Een huid zwart van de schoensmeer

Twintig jaar geleden zag Frank Westerman in Noord-Spanje het opgezette lichaam van een zwarte man. De `symboolneger' bleef hem fascineren: Wie was hij? Waar kwam hij vandaan? Wie heeft hem geprepareerd?

Het leek een obscure vondst die de student Frank Westerman in december 1983 deed. Lifterstoeval bracht hem in het kleine natuurhistorische museum van Banyoles, honderd kilometer boven Barcelona, waar hij oog in oog kwam te staan met een opgezette neger. Op het voetstuk omschreven als `bosjesman uit de Kalahari', `El Negro' genoemd. Westerman was direct gefascineerd en bleef dat. Het resultaat van die fascinatie is El Negro en ik. El Negro en ik behoort tot het domein van de literaire non-fictie, een genre dat de laatste jaren enorm wordt gepropageerd. Literaire non-fictie bevat slechts gegevens uit de werkelijkheid, in principe wordt niets door de auteur verzonnen, hij houdt zich bij de feiten. Tegelijkertijd bedient hij zich van literaire middelen waar het de vormgeving betreft: zinsbouw, beeldspraken, structuur van het boek. Dat Westerman in dit genre een meester is liet hij al zien in zijn terecht bejubelde De graanrepubliek (1999) en Ingenieurs van de ziel (2002), El Negro en ik is er een derde bewijs van.

De opgezette bosjesman is voor Westerman een symboolneger, die staat voor de westerse omgang met mensen van een ander ras. Westerman is ervaringsdeskundige. Als student irrigatietechnologie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen en Derde Wereld-idealist kwam hij in verschillende ontwikkelingsprojecten terecht: onder andere in Peru en op Haïti. Langzamerhand verdwijnt zijn idealisme, hij wordt sceptisch over het nut van alle hulp en over het idee dat alle mensen op aarde één grote familie vormen. Zo komt hij in Peru tot de slotsom dat het irrigatiesysteem in een dorpsgemeenschap ter hoogte van het Titicacameer helemaal geen aanpassing behoeft, en dat westerse verbeteringen alleen maar verslechtering beloven. Op Haïti noteert hij ontluisterende bloeddorstigheid, die hij ook elders ter wereld van nabij volgt. Westerman besluit dat hij de wereld beter kan dienen als journalist, en dat doet hij dan ook: voor NRC Handelsblad. Ook als journalist stuit hij keer op keer op de onverzettelijke grenzen tussen de verschillende volkeren en rassen. In El Negro en ik vinden we de genese van Westermans scepticisme aanstekelijk beschreven in reisreportages over Haïti, Peru, Zuid-Afrika en Sierra Leone. In die stukken blijft `El Negro' als symbool op de achtergrond, mensen met verschillende achtergrond overal ter wereld kijken niet wezenlijk anders naar elkaar als een blanke bezoeker van het bewuste natuur-historische museum boven Barcelona naar de opgezette bosjesman. Het is dan ook begrijpelijk dat Westerman twintig jaar na zijn eerste ontmoeting met El Negro alsnog besluit uit te zoeken hoe deze in dat Spaanse museum terecht is gekomen. Wie was hij? Waar komt hij vandaan? Wie heeft hem geprepareerd?

Dierentuin

Hiermee kom ik bij het deel van El Negro en ik waarin Frank Westerman een historische reconstructie levert. Het natuurhistorisch museum te Banyoles blijkt de privé-verzameling te bevatten van de veearts Francisco Darder (1851–1918), tevens oprichter van de dierentuin in Barcelona. El Negro is ouder en blijkt afkomstig uit een Franse verzameling, van de drie gebroeders Verreaux, eigenaars van een Parijs' handelshuis in opgezette dieren, door henzelf geprepareerd en verscheept. Na hardnekkig onderzoek stuit Westerman op het bewijs dat een der gebroeders het lijk van El Negro vlak na diens dood (1830, waarschijnlijk door longontsteking veroorzaakt) stiekem heeft opgegraven en opgezet. Na het verval van Maison Verreaux met aansluitend de veiling van de voorraad, komt El Negro terecht bij de Spaanse naturalist Darder en vervolgens in genoemd museum in Banyoles, waar Westerman zijn ontdekking doet.

Einde geschiedenis zou je zeggen, maar voldoende symbolische stof voor een teleurgestelde idealist annex ontwikkelingswerker, die zijn heil in de journalistiek zocht. Hetzelfde toeval dat Westerman bij El Negro bracht, is hem echter andermaal van dienst. Iemand anders ontdekte in 1991 in het taxidermisch hoogstandje van de gebroeders Verreaux een symboolneger. Na een lange eeuw van vergetelheid wordt El Negro plotseling wereldberoemd. De vragen die Westerman zich al eerder stelde (mag je een mens opzetten? mag je hem als zodanig tentoonstellen?) worden luidruchtig met `Nee!' beantwoord door de van oorsprong Haïtiaanse huisarts Alphonse Arcelin, die in een open brief zijn verontwaardiging verwoordde. Zijn eenmansactie kwam op een gevoelig moment, de Olympische Spelen in Barcelona (1992) stonden op stapel, en er werd al snel met een boycot door Nigeriaanse atleten gedreigd. De pers kreeg er lucht van, krantenkoppen als `Dode Afrikaan achtervolgt de Spelen' en `Gemummificeerde Bosjesman ontketent olympische storm' zagen het licht, meldpunten discriminatie in de Verenigde Staten sloegen op tilt, huisarts Arcelin ontving vanwege een Amerikaanse antiracismegroep de Martin Luther King-prijs.

Rechtszaak

Voorlopig bleef El Negro echter waar hij was. Arcelin zette door, schreef de hele wereld brieven, inclusief de paus en Kofi Annan, en begon tenslotte een rechtszaak in 1997. Nu kwamen de bewoners van Banyoles, die nog nooit naar de bosjesman hadden omgekeken, in actie. El Negro was ineens het symbool van het Catalaans nationalisme geworden: `Madrid, blijf van onze neger af!' Arcelin kreeg het uiteindelijk in 1999 voor elkaar dat El Negro werd gerepatrieerd, en hoe: `Nog op Spaans grondgebied was El Negro gedemonteerd.

Dat gebeurde in het Museum voor Antropologie in Madrid. Een select groepje afleggers had de taak om zijn stoffelijk overschot in gereedheid te brengen voor de overdracht aan Botswana, en omdat het hun onkies leek hem in opgezette toestand in een kist te leggen, namen zij het besluit hem te ontmantelen. Het criterium? We halen weg wat is toegevoegd. En dus drukten ze de glazen bollen uit zijn oogkassen, sneden zijn gipslippen weg en trokken de metalen ruggengraat uit zijn lijf. Het is niet bekend of de medewerkers van het Antropologie museum, nadat ze ook het stro en de latten hadden verwijderd, waren geschrokken van de verschrompelde pop die overbleef. In ieder geval kozen ze ervoor om El Negro ook van zijn huid te ontdoen – die was per slot van rekening zo doordrenkt van arseen en schoensmeer [tegen het verbleken] dat je die evengoed onnatuurlijk kon noemen. [...] Na afloop restten er nog slechts een schedel en een hoopje arm- en beenbotten: te weinig om een doodskist voor een volwassen man mee te vullen. Een kinderkistje volstond.'

De mens Westerman noemt deze onbeholpen daad `lijkschennis'. Inderdaad: dat is wel het minste wat je ervan kunt zeggen. Voor de schrijver Westerman is het natuurlijk gouden materiaal en de lezer van El Negro en ik mag de nietsontziende principialist Alphonse Arcelin dankbaar zijn.

Het lijkt nu misschien alsof ik de clou van Westermans schitterende boek heb weggegeven. Het mooie van El Negro en ik is echter dat die zich niet zomaar weg laat geven. Na de eerste lezing dacht ik Westermans proza geheel te overzien, inhoud, strekking, dat werk. Voor dit stuk herlas ik een aantal passages, maar mijn samenvatting veranderde steeds. Opnieuw begonnen, El Negro en ik andermaal gefascineerd uitgelezen. Bij de tweede gang door het boek begon me ook op te vallen hoe behendig Westerman werkt met motieven en spiegeleffecten. Zo laat hij de oogverblindende witheid van een albinogorilla in de dierentuin van Barcelona rijmen met het schoensmeerzwart van de opgezette bosjesman, zijn voormalig idealisme met de Prinziepenreiterei van huisarts Arcelin, een zwarte junk met een witte bedelares, en zo blijf je voortdurend nieuwe verbanden ontdekken. Waar gaat El Negro en ik uiteindelijk over? Je zou het een pleidooi voor realisme kunnen noemen, maar dan doe je Frank Westerman tekort. Hij heeft met dit boek een indrukwekkende zoektocht (uitkomst onzeker) beschreven, van een mens in een wereld, die niet erg geneigd is te veranderen terwijl dat eigenlijk zou moeten.

Frank Westerman: El Negro en ik. Atlas, 250 blz. €19,90