Een typisch Nederlandse tragedie

De moord op Theo van Gogh en de wraakreacties daarna komen voort uit een voor meer landen kenmerkende mix van goede bedoelingen en foutieve veronderstellingen over culturele verschillen, meent William Pfaff.

De schade die is aangericht door politieke correctheid begint nu pas voelbaar te worden. Er is grote beroering ontstaan in Nederland, dat sinds de jaren '50 een beleid heeft gevoerd dat ruimhartig bedoeld was tegenover niet-Europese immigranten, maar dat een hoogmoedige ontkenning inhield van de macht van nationale culturen en religie.

In een aantal Europese landen, vooral ook in Scandinavië, is een beleid van onvoorwaardelijke tolerantie tegenover culturele verschillen gevoerd, omdat de eis tot culturele aanpassing en assimilatie van immigranten werd beschouwd als een `racistische' aanspraak van het gastland op superioriteit en onvermijdelijk leidde tot vergelijkingen met nazi-Duitsland.

In Duitsland zelf, waar de nationaliteit tot voor kort als van etnische oorsprong werd beschouwd, werden de immigranten aanvankelijk automatisch uitgesloten van culturele of politieke assimilatie en werd de fictie in stand gehouden dat ze allemaal `gasten' waren die ten slotte weer naar huis zouden gaan. In plaats daarvan zijn hun gezinnen hen naar Duitsland gevolgd.

Frankrijk geloofde in beginsel in de culturele en politieke assimilatie van immigranten, maar liet het in het geval van zijn Noord-Afrikaanse gastarbeiders in de praktijk afweten. Net als Duitsland maakte het zichzelf wijs dat de islamitische Noord-Afrikanen uiteindelijk weer zouden weggaan. Inmiddels vormt deze moslimminderheid (niet geteld, maar tussen de 5 en 10 percent van de Franse bevolking) natuurlijk een groot probleem, dat de Fransen proberen te behandelen door verlate inspanningen tot culturele en politieke integratie van de jongere generaties.

Maar het Nederlandse geval is het interessantst, omdat de Nederlanders (evenals de Britten) zeiden dat hun doel een multiculturele samenleving was die bestond uit gelijken.

Dat was een handige illusie – of vorm van schijnheiligheid – omdat de bevolking van het gastland, net als in de rest van West-Europa, altijd stellig bleef geloven in de superioriteit van de eigen maatschappij en normen.

De Nederlanders lieten de immigranten meeprofiteren van hun royale welzijnsstelsel. Ze vonden dat de sociale discriminatie en economische nadelen waar de immigranten last van hadden, vanzelf spraken en een onvermijdelijk gevolg waren van de keuze om te emigreren.

Hun gedachte dat Nederland op den duur een vreedzame multiculturele maatschappij zou worden, waarin het zeer grote aantal immigranten zou versmelten tot geslaagde – zij het exotische – Nederlandse mannen en vrouwen, was goedbedoeld, maar vrij onrealistisch. Zoals iedereen kon zien bleef Nederland wat het altijd was geweest: een benauwde, bekrompen en onverdraagzame postcalvinistische maatschappij (waarin het calvinisme zich heeft omgevormd tot een even conformistische en bekrompen Nederlandse versie van de liberale onverdraagzaamheid). Nederland was geen waarschijnlijke kandidaat voor het multiculturele ideaal.

Maar de mogelijkheid dat dit alles tot een uitbarsting van haat en geweld zou leiden, is nooit voorzien – ook al was het conformisme dat Nederland van zijn moslim-immigranten verwachtte een ernstige ondermijning van de islamitische godsdienst en cultuur. Daaruit is het conflict ontstaan.

Een wezenlijk deel van de moslim-immigranten verwierp de voorwaarden van het Nederlandse multiculturalisme. Zij weigerden zelfs Nederlands te leren. Een deel van de Nederlandse samenleving uitte zijn woede over deze afwijzing door Pim Fortuyn te steunen. Deze was als parlementskandidaat voor de verkiezingen van 2002 sensationeel succesvol door te zeggen dat Nederland `vol' was en er geen immigranten meer bij moesten komen. (Hij werd op 6 mei 2002 vermoord, maar niet door een moslim.)

Dit jaar verscheen op de Nederlandse televisie de tendentieuze aanval van filmer Theo van Gogh op de islamitische behandeling van vrouwen, met daarin voor moslims godslasterlijke beelden. Daarop werd Van Gogh vermoord. Ditmaal was de moordenaar een jonge moslim die het islamitisch fundamentalisme toegedaan was. Er volgden wraakaanslagen op moslims en hun scholen en moskeeën.

Deze typisch Nederlandse tragedie werd veroorzaakt door goede bedoelingen in combinatie met foutieve veronderstellingen over de menselijke, sociale en politieke werkelijkheid van culturele verschillen.

Deze veronderstellingen waren voor een deel het gevolg van de Europese reactie op het nazi-onheil. Daarna werd elk onderscheid naar ras en cultuur als grond tot discriminatie en conflict uitgelegd, en dus werd het niet alleen vermeden maar ook ontkend. Bepaalde illusies over de menselijke aard werden (en worden) gepropageerd. De westerlingen willen in deze illusies blijven geloven, ondanks alles wat de geschiedenis heeft gedaan om ze te weerleggen.

Ze behelzen onder meer de overtuiging dat de kernwaarden van de westerse democratieën de mens aangeboren zijn, en dat deze waarden bij mensen die ze nog niet erkennen, kunnen worden aangeleerd door onderwijs, liberalisering van politieke en sociale instellingen en politieke actie.

De veronderstelling is dat alle mannen en vrouwen niet alleen op weg zijn naar een liberale democratie, maar ook naar een secularisme of godsdienstige onverschilligheid. Noord-Amerika en West-Europa zijn al verder op deze weg gevorderd; de Balkan-maatschappijen, de moslimwereld, de `mislukte staten', etc. worden zogenaamd alleen gehinderd door allerlei omstandigheden.

De westerse politieke (en zelfs economische) waarden gaan door voor universeel, geldig voor alle maatschappijen nu en in de toekomst. Dus is de eenheid van de mensheid alleen maar een kwestie van tijd. Aan de morele complexiteit van de menselijke toestand in het verleden wordt voorbijgegaan, of ze is eenvoudig onbekend.

Het is al met al een naïeve versie van het geloof in de onvermijdelijke menselijke vooruitgang dat voor het eerst opkwam met de Franse Verlichting en dat vrijwel elke westerse politieke ideologie heeft geïnspireerd die we sindsdien hebben gekend – en die de geschiedenis bij herhaling heeft weerlegd.

William Pfaff is columnist.

©Tribune Media Services