Het kwaad is bij ons

11 september, Abu Ghraib, de moord op Theo van Gogh. Niemand kan om het kwaad heen, vindt de joods-Amerikaanse filosofe Susan Neiman. Juist voor verlichte geesten is het gevaarlijk het te negeren. `Wanneer wij ons het gebied van de moraal niet toeëigenen, dan doen anderen dat.'

Voor Susan Neiman, geboren in Atlanta, Georgia, betekende haar komst naar Berlijn begin jaren tachtig niets minder dan filosofie in praktijk. ,,In die tijd doorbrak je nog een taboe door je als joods-Amerikaanse in Berlijn te vestigen. Ik zou na mijn studie een jaar blijven, om Duits te leren en wat aan filosofie te doen, en dan weer terug naar Harvard gaan voor een keurige academische loopbaan als filosofe. Maar het moment dat ik hier kwam, wist ik dat ik niet meer terug kon. Ik trof in willekeurig welke bar in Berlijn meer wezenlijke filosofische discussies aan dan in alle seminars van Harvard tezamen. Het dagelijkse leven van de mensen hier was doordrenkt van hun pijnlijke verleden. Wanneer ik met mijn Amerikaanse paspoort een dag naar Oost-Berlijn ging, kwam ik met een volledig ander wereldbeeld in aanraking. Veel meer dan in het klaslokaal werd je in deze stad geconfronteerd met filosofische vragen over goed en kwaad, over hoe je het beste kunt leven, maar ook met radicaal verschillende manieren waarop je de wereld kunt zien.''

Dat intense verlangen van Neiman om de filosofische abstracties van haar studie te toetsen aan de werkelijkheid, heeft ook geleid tot haar studie Evil in Modern Thought, zojuist in het Nederlands verschenen als Het kwaad denken; een geschiedenis van de filosofie vanaf de Verlichting aan de hand van het vraagstuk van het kwaad. Waarom is de wereld niet zoals we zouden willen dat ze was? Neiman ziet de worsteling van een lange reeks filosofen met het probleem van het kwaad in de wereld als een rode draad in de geschiedenis van de westerse filosofie. Van de aardbeving in Lissabon in 1755, die de denkers van de Verlichting vraagtekens deed plaatsen bij de goedertierenheid van het Opperwezen, via de onvoorstelbaarheid van Auschwitz naar de morele schok van 11 september 2001 – steeds opnieuw zijn het onverwachte uitbarstingen van `het kwaad' die mensen dwingen na te denken over waarom de wereld is zoals ze is. In haar vaderland werd Evil in Modern Thought een onverwachte seller; de buitenlandse vertalingen volgen elkaar nu snel op. Professor Neiman, die na enkele jaren in Israël te hebben gewoond naar Berlijn is teruggekeerd, is directrice van het Einstein Forum in Potsdam, een instituut dat zich ten doel stelt filosofie buiten de universiteit populair te maken.

Die gedachte zit ook achter haar boek. ,,Ik schreef een boek over Kant en ergerde me groen en geel aan de manier waarop de geschiedenis van de filosofie tot nu toe is verteld. Dat komt hierop neer: de filosofie wilde doorgronden hoe de wereld in elkaar steekt en toen Kant eenmaal ontdekt had dat dat een onmogelijke opdracht was, ging het verder alleen nog maar over kennisvragen, over wat we kunnen weten. De meeste mensen die filosofie gaan studeren, doen dat, denk ik, om dezelfde redenen als ik: je leest wat Dostojevski, Sartre en Nietzsche en wordt geraakt door wezenlijke vragen over de zin van het bestaan in het licht van goed en kwaad. Dan kom je de filosofieklas binnen en dan beginnen ze over Descartes en zijn stukje bijenwas, het verschil tussen geest en materie. De meesten haken dan meteen weer af. In de achttiende eeuw vonden denkers dat filosofie ook een publieke functie had, zelfs Kant, die vreselijk dor proza kon schrijven. Uiteindelijk gaat filosofie wel degelijk over de vraagstukken waar je als achttienjarige bij het lezen van Dostojevski je hoofd over brak.

,,Als me de laatste tijd iets duidelijk is geworden, is het dat er bij de meest verschillende soorten mensen een reusachtige behoefte bestaat om zich op een intelligente en hartstochtelijke manier met filosofische vraagstukken bezig te houden. Een van redenen dat mensen zich zo aangetrokken voelen tot fanatieke godsdienstige ideeën is dat hun zo weinig anders wordt aangeboden. Dat komt omdat zoveel intellectuelen zich hebben teruggetrokken uit de publieke arena. Dan moet je niet verbaasd staan te kijken wanneer meer dan de helft van de Amerikaanse bevolking een volslagen idioot tot president kiest. Wanneer je je als filosofe tot een algemeen publiek richt, krijg je van collega's op je lazer. Je krijgt het stempel van iemand die niet helemaal serieus is, die populariseert en simplificeert, de boel verkitscht. Natuurlijk, je moet je van die gevaren bewust zijn, maar dat is geen excuus om het dan maar te laten.''

Ook het probleem van het kwaad, het onderwerp van haar boek, was niet iets waar de hedendaagse academische filosofie voor warm loopt. ,,Toen ik aan mijn boek werkte, vroeg een goedbedoelende collega, een gewaardeerd filosoof, waarom ik me met zoiets obscuurs en marginaals bezighield. Waarom hield ik me niet bezig met iets waar ik meer applaus mee zou oogsten, zoals feminisme of communitarisme?''

Waarom is het probleem van het kwaad zolang verwaarloosd in de filosofie?

,,Meestal zeggen filosofen: het kwaad, dat is een religieus begrip en God is dood. In onze tijd beschouwen we het niet langer als een onderwerp waar iets zinnigs over te zeggen valt. Ik heb geprobeerd te laten zien dat dat niet waar is. Er zijn genoeg atheïstische filosofen die zich er wel degelijk mee bezig hebben gehouden, ook nog na de Tweede Wereldoorlog. En neem David Hume en Pierre Bayle in de achttiende eeuw, die hielden er radicaal verschillende ideeën op na wat het bestaan van God betrof, maar over het kwaad dachten ze hetzelfde. Het is helemaal geen religieuze kwestie. Sterker nog, als je naar een gebied zoekt waar godsdienstige en niet-godsdienstige mensen elkaar kunnen vinden, dan is dit er een van. Iedereen die de wereld wil doorgronden stuit op het probleem van het kwaad.''

Komt het ook omdat de menselijke verschrikkingen van de twintigste eeuw, met Auschwitz als symbool ervan, het bevattingsvermogen domweg te boven gingen?

,,Het probleem begint al eerder. Tot aan het einde van de negentiende eeuw deed het er niet toe of je een Britse utilitarist was als John Stuart Mills of Nietzsche, je moest je eenvoudig met het kwaad bezighouden. Maar Bertrand Russell zwijgt het onderwerp helemaal dood. In de Angelsaksische traditie houdt het ineens op. En in de Duitse en Franse filosofie is het niet zoveel anders. Zelfs voor de oorlog keerde men zich ervan af. Het moet te maken hebben met de academisering van de filosofie. Men ging er steeds vaker van afzien om zich direct over de wereld uit te laten. Men was bang om kitscherig of sentimenteel te worden.''

Kan het ook zijn dat men er eenvoudig niet uitkwam? Juist uit die aanhoudende worsteling met de vraag waarom er in de wereld dingen gebeuren die niet zouden moeten gebeuren, blijkt al dat er geen filosofische oplossing voor het probleem van het kwaad bestaat.

,,Het kan ook niet worden opgelost. Wanneer je dat pretendeert, neem je het probleem of niet serieus genoeg, of maak je je schuldig aan een vorm van blasfemie, in de zin dat je de positie van God opeist. Volgens Kant zit het menselijke verstand zo in elkaar dat we vragen moeten stellen, maar het zijn vragen die onze verstandelijke vermogens overstijgen, we kunnen ze niet beantwoorden. Er zijn geen kant-en-klare antwoorden. Maar wanneer we zulke vragen dan maar niet meer stellen, trivialiseren we onze intellectuele vermogens en lopen we het gevaar dat we onze praktische, morele taken in het leven niet langer serieus nemen. Wanneer we iets van het kwaad ongedaan willen maken, zullen we ons er eerst mee moeten bezighouden. Wanneer je niet meer tot in het diepst van je wezen geschokt wordt door een ontstellende daad of gebeurtenis, zul je niet de neiging hebben er zelf daadwerkelijk iets aan te doen. In mijn lezing van het boek Job geeft God de veelgeplaagde Job gelijk: de wereld is onrechtvaardig. De vrienden van Job, die hebben geprobeerd het onbegrijpelijke gedrag van God jegens Job te rechtvaardigen, krijgen ongelijk van hun eigen Schepper. De wereld is niet goed. Dat houdt in dat mensen iets moeten doen, ook al is het in het besef dat het nooit afdoende zal zijn.''

Maar als je een begrip als `het kwaad' weer een plaats geeft in de wereld, zoals bij de aanslagen op 11 september 2001, maak je de zaak dan niet alleen maar ingewikkelder? Mensen hebben nu eenmaal de neiging om het kwaad vooral in anderen te zien, zodat voor henzelf alles gerechtvaardigd is om dat kwaad te bestrijden.

,,Dat heb ik wel te horen gekregen, ook van Amerikanen, die niets te maken willen hebben met een begrip dat door George Bush gemanipuleerd wordt. Maar kijk je naar 11 september of naar wat er in Beslan is gebeurd en zeg je alleen maar `tja, heel erg allemaal', dan heb je iets uit het oog verloren. Dat is hetzelfde als wanneer je naar een meesterlijk schilderij kijkt en niet veel verder komt dan te zeggen dat je het een leuk schilderijtje vindt. Dan ontgaat je een dimensie. Het is waar, de meesten van ons bevinden ons in een politiek kamp en wijzen naar de tegenstander en zeggen, die daar, die zijn het kwaad. Het kwaad neemt verschillende vormen aan, je kunt ook niet zeggen dat de ene uiting erger is dan de andere. Je kunt ze ook niet tegen elkaar wegstrepen, zoals bijvoorbeeld de aanslagen op 11 september en wat zich in de gevangenis van Abu Ghraib heeft afgespeeld. Maar wanneer we beide gebeurtenissen als uitingen van het kwaad zouden erkennen, kunnen we wellicht een morele positie innemen die meer mensen met elkaar zou kunnen verenigen dan op dit moment het geval is.

Bovendien dreigen wij, en met wij bedoel ik wat in de achttiende eeuw de partij van de Verlichting werd genoemd, contact te verliezen met een meerderheid, wanneer wij de hevige emoties van die mensen domweg negeren. Het is dus van belang dat we er sterk omlijnde morele begrippen op na houden. En dat vind ik heus niet omdat de polls hebben uitgewezen dat de beslissende factor bij het stemgedrag van de Amerikanen de morele kwesties zijn geweest. Wanneer wij ons dat gebied van de moraal niet toeëigenen, dan doen anderen dat. Natuurlijk brengt dat gevaren met zich mee. Maar het is nog gevaarlijker wanneer je je er niet mee bezighoudt. Wat ik beweer is dat wanneer je iets als een uiting van het kwaad beschouwt, dat het begin van een rationele discussie kan zijn in plaats van het einde ervan.''

Heeft ze niet een te groot vertrouwen in de menselijke rede? Heeft de afgelopen eeuw ons juist niet geleerd onze eigen verlichte motieven te wantrouwen? Juist het geloof in vooruitgang heeft vaak monsters gebaard. Susan Neiman slaakt een diepe zucht. ,,Er wordt tegenwoordig zoveel op de Verlichting ingehakt, door mensen als John Gray, Isaiah Berlin en ook Adorno. Men is bezig er een karikatuur van te maken. Er was niets mis met de achttiende-eeuwse Verlichting, die had, anders dan zulke critici beweren, geen last van een blind geloof in vooruitgang, die was niet naïef of al te rooskleurig over de aard van de mens.

Maar hoe dan ook, we moeten kiezen. Bush en Bin Laden zijn beiden fundamentalisten, die zich gekeerd hebben tegen alles waar de Verlichting voor staat, recht op informatie, geloof in mensenrechten. Dat is het alternatief. Kijk naar de Talibaan, of lees de meest verkochte romanreeks van dit moment, de Amerikaanse Left Behind-serie, waarin een scepticus tot een christenfundamentalist wordt en de Antichrist een charmante Europeaan is die secretaris-generaal van de Verenigde Naties wordt en het hoofdkwartier naar Bagdad verplaatst. De schattingen lopen uiteen, maar tussen de zestien en dertig procent van de Amerikanen denkt dat we in de eindtijd leven en dat Jezus op het punt staat om terug te komen. Hoe groter de chaos in het Midden-Oosten, des te beter voor hen, want dat betekent dat de profetieën uit de Openbaringen in vervulling gaan. De meest fervente aanhangers van Sharon in de Verenigde Staten zijn ook niet joden, zoals hier in Europa meestal wordt gedacht, het zijn fundamentalistische christenen. Wie de Verlichting bekritiseert, moet maar eens naar de alternatieven kijken. Afghanistan of het Amerikaanse zuiden, dát zijn de alternatieven.''

Maar Bush en de Amerikaanse neoconservatieven spreken toch ook in termen die aan de Verlichting zijn ontleend?

,,Niemand neemt dat serieus. Zijn redevoeringen zijn doorspekt met de taal van de Bijbel, voor de goede verstaanders. Een woord als `kruistocht' gebruikt hij niet per ongeluk. Zijn vader heeft geen tweede termijn gekregen omdat de fundamentalistische christenen niet op hem hebben gestemd, zijn adviseur Karl Rove heeft die mensen nu wel weten te mobiliseren. Het wereldbeeld van deze regering is een mengeling van fundamentalisme en wat ik maar Kaganisme zal noemen. Robert Kagan heeft in zijn boek Of Paradise and Power de Europeanen Kantianen genoemd en de Amerikanen Hobbesianen. Daarmee heeft hij driehonderd jaar geschiedenis omgedraaid. Het waren altijd juist de Amerikanen die de wereld idealistisch tegemoet traden, en de Europeanen die Realpolitik bedreven, die ervan uitgingen dat men elkaar van nature de hersens wilde inslaan. Deze regering en haar ideologen hebben dat compleet omgedraaid, ze hebben het beste van Amerika de deur uit gedaan, ze hebben de wereld de oorlog verklaard in de verwachting dat ze zullen overwinnen. Dat heeft helemaal niets met de idealen van de Verlichting te maken. De Verlichting is niet eens de slagroom op de taart van deze regering. Ja, inderdaad, er wordt af en toe iets over democratie gezegd.''

In haar boek bestaat een spanning tussen de denkers die filosofie gebruiken om de wereld te verbeteren en zij die niet de illusie hebben dat de wereld te verbeteren valt. Het lijkt me duidelijk aan welke kant ze staat. Maar hoe verweert ze zich tegen de realisten, die het idee van vooruitgang verwerpen?

,,Als ik driehonderd jaar geleden op een zaterdagmiddag iets leuks wilde doen met de kinderen, dan konden we gaan kijken hoe er ergens op een plein iemand gevierendeeld werd. De passages bij Foucault die ik nu niet kan lezen door hun gruwelijkheid, daar zou ik dan voor mijn plezier in het echt naar gaan kijken. Dat we executies door marteling hebben afgeschaft, is zuiver te danken aan bepaalde ideeën die praktisch zijn uitgevoerd, waar voor gevochten is. Honderdvijftig jaar geleden is de slavernij afgeschaft. Vijfentwintig jaar geleden raakten westerse vrouwen hun ondergeschikte maatschappelijke positie kwijt. Frankrijk en Duitsland hebben elkaar eeuwen naar het leven gestaan, het was onvoorstelbaar dat er eens open grenzen tussen die twee landen zouden bestaan. Dat zijn reusachtige veranderingen, die in korte tijd tot stand zijn gekomen door de ideeën van de Verlichting. We vinden dat nu allemaal volkomen vanzelfsprekend. Natuurlijk wordt er nog gemarteld, zij het in geheim. Er vinden nog altijd gruwelijke misdaden plaats, ook tegen vrouwen en kinderen. Er is nog altijd onderdrukking en uitbuiting. Het is allemaal verre van volmaakt, maar er is wel veel verbeterd. Wat wanneer de denkers van de Verlichting toentertijd in deze verschrikkingen berust hadden, wanneer hun realistische tegenstanders hen voor de voeten hadden geworpen dat ze dromers waren, utopisten? Dus realistisch, wat is realistisch?''

Maar een intellectueel besef van het kwaad alleen lijkt me niet genoeg.

,,Het is niet meer dan een begin. Het probleem van het kwaad intellectueel oplossen zou een soort verraad zijn, dan zou je daarna je schouders over de wereld kunnen ophalen. Het besef dat er iets mis is met de wereld, dwingt tot praktische oplossingen.''

Maar voor de meeste mensen komt die praktijk toch vooral neer op de roep om zwaardere straffen?

,,In mijn beschouwing over Hannah Arendt en het proces van Eichmann laat ik zien dat je iemand die slechts een radertje was in een machine heel goed verantwoordelijk kunt houden voor zijn daden. De subjectieve waarneming van de dader, psychoses, al die verklaringen van misdadig gedrag gelden zeker, maar dat neemt de individuele verantwoordelijkheid niet weg. Dus moet er gestraft worden. Maar we zijn zelf vaak onderdeel van structurele misstanden waar we wel iets tegen kunnen doen, zoals een niet-gerechtvaardigde oorlog. Bij de millenniumwisseling was er het voornemen van de rijke landen om 0,7 procent van het nationale inkomen aan de arme landen te schenken. Dat is niet gerealiseerd, maar waarom zouden individuele burgers dat niet kunnen doen? Zoiets stelt een individu niet voor een onmogelijke opgave. Je vraagt hem niet om alles op te geven en tegelijk zinkt hij ook niet weg in apathie, zoals de meesten van ons geneigd zijn te doen.''

Heeft Neiman haar boek geschreven tegen de wanhoop of tegen de onverschilligheid? ,,Tegen beide. Ik ben geneigd naar het goede nieuws te kijken, niet om de wereld beter voor te stellen dan hij is, maar als een manier om zowel wanhoop als onverschilligheid het hoofd te bieden. Optimisme is een woord dat ik niet gebruik, omdat er zekerheid over de toekomst in besloten ligt. Ik spreek liever over hoop.''

Susan Neiman werd geboren in Atlanta, Georgia, en studeerde filosofie aan Harvard en de Freie Universität Berlin. Ze doceerde aan Yale en de Universiteit van Tel Aviv. Ze schreef: Slow Fire: Jewish Notes from Berlin; The Unity of Reason: Rereading Kant; en Evil in Modern Thought. Over dat laatste boek schreef Arnold Heumakers in deze krant: ,,Wat haar boek vooral zo prikkelend maakt, is de vergelijking van de aardbeving van Lissabon met `Auschwitz', het meest in het oog springende kwaad van de twintigste eeuw. Op het eerste gezicht lijkt er niets te vergelijken. Want wat heeft een natuurramp te maken met een massamoord, behalve dan dat beide veel slachtoffers hebben gemaakt? Volgens Neiman zit de overeenkomst hierin dat zowel de aardbeving als de massamoord ons denken over het kwaad ingrijpend hebben veranderd.''

Susan Neiman woont in Berlijn en is directeur van het Einstein Forum te Potsdam.