Wederzijdse ijzigheid

Het heetste hangijzer van de EU-Ruslandtop met president Vladimir Poetin gisteren in Den Haag hadden premier Jan Peter Balkenende en minister Bernard Bot (Buitenlandse Zaken) opgespaard tot de lunch in de Trêveszaal. Daar sneden ze ten slotte boven de biefstuk dan toch de huidige Oekraïense crisis aan.

Vlak voor de top had Poetin nog even de toon gezet. Nogmaals feliciteerde hij nadrukkelijk de door hem gesteunde Viktor Janoekoevitsj met diens omstreden zege. Daarmee was al bij voorbaar duidelijk dat beide zijden in Den Haag over dit thema geen stap nader tot elkaar zouden komen.

,,Het standpunt van de Russen was helder: bemoei je er niet mee'', aldus een betrokkene. Ook zinspeelde Poetin erop dat het Westen de kandidaat van de oppositie, Viktor Joesjtsjenko, alleen steunde wegens diens pro-Westerse opstelling. De term `invloedsfeer' viel niet maar het was volgens ingewijden evident dat de Russen in die termen dachten.

Het doel van de top was eigenlijk het ontkiemende strategische partnerschap tussen de EU en Rusland meer gestalte te geven. Maar de onenigheid over de Oekraïne-crisis doorkruiste dat voornemen. In plaats van een bekrachtiging van gelijkgestemdheid werd de persconferentie in de Ridderzaal na afloop van de top een toonbeeld van verdeeldheid.

Met een ijzige gelaatsuitdrukking verklaarde Poetin dat het helemaal niet nodig is de omstreden uitslag van de presidentsverkiezingen van afgelopen weekeinde in Oekraïne door wie dan ook in het buitenland te laten goedkeuren. ,,Wij hebben niet het recht ons op wat voor wijze dan ook te mengen in het verkiezingsproces in Oekraïne of onze mening op te dringen'', oordeelde de Russische president, die zichzelf overigens al voor de verkiezingen openlijk aan de zijde van Janoekoevitsj had geschaard.

Ook Balkenende, eveneens strak voor zich uitkijkend, herhaalde het EU-standpunt. ,,De EU kan het resultaat van de verkiezingen niet accepteren zoals het er nu ligt. [...] Het gaat om de toekomst van Oekraïne. Die moet in handen liggen van het Oekraïense volk. Niet de Europese Unie beslist maar het Oekraïense volk.''

Poetin toonde zich daarvan volstrekt niet onder de indruk en hamerde juist op eerbiediging van de ,,democratisch vastgestelde wetten'' van Oekraïne. ,,De staat moet die toepassen.'' Dat gold ook voor de officiële uitslag, die conform de Oekraïense kieswet, in het voordeel was uitgevallen van premier Viktor Janoekovitsj, betoogde Poetin. De president wist toen nog niet dat het Oekraïense hooggerechtshof enkele uren later de uitslag zou `aanhouden'.

In nauwelijks bedekte termen waarschuwde Poetin vervolgens dat anderen niet het recht hebben ,,een grote Europese staat tot chaos te brengen.'' ,,We moeten meningsverschillen niet uitspelen en niet aanzetten tot wanorde op straat. Dit moet aan de hand van de grondwet worden opgelost, op vredige wijze.''

Dat laatste was een van de weinige dingen, waarover beide zijden het wel eens zijn. Een grote crisis, of wellicht zelfs een burgeroorlog, is het laatste waar Rusland én de EU behoefte aan hebben.