Dorst bij General Electric

Schoon water is een eerste levensbehoefte, maar het kan behoorlijk duur zijn. Dat is de boodschap die uitgaat van de overname door General Electric van Ionics, een bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in het ontzilten en filteren van water.

De transactie is voor de Amerikanen misschien een peulenschil, maar de prijs die het concern bereid was te betalen voor het snelgroeiende Ionics benadrukt hoeveel het industriële conglomeraat ervoor over heeft om de groei aan te jagen. En gezien de hoeveelheid overnames die General Electric zou moeten verwezenlijken om dat voor elkaar te krijgen, doen aandeelhouders er goed aan op hun hoede te zijn.

Ionics is geen slecht bedrijf. De omzet zal dit jaar met een derde stijgen. De winst zal volgend jaar naar verwachting verdubbelen. Het probleem is het bedrag dat General Electric neertelt voor deze groei: 1,1 miljard dollar, exclusief een schuld van 200 miljoen dollar. Op deze basis wordt Ionics gewaardeerd op 54 maal de winst over 2005.

De kapitaalkosten van General Electric mogen lager zijn dan die van de meeste bedrijven, ze zijn ook weer niet zó laag. Synergievoordelen moeten de verwachte operationele winst van Ionics volgend jaar met 20 procent of meer overtreffen om het rendement op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Hoe goed General Electric ook is met het inpassen van nieuw verworven bedrijven, deze synergiewinst lijkt nauwelijks een realistisch vooruitzicht.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar:

zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.