Niemand wil vechten, ook de kompels niet

Ook de mijnwerkers willen in Oekraïne hun stem laten horen. Ze wachten met duizenden in treinen voordat ze Kiev ingaan.

De mijnwerkers in de schemerige treincoupé kijken stomverbaasd. Wát zeggen ze? Dat de Oekraïeners van het westen bij Europa en die van het oosten bij Rusland willen horen? ,,Dat moet een grap zijn'', zegt hun voorman Aleksej. ,,Wij willen allemaal bij Europa. Wie wil er nou niet bij Europa?''

The clash of civilizations. Het concept is weer in trek nu Oekraïne (letterlijk `land aan de grens') uiteenvalt in oost en west, premier Viktor Janoekovitsj tegenover ex-premier Viktor Joesjtsjenko. Een conflict dat de breuklijn tussen het orthodoxe oosten en het katholieke westen meedogenloos blootlegt en kan escaleren tot een burgeroorlog, zo heet het.

De mijnwerkers zien dat anders. Met vierduizend man wachten ze op een desolaat rangeerterrein op het sein, dan marcheren ze Kiev in. In de coupés hangt een walm van zweet, tabak en wodka. Tussen de sporen steken zwarte gestaltes af tegen de sneeuw, fourageurs met plastic tassen vol wodka, water, zwart brood en worst. Morgen gaan ze hun stem laten horen, zeggen ze. Dat is toch hun goed recht?

Vechten wil niemand. De kompels zien geen cultureel verschil met de inwoners van Kiev, die massaal in oranje betogen. ,,Ik heb mezelf Oekraïens geleerd'', zegt de Russischtalige voorman Aleksej. ,,Zo moeilijk is dat voor een Rus niet. Het zijn ook onze kinderen die daar betogen. Mijn dochter studeert in Kiev. Weet u hoeveel geld mij dat kost?''

Aleksej ziet de worsteling tussen de Viktors eerder als klassenstrijd, als Feyenoord tegen Ajax. ,,In Kiev wonen net zulke mensen als wij. Alleen: ze weten niet wat het is om voor elke kopeke te zwoegen. Hun leven zou heel wat armoediger zijn zonder onze kolenmijnen en moderne staalindustrie. Wij verdienen het geld, Kiev geeft het uit.''

En zeg niet dat de kompels van hun bazen naar Kiev moeten. Oké, de bazen hebben de treinen, de vrije dagen en zakgeld geregeld. ,,Maar is dit soms een veewagon? Denk je dat we tegen onze wil gaan?'' Ze beseffen het risico: één provocatie en Kiev staat in brand. Maar ze klinken verrassend genuanceerd.

,,Kijk, Joesjtsjenko is een schone bankier, dat weten we. En Janoekovitsj is iets minder schoon, maar wel een echte chozjain (baas) die zijn handen uit de mouwen steekt'', meent een ingenieur.

Voorman Aleksej heeft op eigen houtje een compromisvoorstel uitgewerkt. Janoekovitsj wordt president, maar levert veel macht in. Oekraïne wordt dan een parlementaire democratie. ,,Dan hoeft Joesjtsjenko ook niet te klagen. Hij leidt de grootste fractie in het parlement.''

Terwijl de mijnwerkers in de treinen wachten, stroomt tegen het middaguur een voorhoede van zo'n drieduizend Oost-Oekraïeners al het centrum van de stad in. Ze willen de ministerraad bewaken, de strenge zuilengalerij waar Janoekovitsj kantoor houdt.

Als uit het dal een oranje kolonne op hen toeloopt, dreigt even gevaar. Oranje botst op Blauw-Wit, slogan op slogan: Joesj-tsjen-ko! Ja-noe-ko-vitsj! Dan stromen de Blauw-Witten zijdelings het Marinskipark in. Op diezelfde heuvel probeerden kozakken en jongeren dinsdagnacht een tentenkamp op te zetten. Dat werd heroverd door Oranje, waarna de tenten verdwenen. De nacht daarop laadden legertroepen in het park tien veldkeukens en stapels hout uit vrachtwagens. Het Marinskipark moet kennelijk de basis worden van Blauw-Wit.

,,Ik ben niet bang'', zegt lerares Larissa uit Charkov, een van de weinige dames in Blauw-Wit. ,,Toen we met de bus Kiev binnenreden, tekende een meisje een hart op het raam. Ik zie dit als een kans elkaar beter te leren kennen.'' Maar ze maakt zich zorgen over de jeugd. ,,Die ontspoort zo gemakkelijk.'' Anna, met oranje lint, mengt zich in het gesprek. ,,Maar met jullie kompels moet je ook uitkijken. Tien liter wodka, één vonkje, dan is het gebeurd.''

Hoe zien de kompels en arbeiders uit het oosten de machtsstrijd in Kiev? Hun tv-zenders presenteren het als volgt. Losgeslagen studenten, misleid door `bankroete zakenlui en gesjeesde politici', zetten Kiev op stelten. De zwijgende meerderheid zit thuis en gruwt van het chaotische openluchtfestival. De jeugd moet gewoon weer naar de schoolbanken. Dat de oranje massa zo groot is, lijkt sommige Blauw-Witten te imponeren. Maar de eerste betoging brengt ze niet noodzakelijk op andere gedachten. Want alleen jongeren klimmen naar het Marinskipark om hen te confronteren.

Toch loopt het ditmaal goed af. Tussen de bomen gaat het schreeuwen nog even door, maar aan de randen mengt het Blauw-Wit zich al met Oranje. Er worden kampvuurtjes ontstoken in olievaten, in de sneeuw ontstaan honderd debatgroepjes. Twee jongemannen vertellen elkaar op fluistertoon hun levensgeschiedenis. ,,Ik ben een wees, Kiev is mijn vader en moeder. Hoe kan ik Joesjtsjenko nou niet steunen? Hij is nasj, de onze.''

Een kompel: ,,Janoekovitsj heeft onze achterstallige salarissen tot 1997 terugbetaald. Het gaat eindelijk weer goed met ons, ik verdien nu drieduizend hrinia (500 euro), dus kom ik hier om de burgeroorlog te stoppen.'' Een student: ,,Maar Janoekovitsj is een gevangenisboef, hij heeft ook veel van jullie gestolen.'' De mijnwerker: ,,Dat is waar, maar dat weet ik niet.''

Tegen zes uur 's avonds, als de arbeiders uit het oosten zich terugtrekken naar hun pensionaten, kamers en treinstellen, draagt een enkeling blauw-witte én oranje linten. Groepjes oproerpolitie staan ontspannen te roken. ,,We waren even bang dat het misliep'', zeggen ze. ,,Maar beginnen de mensen eenmaal te kletsen dan houden ze nooit op.'' Alleen een grimmig groepje dorpelingen zet de clash of civilzations nog even voort. Ze marcheren met orthodoxe kruisen, iconen en portretten van Janoekovitsj rondjes voor de ministerraad en roepen: `God met Ons! God met Ons!' Voorbijgangers zien het wat meewarig aan.

,,Gewone mensen willen geen oorlog'', zegt kompel Sergej Vorosotski. ,,Maar wij hebben het niet voor het zeggen.''