De neus van Malaparte

In een artikel van Arnon Grunberg over de film Der Untergang las ik dat David Bowie Hitler de eerste rockstar heeft genoemd. Het deed me denken aan een Italiaanse film uit de jaren zestig. Vier jongeren – nu mannen van in de zestig – zitten op het strand van Ostia om een koffergrammofoon. Ze draaien een plaat met redevoeringen van de Führer. Er was toen juist een album met die stuff in de handel gebracht, Deutschland im Zweiten Weltkrieg; twee platen voor 78 toeren. Ook Joseph Goebbels, de openbare aanklager Roland Freisler, Julius Streicher, en om de historische waarde extra kracht bij te zetten, Churchill en Stalin komen aan het woord. Maar deze Italiaanse jongeren is het vooral om Hitler te doen. ,,Ik versta er niks van maar het klinkt prima'', zegt er een. Dit geeft, dunkt mij, de verbinding met de opmerking van Bowie.

Deze week heb ik een stukje geschreven waarvan de strekking is dat Nederland rijp wordt voor een staatsgreep. Toen ik het in de krant zag, schoot me Curzio Malaparte te binnen, zijn essay `Technique du coup d'État', in Parijs verschenen in 1929, en in Nederlandse vertaling, bij Manteau, in 1983. Waarom toen pas? Omdat het er bij ons omstreeks die tijd ook staatsgreperig uitzag, met de krakers en hun rechtsorde die de onze niet was, de geweldige rellen waarbij de opstandelingen de brug over het Vondelpark hadden afgesloten. De historische uitspraak van burgemeester Wim Polak, zijn laatste waarschuwing voor de barricades door tot bulldozers omgebouwde tanks werden opgeruimd. ,,Als de colonne zich eenmaal in beweging heeft gezet, kan deze niet meer worden gestopt'', riep hij door de megafoon. Toen moest het `Geen woning, geen kroning' ter gelegenheid van de inhuldiging van Koningin Beatrix nog komen.

Ook dacht ik nog aan de gijzeling van een hele trein in Drenthe, bij De Punt, door jonge Molukkers die daarmee de vrijheid van Ambon wilden bevorderen. Premier Den Uyl aarzelde om in te grijpen. Het verhaal gaat dat vice-premier Van Agt toen de knoop heeft doorgehakt, straaljagers met open nabrander – wat dat ook mag zijn – laag over het treinstel liet razen terwijl de commando's hun bevrijdende aanval uitvoerden. Dat waren spannende dagen voor het vaderland. Misschien is er toen hier en daar aan een staatsgreep gedacht, maar verder dan dat is het niet gekomen. Trouwens, over de hechtheid, de soliditeit, de weerbaarheid van de Nederlandse staat is sinds 1813 maar weinig nagedacht. Tot een klassiek boek is het nooit gekomen. Onze staat is sindsdien als een natuurgegeven geweest.

Het essay van Malaparte hoort tot de klassieken. Het is een meeslepende historische reportage uit de jaren twintig, waarbij de feiten geordend worden volgens de magneet van zijn politieke inzichten – zoals ijzervijlsel onder de kracht van een magneet zich in patronen trekt. En er wordt een avontuurlijke theorie in ontvouwen. Geïnspireerd door Trotski schrijft Malaparte dat het voor een vastbesloten kleine groep vaklui – soldaten, deskundigen van de verbindingen en de media – in beginsel mogelijk is, zich van iedere staat meester te maken. Een periode van volstrekte wanorde, veroorzaakt door een algemene staking, brengt de genadeslag. Dat is Trotski's les van 1917. Ik vat het zeer beknopt samen.

Dat er enorme verschillen zijn tussen de westerse wereld van de jaren twintig en die van nu hoeven we niemand te vertellen. Maar terwijl ik dit boek begon te herlezen, trof me een overeenkomst. De nasleep van Versailles, de economische crisis, de inspanningen voor de vrede in Europa, allemaal heel belangrijk, schijft Malaparte. Maar in wezen gaat het om `de verdedigers van de parlementaire staat en de tegenstanders'. De strijd tussen de verdedigers van de parlementaire staat, dat wil zeggen van een evenwichtige liberale en democratische politiek (conservatieven van allerlei slag, van rechtse liberalen tot linkse socialisten) en de extreem rechtse en linkse partijen, die het probleem van de staat met een revolutie willen oplossen. De `catilinariërs', noemt hij ze. Die vrezen de wanorde. Ze beschuldigen de regering van onmacht, onbekwaamheid, onverantwoordelijkheid. De staat `moet met ijzeren hand worden georganiseerd; het geheel aan strenge, permanente controle onderworpen.'

Veel in de `Techniek' is geschiedenis geworden. Over Hitler maakt hij een paar opmerkingen die van blijvende waarde zijn. Maar het gaat om de radar van iemand die besefte waar het heen ging met Europa. Hij rook de angst van de massa's, de radeloze aarzelingen van de politieke en literaire elites, het verlangen naar de hermetische orde die het product zou zijn van het `keiharde aanpakken'. Dat is de geur die zich nu in het hele westen begint te verspreiden.