VVD kan niet zomaar ruk naar rechts maken

De VVD is twee jaar bezig geweest met hervormen. Dat heeft de partij alleen windeieren gelegd. Er moet dus iets gebeuren, vinden de leden.

De partij moest op z'n kop. In het voetspoor van het Fortuynisme zag de VVD, de liberale partij die het hart van rechts vormt in de Nederlandse politiek, na het electoraal debacle van 2002 duidelijk kansen liggen. Het was nu of nooit om de sinds de oprichting van de VVD na de oorlog zo felbegeerde status van ,,volkspartij'' te bereiken – een term waarmee in het partijjargon veertig Kamerzetels worden bedoeld, een omvang ongeveer net zo groot als de aanhang van de PvdA.

Maar meer dan twee jaar koortsachtig partijhervormen – meer interne partijdemocratie en overal intern debat over – hebben de VVD voorshands alleen windeieren gebracht. De uitslag bij de Kamerverkiezingen in 2003 (28 zetels) vormde maar in beperkte mate een herstel van de ramp van 2002 (23 zetels). Een binnen de VVD-gelederen aanvankelijk niet zeer serieus genomen, en vervolgens weggelopen Kamerlid, Geert Wilders, behaalt in peilingen resultaten die die van de rest van de partij naar de kroon steken. Dat de VVD volgens vriend en vijand grote invloed uitoefent op het kabinetsbeleid, maakt op potentiële kiezers kennelijk weinig indruk.

Er moet dus duidelijk iets gebeuren, menen vele leden. In deze sfeer doet de fractieleider van de VVD in de Tweede Kamer, Van Aartsen, nu een gooi naar het politiek leiderschap. De partijhervormingen van de afgelopen jaren stellen hem daartoe in staat: vóór 2002 zou een dergelijkse leiderschapsaspiratie, die ten koste gaat van de positie van vice-premier Zalm in de partij, zeker zijn gestuit op afkeer van zoiets ordinairs als het aanwijzen van `leiders'.

De zogeheten partijbaronnen zijn de afgelopen jaren grotendeels van hun macht ontdaan. Het gaat om voorzitters van de regionale VVD-afdelingen die vroeger de politieke voormannen konden maken of breken. Getuige bijvoorbeeld de manier waarop zij in de aanloop van de verkiezingen naar 2002 de eigen lijsttrekker, Hans Dijkstal, voor de voeten liepen. Het congres dat vanavond in Noordwijkerhout begint, zal niet meer worden gedomineerd door met stemmandaten goochelende partijbaronnen, maar door het one man one vote-systeem, waarbij de stem van ieder lid even zwaar telt.

Of de aanwezigen Van Aartsen in meerderheid de juiste man achten voor een leiderschapspositie, staat nog te bezien. In ieder geval heeft de fractieleider in het verleden blijk gegeven van visie op de toekomst van de partij: na de `grote crisis' van het politieke systeem in 2002 ontwaart hij de kleinere, sluipende crisis van thans, die – meent hij – misschien wel gevaarlijker is voor de democratie.

Onder de gegeven omstandigheden is voor politici alles verkieslijker dan de aanblik van inertie, meent de fractieleider. Hij neemt derhalve met enige regelmaat ook de VVD-ministers gevoelig terzijde om hen tot inspanning te manen.

Ondanks deze `harde lijn', en ondanks zijn `rechts' aandoend voorkomen met streepjespak of poloshirt, geldt Van Aartsen als een enigszins linkse VVD'er, onder andere vanwege zijn voorkeur voor staatkundige hervorming en zijn – intern zwaar bekritiseerde – vriendelijke woorden in de richting van het linksliberale D66. Voor een deel van de leden zal dit ongetwijfeld een argument zijn, hem het leiderschap te onthouden.

Maar zo'n interne tegenstrijdigheid in de liberale standpunten is bijna onvermijdelijk bij een VVD'er: net als de andere twee grote partijen, CDA en PvdA, vormt de VVD eigenlijk een amalgaam van verschillende richtingen en stromingen, veroordeeld tot een soms ongemakkelijke samenleving. Daar zal ook het volgend jaar te presenteren nieuwe `Liberaal manifest' van de partij – een soort beginselprogramma – niets aan kunnen veranderen. Niet voor niets is het ook nog volkomen onduidelijk wat daar in zal worden gezet.

In ieder geval verhindert het heterogene karakter van de VVD een eenduidige `ruk naar rechts' – de oplossing voor het uitblijvend electoraal succes voor de partij die gezien het onverwachte succes van Wilders in de peilingen voor de hand zou liggen. Wie de VVD ook zal leiden – en de eigenlijke lakmoesproef daarvoor is eigenlijk niet de gang van zaken dit weekeinde, maar de aanwijzing van een nieuwe lijsttrekker in 2007 – altijd zal hij de verschillende richtingen en stemmingen in de partij in zich moeten verenigen.

Of het nu Van Aartsen is, of de meer rechtsgeöriënteerde huidige minister van Defensie Henk Kamp – die te kennen heeft gegeven wel oren te hebben naar het lijsttrekkerschap – altijd zal een VVD-leider bedachtzame middenweg moeten zoeken, en het meer van een krachtdadige uitstraling dan een al te duidelijk programma moeten hebben. Dat is een probleem waarmee de eenling Wilders, vrij schietend vanaf de zijlijn, in het geheel niet te maken heeft. En dat met de eventuele verkiezing van een politiek leider ook niet te verhelpen lijkt.