Frankenstein en de vrije diensten

EU-ministers bespraken gister voor het eerst een ontwerprichtlijn die het dienstenverkeer in de EU moet vrijmaken. Tegenstanders spreken van de `Frankenstein-richtlijn', die het Europese sociale model op zijn kop zet.

De naam van Frits Bolkestein zal nog vaak klinken in Brussel, ook al is hij sinds een week als eurocommissaris vertrokken. De liberale ex-politicus heeft dat vooral te danken aan z'n omstreden voorstellen om de interne markt voor diensten open te breken. Eerder dit jaar kwamen duizenden vakbondsactivisten op de been om te protesteren tegen de plannen, die volgens hen tot massaal banenverlies en sociale dumping zullen leiden. Gisteren demonstreerden meer dan duizend vakbondsleden bij een ministersbijeenkomst in Brussel weer tegen wat ze de `Bolkestein-richtlijn' of ook de `Frankenstein-richtlijn' noemen.

De plannen worden door het bedrijfsleven gezien als een test voor de bereidheid van de EU tot economische hervormingen. Een adviesgroep onder leiding van ex-premier Kok noemde de richtlijn onlangs in een rapport ,,cruciaal'' voor de Lissabon-strategie om de economie van de EU tot de meest concurrerende ter wereld te maken. Maar het dossier heeft ook een hoge symboolwaarde voor de vakbeweging. Zo zou het in Frankrijk een rol kunnen spelen bij een referendum over de Europese Grondwet.

Besluiten zijn voorlopig niet te verwachten wegens de politieke gevoeligheid in veel lidstaten. Ook in het Europarlement, dat medebeslissingsrecht heeft, is de richtlijn omstreden. ,,Ik deel de angst van de vakbonden'', zegt europarlementariër Ieke van den Burg (PvdA). Volgens een hoge diplomaat is de discussie over de dienstenrichtlijn ,,sterk bemoeilijkt'' door de uitbreiding van de EU. Dat roept een spookbeeld op van dienstverleners uit Oost-Europese en Baltische lidstaten die de rest van de EU overspoelen.

Hoeksteen van de dienstenrichtlijn is het `oorsprongslandbeginsel': voor een bedrijf dat elders zijn diensten aanbiedt, gelden slechts de regels van de lidstaat waar dit bedrijf is gevestigd. De vakbeweging spreekt van een ,,juridische revolutie''. Want de gangbare praktijk in de EU is harmonisatie van de nationale regels. Maar voor diensten zijn er zoveel uiteenlopende nationale voorschriften dat harmonisatie volgens sommige experts onmogelijk is. Met de keuze voor het oorsprongslandbeginsel zou de interne markt voor diensten in één klap worden opengebroken. De Ierse eurocommissaris McCreevy, die Bolkestein opvolgde, noemt het een ,,visionair'' plan.

Bolkestein sprak bij de presentatie van zijn plannen in januari over de ,,belangrijkste stimulans'' voor de interne markt sinds in 1992 het goederenverkeer werd vrijgemaakt. Bedrijven die in een andere lidstaat diensten willen aanbieden of zich er willen vestigen, stuiten nu nog op enorme administratieve en bureaucratische belemmeringen. Lidstaten schermen zo hun dienstensector voor buitenlandse concurrentie af.

Zo'n 50 tot 70 procent van de economische activiteiten in de EU bestaat uit diensten. Maar diensten nemen slechts 20 procent van de handel in de EU voor hun rekening. Dat remt concurrentie en drijft prijzen op. Volgens een studie van het Nederlandse Centraal Planbureau in opdracht van de Europese Commissie leidt de dienstenrichtlijn tot een vergroting met 15 tot 35 procent van zowel de bilaterale handel als de buitenlandse investeringen. Het gaat om sectoren als informatietechnologie, bouwnijverheid (onder meer architecten), reclame, gereglementeerde beroepen (onder meer arts, fiscaal adviseur), veiligheidsdiensten, arbeidsbemiddeling en gezondheidszorg.

Volgens minister Brinkhorst van Economische Zaken, fungerend EU-voorzitter, is er ,,geen sprake van sociale dumping'' door toestroom van goedkope arbeidskrachten uit andere lidstaten. Want een al langer bestaande sociale richtlijn bepaalt dat voor de arbeidsvoorwaarden de wetgeving van het bestemmingsland geldt. Volgens de Bolkestein-richtlijn gelden ook veiligheidsvoorschriften (onder meer in de bouw) van het bestemmingsland. Ook wil de richtlijn alleen het dienstenverkeer vergemakkelijken in sectoren waar concurrentie al de normale praktijk is. Lidstaten zijn dus niet gedwongen openbare diensten te liberaliseren.

Van de 25 lidstaten hadden er gisteren 6 (België, Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Portugal en Zweden) grote bezwaren tegen het oorsprongslandbeginsel. Opvallend was volgens diplomaten de welwillende houding van Duitsland, dat een sterk gereguleerde dienstensector heeft.

Een moeilijk punt voor veel landen is de controle op naleving van regels, omdat de `oorsprongslanden' hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Ook over consumentenbescherming moet meer duidelijkheid komen. Verder willen veel lidstaten meer zekerheid dat zij eigen voorwaarden kunnen blijven stellen aan openbare diensten. Duidelijk is al dat op de Bolkestein-richtlijn een reeks uitzonderingen zal worden bedongen.

Positieve reacties komen van het midden- en kleinbedrijf (MKB). Voor het MKB zijn de praktische hindernissen nu vaak reden af te zien van activiteiten over de grens. Zo zijn bedrijven soms verplicht in de andere lidstaat eerst een kostbare marktstudie te laten doen. Volgens een firma die in Brussel zijn beklag deed liepen de kosten op van 165.000 tot 475.000 euro per lidstaat. Een elektronicabedrijf was aan adviezen over toelatingsvoorwaarden in vijf lidstaten 100.000 euro kwijt. Door de tijdrovende procedures lopen bedrijven ook miljoenen omzet mis.

Ook de Europese consumentenorganisatie Beuc is tamelijk positief over het voorstel, al moeten volgens haar kwaliteitstoezicht en consumentenbescherming worden verbeterd. ,,Het wegnemen van onnodige en ongerechtvaardigde belemmeringen voor diensten moet voor meer concurrentie en keuzevrijheid van consumenten zorgen'', zo concludeert de consumentenorganisatie.