassa's als harmonica's ineen en krullen opgestuwde aardlagen op als slecht gelegd tapijt of zelfs als een bedlaken dat aan het hoofdeinde wordt omgevouwen.

Als voorbeeld van dat laatste gelden de Alpen. Fortey bezoekt een bergwand boven het dorp Lochseiten in het Zwitserse kanton Glarus om te laten zien hoeveel verbeelding de geologen van de 18de eeuw nodig hadden om zich de vorming van de Alpen voor te stellen. In Glarus – maar eigenlijk overal in de Alpen – zijn letterlijk bergen verzet. In een wat overhangende rotsformatie boven Lochseiten zijn de lagen gesteente op het eerste gezicht netjes op elkaar gestapeld. In werkelijkheid zijn de lagen vervormd en verwrongen, zo zeer dat de negentiende-eeuwse geoloog Louis Agassiz zich vergiste bij het determineren van fossielen in een laag van circa 28 miljoen jaar oud. Agassiz onderscheidde dikke korte en lange dunne vissoorten, terwijl hij in werkelijkheid te maken had met soortgenoten die in het zogeheten Flysch-gesteente waren opgerekt of juist samengedrukt. Maar de rotslagen boven Lochseiten zijn niet alleen vervormd, ze zijn ook totaal uit hun verband gerukt en over elkaar heen gekwakt. Bovenóp het Flysch (met de vissen van Agassiz) ligt een formatie, het zogeheten Verrucano, die nog eens ruim 200 miljoen jaar ouder is. Het duurde een paar eeuwen voordat geologen de realiteit onder ogen zagen: de bovenste laag gesteente was omhooggeperst op een plek in de buurt van de huidige San Bernardinopas, veertig kilometer verder naar het zuiden. In de loop van miljoenen jaren gleed de immense rotspartij daarna naar het noorden waarbij een dunne en intussen zwaar vervormde tussenlaag van `Lochseiten kalksteen' diende als glijmiddel (zie foto).

De Alpen lijken op slechtgemaakte en gehusselde lasagne, concludeert Fortey. Dat geologisch inzicht van de 18de eeuw is des te indrukwekkender, omdat het nog meer dan een eeuw zou duren voordat geologen zich dankzij Alfred Wegener een idee konden vormen van de motor die deze aardverschuivingen mogelijk maakte: de tektoniek – in dit geval de noordwaartse stuwkracht van het Afrikaanse continent tegen Europa. Niet alleen de pieken van de Alpen, maar ook de wat bescheidener `rimpeling van het Jura-gebergte' en zelfs de vorm Zuidoost-Engeland zijn ontstaan door de noordwaartse opmars van Afrika. De Matterhorn is een stukje van het oude Afrikaanse continent dat door dit geweld midden in Europa terecht is gekomen.

Het verklaren van de wereld aan de hand van een alomvattende wetenschappelijke theorie lijkt een onmogelijke opgave, maar Fortey komt een heel eind. Zo ver reikt de lange arm van Wegener en zijn platentektoniek dat het werk van hedendaagse geologen soms iets weg heeft van een invuloefening. Wie een plek op aarde bezoekt waar twee schollen in een ver verleden tegen elkaar opbotsten weet wat hij moet vinden: gesteenten die stukken oude, opeen gepropte oceaanbodem vertegenwoordigen, stollingsgesteenten van oude vulkanen en vulkanische eilanden en gesteenten die daar vervormd zijn onder de enorme druk die ontstaat in het diepst van een bergketen. Het mag een wetenschappelijk abc-tje zijn, voor de reiziger – of lezer – die op New Foundland of in de woestijn van Oman voor het eerst weet wat hij eigenlijk ziet is het een openbaring.

Geologie ligt aan alles ten grondslag, meent Fortey; het is de fundering van het landschap, zij bepaalt de landbouw en het karakter van dorpen en zelfs het karakter van de mensen. Zelfs speculeert hij dat de jachtige aard van de bewoners van Los Angeles wel eens zou kunnen samenhangen met het feit dat een aardbeving langs de Andreasbreuk hun wereld op elk moment weer letterlijk op zijn kop kan zetten. Niet alle dwarsverbanden die hij presenteert zijn zo speculatief.

Neem Napels. De omgeving van die stad dankt zijn vruchtbaarheid aan de mineralen van de vulkanen die evengoed het leven ter plaatse weer in een klap kunnen wegvagen. In de `duomo' van Napels bewondert Fortey overdadig vormgegeven beeldhouwwerk van marmer: schaaltjes van micro-organismen die zijn afgezet langs de Italiaanse kust en later onder hoge druk en temperatuur vervormd in de Apennijnen. In Pompeï bezoekt hij huizen van ignimbriet, een gesteente dat ontstond uit de gloeiende puin- en stofwolk die na een uitbarsting als een lawine van een vulkaanhelling komt rollen. De uitbarsting van Vesuvius in 79 na Christus werd op 18-jarige leeftijd beschreven door Plinius de Jongere. Vanaf de andere kant van de baai van Napels gaf hij mogelijk de eerste bewaarde gebleven beschrijving van een geologisch fenomeen. De uitbarsting, schrijft Fortey, zorgde slechts voor een dun laagje as op zijn sandalen.

richard fortey. the earth : an intimate history. harper collins, 2004. isbn: 0002570114. prijs: €34,40.