Zwart achter de dingen

Wie De Noordenwindheks van Daan Remmerts de Vries gaat lezen, heeft het gevoel voor een belangrijke beslissing te staan: hoe te beginnen – met het verhaal van de jongen of met het verhaal van het meisje? De Noordenwindheks is een zogenoemd `dubbelboek' over twee zieke kinderen die in het ziekenhuis bij elkaar op één kamer liggen, maar elkaar niet kunnen zien omdat er een gordijn tussen hun bedden hangt. Aan de lezer de keuze aan welke kant van het gordijn hij als eerste op bezoek wil.

Aan de ene kant ligt Rifka Verdigaal: een meisje met een grote fantasie en een ernstige huidziekte dat normaal gesproken samen met haar zonderlinge oom Gol op een etage woont waar honderden klokken staan. Aan de andere kant ligt Mori Brunèl; een jongen die zich meestal van onhandigheid geen raad weet en nu met spoed is opgenomen omdat hij een levensbedreigende ziekte heeft. Samen verzinnen ze het verhaal van de Noordenwindheks – een heks aan wie je moet zien te ontsnappen omdat ze met haar koude adem mensen doodziek kan maken.

Schrijven met kantelende perspectieven is voor Remmerts de Vries niet nieuw. Hij is een van de schrijvers van de populaire, soap-achtige Vlinder-reeks waarin vier kinderen uit één brugklas ieder hun eigen boeken en eigen auteur kregen. Remmerts de Vries schrijft vanuit het gezichtspunt van de rebelse Olivier. In de boeken van de andere brugklassers kun je lezen dat hij vaak overkomt als een klier, terwijl in zijn eigen boeken blijkt dat zijn botte opmerkingen voortkomen uit onhandigheid. Ook in De Noordenwindheks laat Remmerts de Vries het verhaal af en toe op deze manier draaien: als Rifka aan Mori vertelt wat ze nog nooit aan iemand heeft toevertrouwd, valt de jongen in slaap. Als je aan zijn kant van het gordijn bent, weet je dat dat niet uit desinteresse is.

Maar voor de fans van Olivier: De Noordenwindheks is geen ziekenhuisromannetje. Het is een boek voor secure lezers met een lenige geest. Al is de vertelwijze van Remmerts de Vries – die weinig uitlegt, maar alles laat zien – zo helder dat je aanvankelijk niet in de gaten hebt hoe bijzonder het boek is.

Remmerts de Vries laat veel open. Waarom Rifka geen ouders heeft, bijvoorbeeld. Of wat voor huidziekte ze precies heeft. Dat doet er ook allemaal niet toe. Waarom zou je willen weten waarom Mori met spoed is opgenomen? Waar het om gaat is dat Mori de dagen voordat hij in het ziekenhuis belandde, op school telkens werd afgeleid `omdat er iets zwarts in zijn buurt [leek] te zijn verschenen'. `Het hield zich stil verborgen, maar het achtervolgde hem. Het verschool zich in de muren waar hij langs liep, het sijpelde, vloeibaar als olie, tussen de bakstenen en zweefde als vulkanische as in de lucht die hij inademde. Mori maakte zich er zorgen over, met een vreemd licht hoofd. Het was alsof hij neer werd gedrukt door dat ongrijpbare zwart achter de dingen.'

In Godje – dat vorig jaar een Gouden Griffel kreeg – liet Remmerts de Vries de dromerige pestkop Robbie Nathan aan het woord. In De Noordenwindheks geeft hij woorden aan twee sensitieve kinderen die de lezer de wereld van het onverklaarbare binnenhalen. Mori kan dingen kapot laten gaan door er naar te kijken. Rifka kan uit haar lichaam treden, al noemt Remmerts de Vries het eenvoudigweg `zweven'. Bij de lezer wankelt aanvankelijk de geloofwaardigheid van Rifka als ze vertelt hoe ze tussen de klokken van haar oom een spook ontmoet. Het meisje heeft nu eenmaal een grote fantasie, denk je. Maar het komt door de terloopsheid waarmee Remmerts de Vries Rifka over haar zweven laat vertellen, dat je beseft dat het de fantasie voorbij is. `De eerste keer schrik ik ontzettend. Daar lig ikzelf, heel stil op de lakens, en het is alsof ik dood ben gegaan. In minder dan een seconde ben ik weer terug in mijn lichaam, en onmiddellijk is er ook weer jeuk. Maar het is me wel gelukt.' En later in het boek doet ze een oproep aan de lezer: `Gebruik je fantasie maar. Want alles wat je kunt bedenken is waar.'

Aan welke kant van het boek je begint, maakt uiteindelijk niet uit. Aan het einde heeft zowel Rifka als Mori, zonder dat ze het van elkaar weten en ieder op een eigen manier, gewonnen van de Noordenwindheks – en is de lezer getuige geweest van een diepe zielsverwantschap tussen twee kinderen die elkaar nooit hebben gezien. Dan wil je het liefst het boek meteen omdraaien om weer opnieuw te beginnen. En dan ontdek je bij herlezing – nu je hebt aanvaard dat alles wat je bedenken kunt waar is – dat dit boek nog rijker en gelaagder is dan je al dacht en dat werkelijk elke zin op zijn plaats staat.

Daan Remmerts de Vries: De Noordenwindheks. Querido, 104 blz. 10+ €11,50