Moslimmeid, jij bent geen slachtoffer (Gerectificeerd)

De hoofddoek, als geuzendracht, is het symbool van de nieuwe identiteit van de moslima, meent Naema Tahir. Maar hoe oprecht is deze identiteit? Ooit gehoord van Halal-flirten?

Ik richt mij nu tot jou, Nederlandse moslima. Je bent de dochter van een immigrant die worstelt met haar worteling in een steeds ingewikkelder wordende samenleving. Een samenleving waar de oorspronkelijke bewoners het ook niet zo goed meer weten, en waarin jij een plekje zoekt voor een zinnige invulling van je bestaan. Ben ik allochtoon, nieuwkomer, oudkomer, geïntegreerd, ingeburgerd of is de uiteindelijke promotie tot `etiket moslima' de enig juiste? In hoeverre kan ik mezelf zijn zonder te horen: ,,Ga terug naar je eigen land'? Want is dit niet het enige thuisland dat ik ken?

Jouw wankele identiteit schreeuwt om houvast. De autoriteit van de islam heeft een sterke aantrekking op je jonge, zoekende geest. Jij, die gewend bent aan de autoritaire controle van je vader, gaat op zoek naar de autoritaire controle van andere moslimmannen die over jou oordelen als teken van liefde en acceptatie. Door een `duidelijke islam' worden jouw twijfels weggedrukt. In de islam hervind jij een stabiele, zogenaamd uniforme identiteit, gedeeld door miljoenen en miljoenen mensen. En bezegel jij je keuze voor de islam met een hoofddoek.

Maar islam is waarschijnlijk maar de oppervlakkige reden voor jouw keuze. Er zijn andere redenen en jij bent de enige die weet waarom jij je zo bedekt. Laten we een tipje van de sluier oplichten over wat er in jouw hoofd omgaat. Over dit meest zichtbare symbool van jouw religie worden intussen inktpotten leeggeschreven. Je hebt bereikt dat het misschien wel een van de ingewikkeldste kledingstukken van onze tijd is geworden. Kijk maar naar het straatbeeld van de Europese landen, en je ziet dat je de hoofddoek ook bij een jonger publiek populair hebt gemaakt. In de gehele publieke ruimte dwingen jouw zusters het dragen van een hoofddoek af. Het moet toch wel erg machtig voelen, mijn zuster. Machtig ten opzichte van de seculiere rechtsstaat, ten opzichte van mannen en ten opzichte van die bloothoofdse vrouwen. Zoals ik.

Recentelijk sprak ik met een vrouw die mij ervan overtuigde dat het een kwestie was van evolutie. Uiteindelijk behoort iedere moslima, als zij haar religie juist wil beleven, een hoofddoek te dragen. Dat was een opgeleide vrouw, een advocate uit Londen, die beweerde de hoofddoek geheel uit eigen vrije wil te dragen. Ze was mooi, krachtige zwarte ogen, welgevormde volle lippen en een donkere, diepbruine huidskleur. De kleur van waterige koffie zonder melk. Ze was slank en bijna 1,80 meter lang. Haar hoofddoek was pikzwart. Het gaf haar een gesloten indruk. Zij probeerde haar gezicht een lift te geven door zeer opvallende make-up te gebruiken. Het vormde een contrast met de reden waarom zij de hoofddoek droeg: ,,Om mannen niet te verleiden', zei ze resoluut. ,,Wij moslima's hebben een verantwoordelijkheid om distantie te houden van mannen. Met een hoofddoek zullen mannen wel twee keer nadenken, voordat ze je aankijken of met je flirten.' Zou het? dacht ik bij mezelf. Ik geloofde er geen biet van.

Mijn handen jeukten om de doek van deze mevrouw los te maken en die van haar hoofd te rukken. Ik wilde de gloed van haar haarkleur zien, glanzend onder de zon, zeer waarschijnlijk geparfumeerd en zo verleidelijk, nauw verwant met bedgenoegens. Ik wilde haar bevrijden van dit bedeksel, haar huid voelen, haar nekplooien aanraken, die vast aan het zweten waren onder de broedende warmte van het kleed. Nee, zo mag ik niet denken. Ze probeerde mij te overtuigen dat de hoofddoek wordt gedragen vanwege de verleiding. In haar ogen was ik vast een hoer, die met haar lichamelijkheid en seksualiteit te koop loopt. Ze wilde dat ik een statement zou maken tegen `het Westen' door mij te onderscheiden. Maar haar druk om een doek te dragen, kon ik makkelijk weerstaan.

Zelf begon ik een hoofddoek te dragen vanaf mijn vijfde. Dat was in Engeland, waar ik ben geboren, en waar ik de koranschool doorliep. Elke dag na de reguliere school kwam ik thuis, verwisselde mijn schooluniform, een kort rokje, voor de `zedelijke' Pakistaanse dracht, een tuniek met wijde broek, deed een lap stof over mijn kruin, knoopte die strak in mijn nek vast, en klaar is Kees! Mijn korte jongenscoupe kwam er meestal aan alle kanten uit, maar op mijn vijfde had ik geen idee dat ik mijn haar moest bedekken. Of dat mijn kinderhoofd verleidelijk zou zijn voor mannen.

Mijn hoogtepunt van het dragen van een hoofddoek was tijdens mijn puberteit. Ik woonde toen twee jaar in de – van seks verstoken – Pakistaanse samenleving, te midden van mijn moslimbroeders en -zusters. Ik begrijp jou wel, moslima. Ik heb aan den lijve ondervonden dat het dragen van een hoofddoek lekker aanvoelt. Dagelijks in het openbaar bedekte ik mijn hoofd en lichaam. Het was geen keuze, zoals jij die hier hebt, het was een verplichting. Elke dag op weg naar school, lopend door de drukke straten, waren mijn hoofd, haar en de rondingen van mijn tienerborsten, buik en billen bedekt. Die bestonden niet voor de buitenwereld. Ze mochten niet worden bekeken om de familie-eer niet te bezoedelden. Maar het hielp niet.

Dagelijks incasseerde ik bekijks van mannen, die me bestraffend dwongen mijn blikken neer te slaan. Met mijn ogen streng rechtuit gericht, deed ik alsof zij er niet waren en begon ik mezelf te ontkennen. Maar de hormonen in mij weigerden knecht te zijn in dit spelletje tussen meesters en slavinnen. Ik leerde langzaam de macht naar mij toe te trekken. Mijn vrome ik maakte plaats voor een vrijer ik. Met mijn nonchalant ontsnapte lokken van onder mijn sensueel gedrapeerde hoofddoek, zwaar natuurlijk gestifte lippen en pikzwart opgemaakte ogen leerde ik genieten van de verboden aandacht op straat. Als een vreemde blik `toevallig' mijn blik ontmoette, keek ik beschaamd en met lichte dramatiek weg. Alsof ik daarmee wilde zeggen: ,,Ik weet dat ik de bron van de verleiding ben.' De onschuld zelve uitstralend zocht ik naar manieren om mezelf aantrekkelijker te maken. Het me schamen cultiveerde ik tot een toegestane manier om te flirten. Het verleiden werd tot kunst verheven. Juist omdat ik eruitzag als de heilige maagd Maria, kon ik mij veel meer permitteren en er niet voor worden gestraft.

Halal-flirten, zoals sommige schoolvriendinnen het noemden. Mijn hoofddoek werd mijn cultureel bepaalde manier van hoe ik mij in verleidelijke zin mocht uiten. Mijn enige manier om aan seksueel genot te proeven. Maar ook dit was verboden. Ik kon voor dit `overspel', of `seksmisdrijf', makkelijk de doodstraf krijgen. Gelukkig wist ik dat niet, naief als ik was.

Hoe dan ook, wat mij eerst vermoeiende uitstapjes leken, werden de mooiste stukjes van mijn dag. Zo kon ik mij ook wreken op mijn ooms en neven die hun vrouwen streng dicteerden hoe zij zich moesten kleden en gedragen, terwijl zij zichzelf nergens in beperkten.

Dit herken je natuurlijk, moslima. Ik zie je al staan, zo op straat met je hoofddoek in zachte zijde die je naakte kaaklijn doet uitkomen. Je geaccentueerde gezichtstrekken en sprekende ogen vragen erom van top tot teen gestreeld te worden door verlangende blikken van mannen, en ik denk ook van vrouwen. Mysterieus en begeerlijk ben je de ware bijenkoningin, waarvoor de mannen doen waarvoor ze gemaakt zijn: proberen het jou naar de zin te maken. Alle gescoorde aandacht maakt je alleen maar sterker tegenover je niet hoofddoekdragende moslimzuster, die je in wezen een mindere moslim vindt, en die je in dit soort spelletjes tussen mensen onder druk zet om ook een hoofddoek te dragen.

En die druk baseer je op de koran:

,,O profeet! Zeg tot jouw echtgenotes, jouw dochters en de vrouwen van de gelovigen iets van haar overkleding over haar heen naar beneden te laten hangen. Dat bevordert het best dat men haar herkent en niet lastigvalt. [...] En zij moeten sluiers over hun boezem dragen en hun sieraad niet openlijk tonen, behalve aan hun echtgenoten of hun vaders.'

In deze verzen grondvest jij de verplichting om een hoofddoek te dragen met de oorspronkelijke bedoeling de vrouw te beschermen tegen de verleiding waar ze zelf de oorzaak van is. Maar door je hoofddoek geef je je expliciet uit als moslima, en geef je daarmee alle moslimmannen het recht controle uit te oefenen op jou. Maar laat die moslimman maar denken dat je zijn cultuur en religie uitdraagt. Als ik jou zie, moslima, dan zie ik geen onderdrukte vrouw. Nee, eerder een meesteres onder wier kapje een klein zweepje verscholen ligt. Ik kan ook wel begrijpen dat je naar zijn normen leeft. Zonder hoofddoek word je snel buitengesloten.

Vorig jaar was ik uitgenodigd om met een aantal Pakistanen mee te denken over de rol van Pakistaanse moslims in Nederland. Ik was de enige van de vier vrouwen die geen hoofddoek of ruim zittende kleding droeg. Ik droeg een scherp getailleerd, zwart, krijtstreeppak. Om de hint van mijn decolleté te verbergen – uit respect voor de vromen onder de moslims – had ik een Kasjmir-sjaal over mijn blote nek gedrapeerd. Het paste goed bij mijn krijtstreeppak. Smaakvolle fusion fashion.

In de discussie die volgde hamerden de vrouwen erop dat moslima's zouden moeten worden toegelaten tot de besturen, of een geheel eigen moskee zouden moeten runnen. De aanwezige imam knikte instemmend. Maar toen kwam het. Tussen neus en lippen door sprak hij zijn veroordeling uit over vrouwen die geen hoofddoek dragen. ,,Een moslima die geen hoofddoek draagt', zei hij, ,,zondigt.' Zonder mij aan te kijken herhaalde hij: ,,Ze zondigt.'

Veroordeling? Diskwalificatie? Deze imam zal elke gelegenheid te baat nemen om mij te veroordelen, puur omdat ik niet aan zijn kledingvoorschriften voldoe. Zijn scherpe uitlatingen over hel en verdoemenis snoerden de andere aanwezige behoofddoekte dames voorgoed de mond. Dit had ik zo vaak meegemaakt. Mannen die vrouwen, hoe intelligent en hoog opgeleid ook, vastpinnen op dat ene, die hoofddoek. Het lijkt een soort gentlemen's agreement, een afspraak tussen kleingeestige mannen om vrouwen die geen hoofddoek dragen te diskwalificeren wanneer je maar kan. Zodat de moslimgemeenschap met hen in ieder geval geen rekening hoeft te houden. En diegenen die graag mee willen doen in diezelfde gemeenschap, zullen niet tegen deze collectieve fantasie van mannen ingaan.

Maar meer nog dan dat is de hoofddoek, als geuzendracht, een symbool van jouw nieuwe identiteit geworden. Nieuw, omdat de context van macht en mentaliteit waarbinnen de hoofddoek in (onder andere) Nederland wordt gedragen, een totaal andere is. Met een hoofddoek kun je je onderscheiden, dat past precies binnen de puberale mentaliteit waarin je je leert ontwikkelen en uiten in deze Europese culturele context. Het betekent voor jou een extra dimensie aan jouw vrijheidsbesef, en dus een greep naar het vergroten van bewegingsruimte, invloed, zelfvertrouwen en macht. Je maakt een statement tegen de westerse samenleving. Je biedt tegenwicht aan de peer pressure van je vriendenkring en, als hoofdprijs, weet je de imam, je broer, je vader en de ,,hoer' roepende rotjongen van om de hoek koest te houden.

Maar jij verzwijgt de echte redenen voor het dragen van een hoofddoek, mijn zuster. Je doet een appèl op religie als kern van jouw identiteit, dit is een sociaal geaccepteerde stap om jouw individuele vrijheid te consumeren. Daar zullen de schuldbewuste secularisten je tenminste alle ruimte geven. Slimme moslimmeid, je hebt een strategie ontwikkeld om als het ware te snoepen van twee walletjes. Je hanteert een persoonlijke selectie van morele codes uit een islamitische cultuur én uit een seculiere cultuur. Daarmee houd je het thuisfront tevreden en tegelijkertijd vraag je respect voor je identiteit als je de voordeur achter je dichttrekt en de publieke ruimte betreedt. Te accepteren dat hier andere regels gelden, valt jou enerzijds zwaar, en daarom beroep je je op de vrijheid van religie. Anderzijds verzet je je tegen bepaalde regels uit de islamitische cultuur, zoals bewegingsbeperking, door je te beroepen op de norm van de vrijheid.

Natuurlijk geldt hier vrijheid van religie; die vrijheid wordt jou ook niet ontnomen. Maar je persoonlijke keuze betekent nog niet dat het dragen van een hoofddoek altijd en overal mag. Dit op zijn beurt betekent niet per definitie dat je je religie niet mag uitoefenen. Het betekent slechts dat het uitoefenen daarvan verantwoordelijkheden met zich meebrengt die zich tot buiten het religieuze uitstrekken, namelijk tot de manier waarop Nederlanders met elkaar willen samenleven in een seculiere samenleving waarin het religieuze in de kern tot de persoonlijke levenssfeer wordt gerekend.

Moslima, relativeer jezelf. We mogen jou best vragen om niet overal en altijd wanneer jij dat zelf wilt een hoofddoek te dragen. Als jij er dan toch een wil dragen, dan is dat jouw keuze. Als jij dan niet toegelaten wordt tot een opleiding, de rechterlijke macht of het politieapparaat, dan is dat een gevolg van jouw keuze. Voor de gevolgen ervan kan en moet jij ook zélf verantwoordelijkheid dragen.

Ik voel me niet schuldig als ik dit zeg. Ik zie jou niet als klein, onschuldig slachtoffertje, maar ik doorzie jouw puberale spel om maatschappelijke invloed. Slimme moslimmeid, bij uitstek jij weet hoe je een dergelijk schuldgevoel – bij mensen die jou niet zo goed begrijpen – tot je eigen voordeel kan aanwenden. Daar ben je namelijk toe opgevoed, juist omdat je minimale eigen ruimte wordt gegund voor het ontwikkelen van een persoonlijkheid die het steevast aflegt tegen het belang van het gezin, de familie en het collectief. Geef toe dat er sprake is van een machtsspel en van meten met twee maten, zowel door moslimmannen als door moslimvrouwen.

En ik durf te wedden, dat naarmate jouw zusters zich langer bewegen tussen mannen in het algemeen, het onderscheid tussen moslimmannen en niet-moslimmannen zal vervagen. Het doekje verliest dan langzaam aan betekenis en gaat weer af. Daardoor worden moslima's niet minder moslim. Alleen voelen ze zich dan vrij om zelf uit te maken hoe zij hun geloof beleven. Dat duurt nog wel even en daar zullen we gewoon met zijn allen doorheen moeten – laïcité of niet.

Naema Tahir is juriste en werkt bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ze is geboren in Engeland, van Pakistaanse afkomst, en op haar tiende verhuisd naar Nederland. Dit is een ingekorte versie van de Pietje Bell lezing die zij gisteren in de Rotterdamse Kunsthal heeft gehouden.

www.nrc.nl/opinie

Volledige tekst Pietje Bell-lezing

Rectificatie

Naema Tahir

Onder het artikel Moslimmeid, je bent geen slachtoffer (26 november, pagina 6) staat dat auteur Naema Tahir werkzaam is bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ze is als juriste met name betrokken bij mensenrechtenkwesties, maar niet bij dit Hof.