Peter van Dongen tekent de vlucht naar de tijger

Zoveel aandacht als er in Nederland is voor de bezetting, zo weinig wordt er teruggeblikt op de periode daarna in Indonesië, waarin de Nederlanders tevergeefs poogden hun kolonies weer onder controle te krijgen. Tekenaar Peter van Dongen, zelf van Indische komaf, maakte een indrukwekkend beeldverhaal over dit onderbelichte, pijnlijke stuk geschiedenis: Rampokan. Het eerste deel van dit tweeluik, Java (1998), werd bijzonder enthousiast ontvangen.

Het kan niet alleen de fraaie vormgeving zijn geweest, of de ingenieuze opbouw van het verhaal, het moet ook iets te maken hebben gehad met het voor velen onbekende verleden dat Van Dongen aansnijdt met Rampokan. Hij neemt in tekst en beeld geen blad voor de mond en laat onomwonden zien hoe de Nederlandse militairen hebben huisgehouden. Daarmee raakt hij een gevoelige snaar.

Er is nog iets bijzonders aan Rampokan. Het is namelijk een van de weinige, serieuze stripverhalen van langere adem die de laatste jaren in Nederland zijn gemaakt. Terwijl in Amerika de graphic novel steeds populairder wordt, worden er in Nederland vreemd genoeg nauwelijks zulke `getekende romans' gemaakt. Volgens veel tekenaars betekent zo'n uitvoerig stripverhaal te veel werk voor te weinig geld en worden ze gedwongen normale strips of illustratiewerk te blijven maken. Van Dongen bewijst een volhouder te zijn, want hij heeft zes jaar aan het tweede deel, Celebes, gewerkt.

In het eerste deel maakten we kennis met Johan Knevel, een jonge, in Indië geboren militair. Hij gaat uit weemoed van Nederland terug naar zijn geboorteland, maar is er zich van bewust dat hij daar zal moeten vechten. Op het schip raakt hij in conflict met Erik Verhagen, van wie iedereen (terecht) vermoedt dat hij een communist is, en die zonder bril bijna een dubbelganger is van Johan. Hij gooit Verhagen overboord, zonder dat iemand daar weet van heeft. Later neemt hij Verhagens identiteit aan en sluit hij zich aan bij het Indonesische verzet. In het vervolg, Celebes, volgen we hem op de vlucht, die hem terugvoert naar het eiland van zijn jeugd. Hij denkt dat hij welkom is in de kolonie, omdat hij er tenslotte is geboren en respect heeft voor de inlanders. Zij beschouwen hem echter als een gewone belanda, een Hollander, iets waar hij aan het einde van het verhaal achter komt.

Van Dongen deed veel onderzoek voor Rampokan. Ook kreeg hij naar aanleiding van het eerste deel brieven over de juistheid van de achtergronden en details, de perfectionistische tekenaar veranderde een aantal zaken in de tweede druk van Java. Maar het meest in het oog springt de complexe, soms wat overladen structuur van het verhaal: bijna op elke pagina ontmoet je een nieuw personage.

Ondanks die opeenstapeling van ontmoetingen en verwikkelingen weet Van Dongen de vaart in het verhaal te houden. Knevels vlucht gaat gepaard met de nodige schermutselingen. Tijdens de gevechten benadrukt Van Dongen de wreedheid van de Nederlanders. Zo ontdekt Knevel dat het Nederlandse leger verzetsleden fusilleert en hun lijken ter afschrikking in een dorp laat liggen.

Gedurende het hele tweeluik weeft Van Dongen beelden van een traditionele tijgerjacht door het verhaal. Die metafoor voor de strijd tegen de Hollanders is een van de tempowisselingen die Van Dongen slim inzet. Dat doet hij ook met scènes waarin hij de jungle toont: bomen en dieren in weelderige totaalshots afgewisseld met close-ups. Dan is ook meteen duidelijk waarom het schetsen en inkten zo lang duurde. Van Dongen gebruikt een moderne variant van Hergés `klare lijn', met minutieuze details. Het ziet er allemaal even fraai uit, en Celebes is het wachten dan ook meer dan waard geweest.

Peter van Dongen: Rampokan 2. Celebes. De Harmonie/Oog & Blik, 72 blz. €16,95