Na Persepolis keert Marjane Satrapi terug naar Iran

Het debuut `Persepolis' van de Iraanse Marjane Satrapi sloeg in als een bom. Zowel in Frankrijk als in Nederland werd het getekende verslag van haar jeugd in revolutionair Iran een onverwachte bestseller. Zoals zo vaak is het dan maar afwachten of `het tweede boek' net zo goed zal zijn. Vooral ook omdat ze in Persepolis putte uit haar eigen belevenissen. Zou ze nu een fictief scenario schrijven? Voortborduren op haar leven in Parijs? Ze doet geen van beide in Poulet aux prunes, dat zeker niet teleurstelt. Ze keert terug naar Iran, maar kiest dit keer voor het zwaarmoedige verhaal van haar oudoom Nasser Ali Khan. Khan is in 1958 een beroemde muzikant. Khans vrouw heeft tijdens een huiselijke ruzie zijn blaasinstrument, de tar, vernield en hij raakt daarna op drift. Omdat het leven geen zin meer heeft zonder een goede tar, besluit Khan zelfmoord te plegen. Na acht dagen van eenzaamheid op zijn kamer sterft hij. Het deprimerende einde is onontkoombaar, want Satrapi toont al vroeg de begrafenis. Daarna lezen we over de acht voorafgaande dagen.

Khan herinnert zich daarin zijn leven – waarin hij trouwde met een vrouw op wie hij niet echt verliefd was, een jeugd waarin hij samen met zijn broer opgroeide, zijn eigen kinderen, zijn zoontje dat hij eigenlijk niet kan uitstaan. Het wordt allemaal met veel inlevingsvermogen verteld.

Omdat Satrapi al vroeg het einde verklapt, kan ze zich tijdens de rest van het boek concentreren op details, herinneringen, persoonlijke relaties. Die vermengt ze via dialogen, droomscènes, flashbacks en flashforwards tot een boeiend geheel. Haar tekeningen zijn, net als in de Persepolis-reeks, eenvoudig zwart-wit, maar wederom zeer effectief.

Marjane Satrapi: Poulet aux prunes. L'Association, 88 blz. €14,–