Een voorkeur voor subtiliteit

Ieder jaar laten de studenten van de Rijksakademie zien waar ze aan werken. Dit jaar zijn er veel persoonlijke herinneringen.

De Open Ateliers van de Rijksakademie zijn dit jaar niet zo open. Met de titel (not) Open Ateliers wil het Amsterdamse instituut aangeven dat door bezuinigingen de veelheid aan leefwerelden, opvattingen, culturen, werk en werkprocessen die de Rijksakademie genereert, ernstig wordt bedreigd.

Het afgelopen jaar begeleidden internationale kunstenaars als Michelangelo Pistoletto, Sigurdur Gudmundsson, Michel François en Dennis Adams de zestig deelnemers tijdens hun tweejarige opleiding. De resultaten van hun verblijf in Amsterdam presenteren de deelnemers jaarlijks aan het publiek. In 2003 bezochten 7.000 mensen de Open Ateliers, onder wie vele museumdirecteuren en galeriehouders. Ze scouten er jong talent, en niet zelden duiken de kunstenaars kort daarna op in de internationale kunstwereld.

Dit jaar valt op dat veel kunstenaars zich bezighouden met subtiel en persoonlijk werk. Er is sprake van een hang naar nostalgie en het kleine gebaar. Claire Harvey bijvoorbeeld, tekent mensjes op transparante vellen, die ze op een overheadprojector legt. De beelden projecteert ze vervolgens over elkaar heen op de muur, zodat een mensenmassa van individuutjes ontstaat. Ook heeft ze een Supermarktsong geschreven over een blikje bonen dat zijn laatste dagen in de supermarkt overdenkt. Dit lied kun je onder andere horen in de nabijgelegen Albert Heijn aan de Sarphatistraat.

Gezien de turbulente tijden is het vreemd dat maatschappijkritiek zo dungezaaid is onder deze jonge kunstenaars, al neemt Daan Spruijt met een kwinkslag de media op de hak. Bijna op elke hoek van de pas verbouwde academie tref je beeldschermen aan met een CNN-nieuwsuitzending, waarbij de woorden van de nieuwslezer zijn vervormd tot een onverstaanbare brei. Maar doordat Spruijt met animatie werkt is zijn commentaar op de leegheid van de media slechts een milde satire.

Nog een subtiele kritiek, in een glamourjasje, is afkomstig van Susanne Kriemann. Bij de ingang staat ze met haar beautysalon Reoility – alle luxeflesjes geverfd met een vetzwart goedje. Ze heeft een geurtje ontworpen en deelt dat uit aan een gretig publiek. Denkend aan de oorlog met Irak is dit een commentaar op de oliezucht van de westerse wereld.

Maar verder is oorlog opvallend afwezig. Er zijn geen beelden van dood of verderf. En als oorlog toch een rol speelt, dan is dat zonder schokeffect, zoals in het werk van Noraset Vaisayakul. Deze kunstenaar projecteert een mensfiguurtje op een maquette van een landschap, aangetast door oorlog en gevuld met stellingen. Maar er wordt niet geschoten, het poppetje draalt wat door het landschap. Daarbij vergeleken is het zwartgallige werk van Armen Eloyan haast agressief. Hij toont grote doeken met woest geschilderde voorstellingen, afgewisseld met teksten als ,,Some of us will go to hell, some of us somewhere else'' – woorden die je vervolgens elders in het gebouw tegenkomt, achteloos op de muur gekrabbeld op onopvallende plaatsen.

Nee, subtiliteit staat voorop, en herinneringen, persoonlijk of gerelateerd aan de nabije geschiedenis, passeren meer dan eens de revue. Niet zelden met een flinke dosis nostalgie, zoals in de video van Alexandra Leykauf. De camera dwaalt door een grotachtige ruimte, de muren lijken van klei. De video heeft gezelschap van een enorme zwartwitfoto van een hotel. De mensen doen ouderwets aan en drommen samen voor het gebouw. Het doet denken aan ontdekkingsreizen uit een grijs verleden. Dat zelfde grijze verleden speelt een rol in de collage-achtige presentatie van Heidi Ganshaw die een vijfjarendagboek van een Canadese vrouw uit de jaren veertig centraal stelt. Ze presenteert kopieën van onder andere lijstjes van films die de vrouw zag, en beschrijvingen van dagelijkse activiteiten. Ganshaws installatie voert je mee, recht het verleden in.

Open Ateliers. Rijksakademie, Sarphatistraat 470, Amsterdam. 27 en 28 nov 10-19 uuur. Inl: 020-5270300, www.rijksakademie.nl