Waalse wederopleving

Met een `Toekomstcontract voor de Walen' probeert Wallonië zich uit het economische dal omhoog te trekken.

De werkloosheid is hoog, de eigendunk laag. De Waalse overheid doet er alles aan om nieuwe bedrijven aan te trekken en om de ondernemingsgeest op te poken. Privatiseren is geen taboe meer.

Deze godverlaten plek in de winderige vlakte doet niet meteen aan een stationsplein denken. Een ooit druk bezocht café is een uitgestorven waslokaal. In Jeuk, vlak onder Sint Truiden, stapten hier in de jaren zestig nog elke morgen de mannen van het dorp op de trein om in de kolen- en staalindustrie van de Luikse regio te gaan werken. Maar de trein stopt er al lang niet meer.

,,Mijn vader werkte al voor de oorlog in de staalfabriek en mijn broers gingen later ook'', zegt Gaston Onkelinx. Met duizenden kwamen ze uit het verarmde Vlaanderen naar het rijke Wallonië, en velen bleven er ook. De nu 72-jarige Onkelinx klom op van staalarbeider tot vakbondsleider en later tot burgemeester van Seraing. Zijn dochter is minister van Justitie in de federale regering. In de straten rond de hoogovens van Seraing waren ooit 26 cafés, waar Frans, Waals, Vlaams, Italiaans en soms Pools werd gesproken. Nu zijn het er nog twee, de rest is dichtgetimmerd. Op 61.000 inwoners heeft de stad 4.000 werklozen.

Nu behoort Vlaanderen tot de rijkste Europese regio's, maar ooit was Wallonië het hart van de Europese industrie. In 1966 was het inkomen per hoofd van de bevolking voor het laatst groter dan in Vlaanderen. Er volgde een lange periode van economische neergang. Niet alleen mijnbouw en staal kregen zware klappen, ook textiel- en glasindustrie gingen grotendeels ten onder. In Wallonië was het inkomen per hoofd in 1999 nog maar 76 procent van het gemiddelde in de Europese Unie.

In Seraing branden nog altijd de hoogovens van Cockerill Sambre, onderdeel van multinational Arcelor, maar tussen 2006 en 2009 zullen de ovens worden gedoofd. Arcelor concentreert het `warme' staal bij kusthavens, omdat transport van grondstoffen over zee goedkoper is. In Luik en Charleroi wordt dan alleen nog in `koud' staal geïnvesteerd.

,,Maar Seraing is niet dood'', verklaart burgemeester Onkelinx. Hij wijst omhoog, naar de bossen waar het Parc Scientifique ligt. Bedrijven hebben er namen als Eurogentec en EVS Broadcasting Equipment. Even verderop ligt de Luikse universiteit, die fungeert als kennisleverancier. Vorige maand presenteerde de Waalse regering Le Contrat d'Avenir pour les Wallons. In dit `Toekomstcontract voor de Walen', dat als kleurenbijlage via kranten onder de Walen is verspreid, worden voor het eerst economische doelen genoemd. Zo moet het inkomen per hoofd in 2010 weer op het gemiddelde niveau van de vijftien `oude' EU-lidstaten zijn. In 2000 was de economische groei in Wallonië voor het eerst weer groter dan die in Vlaanderen.

Toch is nog altijd 19 procent van de Waalse beroepsbevolking werkloos. In Vlaanderen is dat ruim de helft minder. Alleen in Italië (met z'n arme zuiden) en Duitsland (met de ex-DDR) zijn de regionale verschillen groter. De Belgische werkgeversorganisatie VBO pleitte al eens voor loondifferentiatie tussen Vlaanderen en het minder productieve Wallonië, maar dat ligt politiek gevoelig. Het verschil is deels te verklaren door de taalbarrière tussen Vlaanderen en Wallonië, die de arbeidsmobiliteit beperkt, maar minstens even belangrijk is het feit dat werknemers uit de zware industrie moeilijk elders inzetbaar zijn. De sociaal-economische problemen spitsen zich dan ook toe op de as oost-west, La Louvière-Charleroi-Luik, waar de kolen- en staalindustrie was geconcentreerd.

De noord-zuid-as is een stuk welvarender. Zo ontwikkelde de streek rond de universiteit van Louvain-la-Neuve zich tot hightech-regio. Vooral biotechnologie is een belangrijke sector met de vestiging van multinational GlaxoSmithKline als wereldleider in vaccins. Maar werkloze Walen vinden in deze regio, die ook profiteert van de nabijheid van Brussel, nauwelijks banen. Net zomin als in de provincie Luxemburg, waar Fransen, Duitsers en Luxemburgers van net over de grens werken.

Hoe kon het met Wallonië zo mislopen? Regionaal minister van Economische Zaken en Werkgelegenheid Jean-Claude Marcourt spreekt van ,,gebrek aan visie''. De voormalige advocaat behoort tot de nieuwe generatie bestuurders van de machtige Parti Socialiste. Hij wijst erop dat er destijds alleen een federale regering bestond. België was nog een unitaire staat met een meerderheid van Vlamingen, die volgens Marcourt te weinig rekening hield met de Waalse economische belangen. ,,Na de Tweede Wereldoorlog hadden we hier twintig tot dertig uitzonderlijk goede jaren. De mensen geloofden dat alles altijd goed zou blijven. Men gaf zich er geen rekenschap van dat de wereld verandert.''

En toen zich in de jaren zestig alternatieve activiteiten aandienden, lieten de Franstalige patroons het volgens Marcourt afweten. Ze zagen andere investeerders liever naar Vlaanderen gaan uit vrees dat nieuwe bedrijvigheid in Wallonië de lonen zou opjagen. Als erfenis uit die periode heeft de Waalse overheid nog heel wat deelnemingen in de industriële sector: zij wilde deze ondernemingen niet ten onder laten gaan toen particuliere investeerders zich terugtrokken.

Een deel van de industriële sector, zoals de lucht- en ruimtevaart, heeft zich wel vernieuwd. De wapenfabriek FN (Fabrique Nationale) doet ook goede zaken. Privatiseringen zijn voor de PS geen taboe meer. ,,De bedrijven maken winst'', onderstreept Marcourt. ,,Als morgen een particuliere investeerder garandeert dat de onderneming in Wallonië blijft en zich gaat ontwikkelen, ben ik bereid tot opening van het kapitaal voor particulieren.''

Uit een recente enquête bleek dat het veel Walen nog aan zelfvertrouwen ontbreekt. Zo denkt slechts een kwart van de Walen dat hun regio economisch voordeel zou hebben bij een volledige onafhankelijkheid, terwijl van de Vlamingen bijna tweederde denkt dat hun regio er bij onafhankelijkheid economisch op vooruit zou gaan. Geen wonder dat de Vlamingen er zo over denken: volgens een studie van de Vlaamse overheid gaat er jaarlijks 6,6 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië, vooral voor de sociale zekerheid. Dat is ongeveer duizend euro per Vlaming. De geldstroom kan volgens de deskundigen alleen worden ingedamd wanneer de werkloosheid in Wallonië flink omlaag gaat.

Juist om het gebrekkige zelfvertrouwen van Walen op te vijzelen doet de regionale regering opvallend veel aan cultuurbeleid. ,,Walen hadden het gevoel van trots verloren'', zegt Marcourt. Hij wijst op het Spaanse Bilbao, ,,een moeilijke stad die dankzij het Guggenheim-museum een culturele identiteit heeft gevonden''. Walen kijken met enige jaloezie naar de culturele en economische facelift van het Noord-Franse Lille.

Luik lijkt nog het verst gevorderd. De beroemde Spaanse architect Santiago Calatrava kreeg de opdracht voor de bouw van een futuristisch TGV-station (kosten 285 miljoen euro). ING Groep investeert in nieuwe winkelgalerijen op Place Saint Lambert, terwijl Maastrichtse investeerders in Luik woningen bouwen. Cultureel erfgoed en musea worden opgeknapt. De stad heeft de ambitie het culturele centrum van de Euregio (Luik-Aken-Maastricht) te worden. In de Borinage verrees in het oude mijnwerkersdorp Le Grand Hornu het Musée d'Art Contemporain, dat is ondergebracht in een voormalig mijncomplex. Charleroi werd behalve een museum voor fotokunst ook een dansgroep met internationale uitstraling rijker. En als het aan PS-leider Elio di Rupo ligt wordt Mons, waar hij burgemeester is, in het volgend decennium een Europese culturele hoofdstad.

De doelstellingen van het Toekomstcontract voor 2010 zijn ambitieus. De arbeidsparticipatie van de beroepsbevolking (15-64 jaar) moet van 55,4 naar 70 procent. Dat betekent dat er in zes jaar ruim 300.000 banen bij moeten komen. De uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (r&d) moeten van de huidige ruim 2 procent (waarmee Wallonië het overigens al beter doet dan Nederland) naar 3 procent van het bruto binnenlands product, waarvan tweederde voor rekening komt van de bedrijven. Het aandeel Walen met een middelbare of hogere opleiding ligt met bijna 79 procent nog achter bij de 84 procent Vlamingen, maar wel boven het Europees gemiddelde van 74 procent. In 2010 moet de 85 procent zijn bereikt. Alle cijfers stemmen overeen met de Europese `Lissabon-doelen' voor 2010.

De regionale overheid kan in elk geval geen gebrek aan inspanning worden verweten. De Europese Commissie moest zelfs meermalen aan de bel trekken, omdat aan bedrijven illegale staatssteun werd verstrekt. De Ierse prijsbreker Ryanair moet binnenkort ruim vier miljoen euro terugstorten, waarmee het naar de luchthaven van Charleroi was gelokt.

Volgens onderzoekers van de universiteit van Namen geeft de Waalse regering relatief meer geld uit aan terreinen die van belang zijn voor economische groei – onderwijs en opleiding, toegepast onderzoek, regionale en sectorale ontwikkeling – dan de Vlaamse overheid. Voor onderwijs is flink meer geld beschikbaar gekomen door communautaire akkoorden met de federale overheid. Volgens een inventarisatie van de Vlaamse ondernemersorganisatie Unizo doet de Waalse overheid het op veel punten beter dan de Vlaamse. Sinds 2002 kunnen ondernemingen in Wallonië voor de bouw van een bedrijfsvestiging met een vergunning (permis unique) volstaan. Ook specifieke kredietfaciliteiten voor midden- en kleinbedrijf zijn beter geregeld.

,,Er is hier heel veel politieke steun'', beaamt managing director Hans de Bruyne van het expresbedrijf TNT. De Nederlandse onderneming startte in 1998 met activiteiten op vliegveld Bierset bij Luik, waar het z'n Europese `hub' vestigde. In Keulen waren geen expansiemogelijkheden meer. Bij TNT werken duizend mensen, al gaat het grotendeels om parttimers in de nacht. Investeren in Wallonië heeft volgens TNT-topman De Bruyne, zelf Vlaming, veel voordelen: goedkope grond, gunstige voorwaarden, onbeperkte nachtvluchten en subsidies van de Waalse overheid, die kan profiteren van honderden miljoenen aan Europese structuurgelden voor achtergebleven regio's. Bovendien ligt het geografisch gunstig, met goede verbindingen in de driehoek Amsterdam-Frankfurt-Parijs. De Bruyne prijst ook de werkinstelling van de mensen: het verzuim bij TNT is slechts 4 procent.

Logistiek is dan ook een van de trefwoorden van de Waalse overheid. Zij hoopt dat TNT nieuwe bedrijvigheid zal aantrekken. De Waalse overheid ziet ook mogelijkheden voor de Luikse haven – na Duisburg de tweede Europese binnenhaven – om de banden met Rotterdam aan te halen. ,,Wij hebben terreinen langs de Maas beschikbaar tot vlak onder Maastricht bij Visé'', onderstreept Marcourt. ,,Door de herstructurering van Arcelor komt er nog grond vrij. Rotterdam heeft een probleem met ruimte. Dan kan het interessant zijn activiteiten te ontwikkelen om elders havencapaciteit te verbeteren.''

Als negatieve factor voor investeerders noemt TNT-directeur De Bruyne het optreden van de traditioneel sterke vakbonden, ook al heeft Wallonië per saldo minder stakingsdagen dan Vlaanderen. Volgens De Bruyne bemoeien vakbonden zich zelfs met het promotiebeleid voor personeel, waarbij de socialistische en christelijke bond eigen leden naar voren schuiven. Minister Marcourt erkent de problemen: ,,De vakbonden rivaliseren om leden te krijgen. Ik denk dat ze zich de vraag moeten stellen van de opportuniteit. Ik ben niet zeker dat het altijd in het voordeel van de werknemer is.''

De grootste handicap voor het economisch herstel van Wallonië is het relatief geringe aantal kleine ondernemingen. Een gevolg van eeuwenlange dominantie door de zware industrie. Vooral de dienstensector is zwak ontwikkeld. De Waalse regering probeert de geesten rijp te maken voor meer ondernemerschap. Zij heeft een speciale stichting opgericht, die moet bevorderen dat ondernemerschap in alle onderwijsprogramma's wordt opgenomen. Aan de universiteiten is dat sinds enkele jaren al het geval. Ook zijn er forse subsidies voor starters.

Volgens een recente studie van de Union Wallonne des Entreprises (UWE) waren er in 2002 op elke duizend inwoners 19,5 ondernemingen. Voor heel België lag dat cijfer op 23,1 per duizend inwoners. Het goede nieuws is dat de lust om te ondernemen bij de Walen groeit. Dat blijkt uit een internationaal erkende indicator, die aangeeft hoeveel procent van de actieve bevolking in de laatste drie jaar als ondernemer, werknemer of financier was betrokken bij een startend bedrijf. Deze Total Entrepreneurship Activity (TEA), die een voorspellende waarde heeft voor economische groei, stond vorig jaar op 4,3 procent. Ter vergelijking: België kwam op 3,9 procent en Nederland op 3,6 procent.

Minister Marcourt blijft voorzichtig over de wederopleving van Wallonië. Op zijn bureau ligt een exemplaar van het Toekomstcontract. Op de omslag staat met gevoel voor symboliek een geel kuikentje afgebeeld, dat pas uit het ei is gekropen.