Eva Gerlach

Eind dit jaar wordt de verkiezing van een nieuwe Dichter des Vaderlands georganiseerd. Het Cultureel Supplement publiceert wekelijks een gedicht om de gedachten te bepalen.

DE DORPELEN EN DE GESLOTEN VENSTERS

Want dat ik van je heb gehouden, dat staat vast.

De rest niet – of je bestond

en als, wat dan voor kleur ogen, de ene keer groen,

dan weer grijs, eens schoot er een zwerm

zwaluwen uit omhoog. Wat voor. Van die snelle,

die niet kunnen lopen, vrijen gebeurt in de lucht.

Hoe hing het. Je werd

ziek of zo, meegenomen, er was veel te doen,

ik kreeg geloof ik een nieuw kind en vergat je

tot ik je hoorde vannacht, onmogelijk uur,

kom het is tijd. Laat alles achter, kom buiten,

ik wacht op je bij het hek.

Maar toen ik daar stond, de grendel

was los, het sloeg in de wind

tegen de balk en ik maakte het vast en liep terug,

denkend aan je, dat je daar godweet echt

had gestaan, het hek losgedaan,

dat ik van je gehouden heb en dat

het hout niet goed in de scharnieren zat.

Uit: Eva Gerlach, In een bocht van de zee (De Arbeiderspers, 1990)

De wereld van Eva Gerlach, de P.C.Hooftprijswinnares van 2000, `is gefragmenteerd, brokkelig, een soms grimmige wereld vol paradoxen.' Aldus Ron Rijghard in het interview dat hij anderhalf jaar geleden met Gerlach (1948, ps. van M. Dijkstra) deed bij de verschijning van de Gedichtendagbundel `Daar ligt het'. In hetzelfde gesprek zei Gerlach, die sinds 1979 een dozijn bundels publiceerde: ,,In eerste instantie schrijft het gedicht zichzelf. Beter gezegd: ik schrijf het met een andere kant van mijzelf dan waarmee ik hier zit.'' (Dit is de laatste bijdrage in de serie Dichter des Vaderlands; meer informatie over Gerlach en de andere 44 in het CS voorgestelde dichters op www.kb.nl/dichters.)