Nijmegen dwingt geweldpleger tot hulp

De gemeente Nijmegen gaat (potentiële) daders van geweldsdelicten gericht benaderen om ze met `dwang en drang' richting hulpverlenende instanties te begeleiden. Een onderzoek naar agressie in Nijmegen in de periode 2000-2003 biedt volgens de gemeente goede mogelijkheden om deze groep beter in beeld te krijgen en een gerichte aanpak te ontwikkelen.

Gebleken is dat één op de vijf geweldsdelicten in Nijmegen gepleegd wordt door een relatief kleine groep van 182 veelplegers. Zij hebben allemaal meer dan vijf geweldsdelicten op hun naam staan, waaronder verkrachting, zware mishandeling en doodslag. Ongeveer 80 procent pleegde het eerste geweldsdelict voordat ze 25 jaar oud waren. Van de daders jonger dan 16 jaar komt de helft uit een gezin waarin ook andere gezinsleden geweldsmisdrijven plegen.

Door de versnipperde hulpverlening is het volgens de gemeente Nijmegen nu moeilijk om potentiële daders beter in beeld te krijgen. Burgemeester Ter Horst wil dat er één centraal meldpunt in de stad komt waar informatie van de politie, reclassering, jeugdzorg, maatschappelijk werk en scholen bij elkaar komt. Daders van geweldsmisdrijven moeten vervolgens via `drang- en dwanginstrumenten', zoals het korten van uitkeringen en voorwaarden stellen bij het toewijzen van een woning, richting de hulpverlening worden geleid. Zij komen onder de hoede van een `casemanager' die ervoor zorgt dat ze de juiste hulp krijgen. Het openbaar ministerie heeft toegezegd bij de strafoplegging rekening te houden met het feit of iemand bereid is zich aan een hulpverleningstraject te onderwerpen.

In Nijmegen worden jaarlijks zo'n 2.700 geweldsmisdrijven gepleegd. De helft daarvan vindt plaats op straat. Bij huiselijk geweld is vaak sprake van langslepende conflicten en een opeenstapeling van problemen, zoals verslaving en schulden.