De waakhond slaat vaker aan

De Amerikaanse president Theodore Roosevelt had honderd jaar geleden niet veel waardering voor onderzoeksjournalisten die schandalen in het bedrijfsleven en het openbaar bestuur aan het licht brachten. Muckrakers noemde hij ze, `mestharkers' die het vuil van de samenleving oprakelden.

Roosevelt was bang dat journalisten met hun onthullingen onrust zouden zaaien onder de bevolking. Mestharkers keken immers alleen maar naar beneden, naar wat er mis was in de maatschappij. Politici en ondernemers zouden er gedemotiveerd van raken.

Anno 2004 worden onderzoeksjournalisten gelauwerd. In Amerika vallen hun Pulitzerprijzen ten deel en hier werd vorige week de Nederlands-Vlaamse prijs voor onderzoeksjournalistiek voor het eerst uitgereikt. Winnaars waren Joost Oranje en Jeroen Wester, redacteuren van NRC Handelsblad, met een serie over het boekhoudschandaal bij Ahold.

De prijs is ingesteld door de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), die drie jaar geleden werd opgericht. De vereniging telt nu 400 leden in Nederland en Vlaanderen. Het doel is `kritische en diepgravende' journalistiek bevorderen, gericht op het blootleggen van schandalen, het toetsen van bedrijven, organisaties en overheden, en het signaleren van maatschappelijke veranderingen. In feite is dat de taak van alle journalisten, maar hier gaat het vooral om ingewikkelde en vaak tijdrovende projecten.

Sommige journalisten hebben van dit werk hun hoofdtaak gemaakt, andere doen het naast hun reguliere taak als verslaggever of bureauredacteur. Bij NRC Handelsblad worden vaak koppels gevormd. Zo werkte economisch redacteur Jeroen Wester in het Ahold-project samen met de geroutineerde onderzoeker Joost Oranje. In het Shell-project vormde onderzoeksjournalist Tom-Jan Meeus een duo met economisch redacteur Heleen de Graaf.

Ondanks alle bezuinigingen op redactiebudgetten gebeurt in Nederland en Vlaanderen genoeg om eens per jaar een wapenschouw te houden. Het `Jaarboek Onderzoeksjournalistiek 2004' (www. vvoj.nl/publicaties/bestellen .html) vat de oogst van vorig jaar samen: van `Dossier Schiphol' in de Volkskrant tot de UWV-affaire bij RTL Nieuws, van faillissementsfraude bij Zembla tot fiscale vrijstaatjes in De Telegraaf.

NRC Handelsblad heeft onderzoeksjournalistiek al jaren geleden tot een van zijn speerpunten gemaakt. Op de website zijn vele `dossiers' terug te vinden, zoals vrouwenhandel, ESF-fraude, Goede Doelen, gesjoemel met de nalatenschap van Malewitsj, publieke omroep, bouwfraude, dierenactivisme en de al genoemde projecten rond Ahold en Shell.

Onderzoeksjournalistiek is verre van eenvoudig. Organisaties sluiten veelal deuren en ramen als onderzoekende journalisten zich melden. Soms wordt gedreigd met een proces als de krant onwelgevallige informatie publiceert. Soms is het wachten op een klokkenluider die een zaak aan het rollen brengt, zoals Ad Bos die de schaduwboekhouding van een bouwonderneming aan Zembla liet zien.

Vooral bij grote onderzoeksprojecten is het moeilijk het verhaal zo te presenteren dat het leesbaar blijft. In het geval van de Ahold-productie prijst de jury de schrijvers niet alleen om hun diepgravend onderzoek, maar ook om de `bevattelijke' en `vlotte' weergave. Toch zijn ook in NRC Handelsblad wel series verschenen met zoveel feiten en feitjes – op zichzelf de kracht van onderzoeksjournalistiek – dat het veel lezers geduizeld zal hebben. Het is niet eenvoudig de draad vast te houden in een artikel van anderhalve pagina waarin meer dan twintig personen optreden.

Een bijna onvermijdelijk bezwaar van grote onderzoeksprojecten is de eenzijdige indruk die erdoor ontstaat. Alsof niets meer deugt van de onderzochte organisatie – het effect waartegen Roosevelt waarschuwde. Zo bestond bij de verhalen over de publieke omroep het gevaar dat de serie opgevat zou worden als een `campagne'. Ook bij Ahold en Shell is geklaagd dat de krant bezig was het bedrijf kapot te maken.

Meestal is dat verwijt niet terecht. Als bestuurders zelf openheid van zaken geven, zal ook hun visie in het verhaal doorklinken. Als publicaties eenmaal zijn verschenen, kan men reageren via een ingezonden brief. Wie zich verongelijkt voelt, kan ook naar de Raad voor de Journalistiek stappen, zoals een pornohandelaar deed wiens bedrijf door Zembla was belicht. Hij kreeg gelijk, omdat geen wederhoor was gevraagd – wat nog niet bewijst dat hij feitelijk gelijk had.

Er is ook de mogelijkheid van (dreiging met) een via de rechter afgedwongen rectificatie. Dat is NRC Handelsblad overkomen na een publicatie over grootaandeelhouder Eric Albarda Jelgersma van Laurus. De hoofdredactie heeft daar toen lering uit getrokken en de onderzoeksprocedures verscherpt. Het komt ook voor dat achteraf gedreigd wordt via advocaten, maar zonder juridische stappen. Dat gebeurde tweemaal in de zaak van Shell. Kennelijk vonden de betrokken (ex)bestuurders het eigen verweer te zwak om door te zetten.

Naast succesvolle projecten zijn er de laatste jaren ook wel missers geweest. Na de Bijlmerramp hebben de Volkskrant en Trouw te veel geloof gehecht aan verhalen van gedupeerden. In de zaak-Dutroux heeft de rechtbank vastgesteld dat verhalen in de Vlaamse pers over een groot netwerk op fantasie berustten, of althans onbewijsbaar waren.

Wanneer journalisten hun werk goed doen en echte misstanden blootleggen, kan het resultaat ook voor de gekritiseerde organisaties heilzaam zijn. Na het bekend worden van de bouwfraude zijn niet alleen processen gevoerd maar ook procedures verbeterd. De boekhoudfraude bij Ahold heeft geleid tot vervanging van de top en sanering van het bedrijf. Bij Shell zijn niet alleen bestuurders vervangen, maar is ook de koppeling van bonussen aan geschatte reserves afgeschaft. De publieke omroep heeft paal en perk gesteld aan sponsoring en schnabbelen.

Tot slot een kritische noot bij de prijs voor Wester en Oranje. Er is geen twijfel dat zij die prijs verdiend hebben. Maar op de samenstelling van de jury is wel wat aan te merken. Twee van de vijf juryleden waren gelieerd aan NRC Handelsblad, de één als redacteur, de ander als medewerker. Weliswaar heeft de eerste zich in de eindronde van beoordeling onthouden, maar dan nog blijft er een schijn van partijdigheid. Een prijs voor onderzoeksjournalisten moet minimaal voldoen aan de integriteitscriteria die zij zelf anderen voorhouden.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf