Alleenheersers

Zesmaal bewees snooker-speler Steve Davis in de jaren tachtig dat hij de beste van de wereld was. Als veelvuldig winnaar van het Embassy World Championship was hij in dat decennium niet van de televisie af te slaan. Zeker niet omdat een snookerwedstrijd – een biljartspel met 21 kleurige ballen – vele uren in beslag kan nemen. De destijds veelgemaakte constatering dat hij vaker op tv was dan Margareth Thatcher bevat dan ook op zijn minst een kern van waarheid. En net als Thatcher kwam ook Davis voor in de poppenserie Spittin' Image. De meest besproken WK-finale in de jaren tachtig verloor de nu 47-jarige Davis echter. Hoewel de Londenaar, die alleen al aan prijzengeld meer dan 5 miljoen pond (zeven miljoen euro) incasseerde, in 1985 aanvankelijk met 8-0 leidde, ging de Noord-Ier Dennis Taylor er met de zege vandoor. In totaal zaten 18,5 miljoen Britten urenlang aan het toestel gekluisterd. In 1988 werd hij uitverkozen tot BBC Sports Personality van het jaar. Na de jaren tachtig verloor Davis zijn heerschappij snel aan jeugdige talenten als Stephen Hendry en de nu vaak oppermachtige Ronnie O'Sullivan. Hoewel overwinningen uitbleven, is Davis nog altijd aan de tafel te vinden. Vorig jaar verraste hij door weer de top-16 te bereiken. Zijn benadering is veranderd: vroeger trainde hij zes uur per dag, nu speelt hij soms een uurtje met zijn vader. ,,Ik heb het afgelopen jaar meer gepokerd, dan gesnookerd'', zei hij eerder dit jaar.

Dit is de zeventiende aflevering in een serie over alleenheersers in de sport.