Goedkoop is duurkoop

De wereld, één prijzenslag. In supermarkten, bij de verkoop van mobiele beltarieven, in de schijnbaar voortdurende uitverkoop in de winkelstraten. Maar ook op de financiële markten is de prijzenslag heftig: geld wordt steeds goedkoper. Afgelopen week zakte de rente op de leningen van de Nederlandse staat tot onder de 3,8 procent.

Eerst het goede nieuws. De dalende rente is gunstig voor bedrijven en anderen die hun schulden opnieuw willen financieren. Kenmerkende voorbeelden zijn de Nederlandse overheid en de Nederlandse huizenbezitters.

Dan het slechte nieuws. De rentedaling geeft de pensioenwereld extra zorgen bovenop de toch al stijgende (pre-)pensioenpremies en de omschakeling van hun administraties naar het VUT-loze tijdperk en de lancering van de levensloopregeling in 2006.

De pensioenfondsen moeten volgens de regels van de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer tenminste een rendement van vier procent op hun beleggingen maken. Zij beleggen ruim 42 procent van hun formidabele vermogens van 516 miljard euro in effecten met een vaste rente, zoals staatsleningen.

Hoe meer de rente op deze effecten daalt, hoe nijpender hun beleggingsdilemma wordt. Toch maar meer in aandelen gaan beleggen? Of in vastgoed? Of in grondstoffen, zoals olie, om daar het extra rendement te verdienen dat nodig is om de pensioenen betaalbaar te houden?

Maar ja, ook meer rendement heeft zijn prijs: wie meer wil verdienen moet meer risico's nemen. Weer een dilemma. De pensioenwereld is de crisis van maart vorig jaar wel te boven. Dankzij de beurskrach daalde de waarde van hun beleggingen toen tot onder de waarde van de pensioenverplichtingen. De pensioenfondsen hebben sindsdien meer vet op de botten gekregen, maar het houdt niet over.

Nog meer slecht nieuws. De dalende rente drukt uiteindelijk ook de opbrengsten op de spaargelden die Nederland in zo ruime mate heeft verzameld. Begin dit jaar stond er 187 miljard euro op spaarrekeningen. De lage rente steekt steeds schriller af tegen de norm in de belastingheffing, die uitgaat van een rendement van vier procent. Ook spaarders komen op deze manier in de verleiding om hun geld elders te gaan wegzetten, zoals in fiscaal aantrekkelijke beleggingsproducten met huizen of schepen.

De ervaring in bijvoorbeeld Japan leert echter dat somberende spaarders die in het zicht van stijgende vergrijzingskosten met een lage rente worden geconfronteerd eigenzinnig gedrag vertonen. Zij gaan nog meer sparen.