Niet naar de hemel

Wat zijn de meest cruciale verschillen tussen ons, gewone gemiddelde Nederlanders (autochtoon, allochtoon, al of niet gelovig), en onze fundamentalistische, naar terrorisme neigende medeburgers? Ik zie er drie.

1. Wij hebben een ander beeld van de ideale samenleving. Wij zien graag een liberale rechtsstaat waarin wij mogen zeggen wat wij denken en geloven wat wij willen. Wij hechten aan de democratie. In een democratie zijn we althans gedeeltelijk zelf verantwoordelijk voor wat de overheid doet; we hebben die politici tenslotte met z'n allen gekozen. Dat transformeert kritiek op de overheid een beetje tot zelfverwijt. Hebben we staan slapen in het stemhokje of hoe zit dat? En er is in een democratie de troostvolle gedachte dat je als kiezer je fouten na twee, drie of vier jaar kunt corrigeren.

Zij stellen zich de ideale samenleving heel anders voor. Zij prefereren een theocratie, waarin de heilige schrift tot achter de komma wordt nageleefd, en waarin korte metten wordt gemaakt met ieder die de religieuze geboden relativeert of overtreedt.

2. Wij zijn niet geneigd onze ideale samenleving met geweld aan anderen op te dringen. Natuurlijk, we zijn de afgelopen jaren reuze stoer geworden. Als islamitische voorgangers ons geen hand willen geven, gaan wij een hartig woordje met ze spreken. We gooien ze op een intensieve inburgeringscursus en we gaan studeren op juridisch aanvaardbare manieren om ze het land uit te zetten. Als jeugdige geestelijk leiders, getergd door Andries Knevel, ten overstaan van televisiekijkend Nederland verklaren dat zij geen traan hebben gelaten om de moord op Van Gogh en dat zij ook niet zouden treuren om het ontijdig overlijden van Geert Wilders, dan zinnen we op manieren om dergelijke dagdromen strafrechtelijk te vervolgen.

Maar echt geweld gebruiken? Dat ligt ons niet. Als wij op televisie horen zeggen dat de democratie in Oekraïne er ,,niet zal komen zonder bloedvergieten'', zijn wij geneigd te denken dat de democratie in Oekraïne misschien beter nog even kan wachten. We willen wel een beetje helpen met het democratiseren van Irak, maar daar schieten we liever geen Irakezen voor dood.

Zij daarentegen malen niet om een dode meer of minder, zij zijn niet bang voor een beetje bloed.

3. Het meest cruciale verschil is echter dat wij, in tegenstelling tot fundamentalistische terroristen, meer hechten aan ons leven dan aan onze principes. Wij willen heel beslist niet dood, tenzij we heel erg oud en alle dagen zat zijn. Dat komt niet alleen, omdat velen van ons geloven dat er niets is na de dood. Als er wel een leven na de dood zou bestaan, willen we daar nog steeds niet heen. Op sombere momenten stel ik me wel eens voor dat ik sterf en dan terechtkom in het hiernamaals uit de bijbel of de koran. Ik zou kunnen worden afgevoerd naar de buitenste duisternis, waar geween is en geknars van tanden. Geen fijn vooruitzicht. Of ik zou kunnen worden verwezen naar de hemel. Dat lijkt me ook geen pretje. Even bijkomen van de aardse vermoeienissen klinkt leuk, maar wat moet je daarna? Eindeloos psalmen zingen in het aanschijn van de Heer? Opgaan in een ingewikkelde vorm van polygame groepsseks? Neerzien op het aards gewoel, als was het een televisie?

Ik kan zelfs niet warmlopen voor de gedachte dat ik in een hiernamaals zou worden herenigd met mijn overleden ouders. Toegegeven, ik zou graag met ze bijpraten over de gebeurtenissen in de afgelopen jaren, maar daar heb ik geen eeuwigheid voor nodig. Ik wil niet als volwassen dochter opeens weer terug naar het ouderlijk huis; ik ben veel te blij met mijn eigen gezin. Wij houden meer van ons leven, van onze dierbaren en onze vrienden dan van onze principes.

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Er zijn mensen die het ideaal van de liberale rechtsstaat belangrijker vinden dan hun persoonlijk geluk en dat van hun naasten. In een interview in de Volkskrant van afgelopen dinsdag liet Afshin Ellian weten dat hij de strijd blijft aanbinden met de Mohammed B.'s van deze wereld. Hij zou het niet kalm aan gaan doen met zijn kritiek op de islam en hij wist zeker dat

Ayaan Hirsi Ali er ook zo over dacht. Zo'n houding is moedig en prijzenswaardig. Anderzijds denk ik dat de intense gehechtheid aan het eigen leven van de gemiddelde Nederlander ook grote voordelen heeft.

,,Ik heb nog nooit een burgeroorlog van dichtbij meegemaakt en ik wou dat ook zo houden'', zei Paul Scheffer tegen Hirsi Ali, toen zij bij hem op bezoek was (NRC Handelsblad, 6 november). Deze houding van Scheffer typeert de gemiddelde Nederlander.

Met ons win je geen oorlogen, dat is zo. Maar zolang het geen oorlog is, kun je er blind op vertrouwen dat wij in grote meerderheid de vrede in stand willen houden en dat is ook wat waard.

Ga ons dus alsjeblieft niet verder lopen ophitsen tot oorlogshysterie. Daar zijn we helemaal niet op gebouwd.