Meer welvaart voor volgende generaties

De volgende generaties Nederlanders zullen meer welvaart hebben dan de huidige generatie. In 2040 is het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking tussen 30 en 120 procent hoger dan nu.

Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) op basis van een studie naar Nederland in het jaar 2030, die vandaag werd gepresenteerd. De welvaartsgroei is volgens het CPB afhankelijk van de mate van internationale samenwerking en privatisering.

Uit de studie blijkt verder dat Nederland er goed voor staat in vergelijking tot de andere oorspronkelijke 15 lidstaten van de Europese Unie. De vergrijzing ligt lager, evenals de werkloosheid. Daardoor kunnen belastingen en sociale premies relatief laag blijven, hetgeen de werkgelegenheid bevordert. Ook is het scholingsniveau van de werknemers hoger dan het gemiddelde van die groep EU-landen. De arbeidsproductiviteit ligt eveneens hoger in Nederland: 15 procent boven het gemiddelde van het `oude' Europa.

Met het rapport `Vier vergezichten voor Nederland' wil het CPB economische beleidskeuzes voor de lange termijn eenvoudiger maken. De factoren die bepalend zijn voor de economische ontwikkeling op lange termijn zijn bekend, maar hun omvang is dat niet. Daarom heeft het CPB deze problemen doorgerekend voor vier mogelijke toekomstscenario's. Verschil tussen deze scenario's is de mate waarin landen internationaal zullen samenwerken en taken privatiseren, zoals de sociale zekerheid. Dat zijn politieke keuzes, aldus het CPB, dat alleen de gevolgen van die keuzes heeft berekend.

Tussen de economische groei in de vier scenario's bestaat een groot verschil. In de meest open, geprivatiseerde variant van het toekomstige Nederland is de economie in 2040 met 120 procent gegroeid. In een Nederland met een onverminderd grote publieke sector en zonder verdere internationalisering, slechts 30 procent. De inkomensongelijkheid is in de eerste variant veel groter dan in de tweede.

In alle scenario`s daalt de bevolkingsgroei, maar de mate waarin, en de effecten op het arbeidsaanbod en dus de gevolgen voor de economie, verschillen sterk. In een geglobaliseerde economie met een sober systeem van sociale zekerheid zullen volgens het CPB zoveel meer mensen gaan werken, vooral vrouwen en ouderen, dat de effecten van de vergrijzing op de beroepsbevolking worden geneutraliseerd. In dat scenario zal de werkloosheid laag zijn, rond de vier procent, tegen zeven procent in de meest gesloten variant.

De meest internationale variant met maximale privatisering levert volgens het CPB de meeste nadelen op voor het milieu, en heeft een grote inkomensongelijkheid tot gevolg. De verdeling van de werkgelegenheid over de sectoren zal sterk blijven verschuiven. In de landbouw en industrie gaan steeds minder mensen werken, in de zorg- en de dienstensector steeds meer.

ACHTERGROND pagina 9