Oekraïne in de EU is niet aan de orde

De Europese Unie en Oekraïne sloten in 1998 een partnerschapsovereenkomst. Over `technische' zaken is er enige vooruitgang, maar de `politieke dialoog' hapert.

Op één ding hoeft Oekraïne voorlopig niet te rekenen: het lidmaatschap van de Europese Unie. De Nederlandse staatssecretaris van Europese Zaken, Atzo Nicolaï, die samen met alle andere Nederlandse bewindslieden tot eind dit jaar het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, zei het deze week nog eens explicitiet.

De EU heeft de handen vol aan de voorgenomen uitbreidingen met landen als Roemenie, Burgarije, Kroatie en Turkije. Het is ondenkbaar dat daar binnen afzienbare tijd nog andere staten bijkomen. Een volwaardig lidmaatschap zit er in elk geval voor de eerstkomende twintig jaar niet in, zei de Duitser Günter Verheugen, die tot begin deze week in de Europese Commissie als eerste verantwoordelijk was voor de uitbreiding, onlangs nog.

Het alternatief is het zogeheten partnerschap. Zo'n samenwerkingsverband is gebaseerd op de Europese `nabuurschapspolitiek', waarin Oekraïne tot één van de prioriteitslanden is uitgeroepen. Brussel en Kiev werken al sinds 1998 samen onder deze paraplu. De overeenkomst die in dat jaar werd afgesloten geldt voor tien jaar. Ze biedt een raamwerk waarbinnen allerlei akkoorden op deelterreinen kunnen worden afgesloten, zoals over handel, technologie en justititie.

De samenwerking gaat gepaard met financiële steun vanuit de Europese Unie. Met ruim één miljard euro aan hulpgelden sinds 1991 is de EU de grootste donor voor de voormalige Sovjet-republiek.

Het samenwerkingsverband houdt tevens in dat de EU en Oekraïne een jaarlijkse top houden. In Jalta, waar beide partners vorig jaar oktober bijeenkwamen, was het belangrijkste onderwerp de vorm samenwerking ná de uitbreiding van de EU met acht landen in Oost-Europa. Oekraïne vreesde voor een nieuwe tweedeling in Centraal-Europa. Van beide kanten werd toen uitgesproken dat dit niet mocht gebeuren.

Het gevoeligst ligt de ,,politieke dialoog'' tussen de Europese Unie en Oekraïne, die van indirecte invloed is op de meer `technische' overeenkomsten. Daarin gaat het om democratie, rechtsorde, mensenrechten en persvrijheid. Zoals Javier Solana, de buitenlandcoördinator van de EU deze week in het Europees Parlement zei: ,,De kwaliteit van de samenwerking met Oekraïne hangt af van de kwaliteit van hun democratie''.

Tijdens de top van juli van dit jaar, die in Den Haag onder Nederlands voorzitterschap plaatsvond, werd reeds bezorgdheid uitgesproken over de op handen zijnde verkiezingen in Oekraïne. Bij die gelegenheid verzekerde de Oekraïense president Leonid Koetsjma dat de verkiezingen in zijn land eerlijk zouden verlopen. En toen al waarschuwde hij ,,velen in het Westen'' dat verlies door een kandidaat van de oppositie niet per se hoefde te betekenen dat de verkiezingen niet eerlijk waren verlopen.