Wat meer EU, wat minder NAVO

Het is in ons nationaal belang als Nederland de herverkiezing van Bush aangrijpt om wat meer EU en wat minder NAVO in zijn beleid te doen. Er is geen reden om aan te nemen dat onze veiligheid dan minder gewaarborgd zou zijn. De NAVO wordt door de Verenigde Staten gedomineerd, maar de belangrijkste Europese leden zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk. Of die landen een beleid voeren dat bij Amerika in de smaak valt, is irrelevant voor hun status binnen de alliantie. Als de nood ooit aan de man komt, is het echt niet zo dat Nederland eerder op Amerikaanse hulp kan rekenen dan Frankrijk en Duitsland, omdat het zich zo consequent pro-NAVO en pro-coalitie heeft opgesteld.

Het is ook niet zo dat Nederland op grond van zijn goede gedrag meer het oor heeft van Washington dan Frankrijk en Duitsland. Onze bijdrage aan de Iraakse coalitie is hooguit enkele specialisten op het State Department en het Pentagon bekend. Groot-Brittannië heeft aan zijn enorme militaire inspanning in Irak te danken dat het in Washington enige invloed heeft, maar zelfs die blijkt vrij marginaal. Nederland ontleent aan zijn militaire bijdrage geen enkele invloed op het Amerikaanse beleid.

In de relatie met Amerika levert ons huidige beleid dus geen aantoonbare baten op. In onze relatie met Europa staan daar echter aanzienlijke kosten tegenover. Onze standing binnen de EU wordt geschaad door de steeds moeilijker uit te leggen voorrang die wij aan de NAVO blijven geven. Landen als Litouwen en Tsjechië hebben een historisch en geografisch excuus om de NAVO belangrijker te vinden dan de Europese Unie, maar Nederlands voorkeur voor de NAVO begint langzamerhand folkloristische trekken te vertonen.

Ik zou graag zien dat Nederland ophield te ambiëren het meest NAVO-gezinde land van West-Europa te zijn. Dan zou het eindelijk ook op buitenlandspolitiek gebied een actief en ongereserveerd lid van de Europese Unie kunnen worden. De rol die ons land in de EU kan spelen moet natuurlijk ook niet worden overschat, maar Nederlands invloed is er wel groter dan in Washington. In Brussel zou Nederland ertoe kunnen bijdragen dat in een toenemend aantal dossiers EU-standpunten worden uitgewerkt. Met haar economische gewicht kan de EU ook zonder militaire macht een politieke rol spelen, mits ze in de buitenlandspolitieke dossiers één standpunt inneemt. Het streven naar die eenstemmigheid zou de eerste prioriteit moeten worden van ons buitenlands beleid.

Dat kan alleen op een golflengte die zich ergens tussen de pro-Amerikaanse reflex van de Britten en de anti-Amerikaanse reflex van de Fransen bevindt. Meewerken aan dat proces heeft niets te maken met `bruggen bouwen', de term waar men in de Nederlandse politiek zo verzot op is. Het is niet meer en niet minder dan het participeren in een intelligent debat over de opties die voor de EU openstaan.

Mocht Nederland inderdaad besluiten de temperatuur van zijn NAVO-beleid met enkele graden te verlagen en die van zijn buitenlandspolitieke EU-beleid met evenveel graden te verhogen, dan zou dat in Washington nauwelijks worden geregistreerd. Maar in Brussel, waar het wel zou opvallen, zouden wij de indruk moeten vermijden dat Nederland het Amerikaanse sleeptouw heeft losgelaten om zich voor het Franse karretje te laten spannen. Wij zouden ons daarom duidelijk moeten blijven distantiëren van de Franse dromerij over Europa als tegenwicht voor Amerika. De EU heeft gezamenlijke standpunten nodig om voor Amerika een serieuze gesprekspartner te zijn, maar ons uitgangspunt daarbij is niet hetzelfde als dat van Frankrijk, namelijk dat Europa en Amerika fundamenteel anders zijn.

Het grootste bezwaar tegen dat uitgangspunt is dat het alleen iets kan betekenen als men bereid is de grote verschillen binnen Europa over het hoofd te zien. Van alle machtscentra in de wereld zijn Washington en Brussel nog steeds de twee met de meeste gezamenlijke belangen.

A.P. van Walsum is oud-diplomaat. Bovenstaande tekst is een gedeelte uit de Cleveringa-lezing die hij vanmiddag uitsprak aan de Universiteit Leiden.

www.nrc.nl/opinie

Volledige tekst van de Cleveringa-oratie.