`De fjord is mijn vorm'

Met zijn trilogie over een duistere tv-presentator wilde Jan Kjaerstad een held van deze tijd scheppen. ,,Noren zijn dogmatische denkers.''

In de jaren zeventig bezocht de Noorse schrijver Jan Kjaerstad (1953) een koffieshop in Amsterdam. Hij was in gezelschap van vrienden. Er werden geestverruimende middelen gebruikt, maar niet door Kjaerstad zelf. ,,Ik ben bang om mijn geest te beschadigen'', zegt hij in de ontbijtzaal van zijn hotel in Utrecht. ,,Mijn werk bestaat bij de gratie van de associatie en dat is een vermogen dat ik onder geen voorwaarde kan missen.'' De volgende dag zal Kjaerstad aan de Universiteit van Utrecht een college wijden aan het vertalen van zijn romans: ,,Ik spreek voor studenten in de Noorse taal- en letterkunde. Ik kan me dus in mijn moedertaal uiten.'' Al gaat ook het Engels hem vloeiend af. Hij is een bedachtzame spreker die voor zijn onderwerp de tijd neemt.

Kjaerstad is, behalve als auteur van enkele literaire thrillers, opmerkelijk in de aandacht gekomen met zijn trilogie over Jonas Wergeland, een figuur die in omvangrijke romans uitgroeit tot mythische dimensies. Hij is geniaal en charmant, een vrouwenversierder maar ook is hij gevaarlijk. Er schuilt iets destructiefs in hem. Dierbaren sleept hij mee in zijn hang naar gevaar, zoals steile bergen beklimmen of wildwatervaren. De boeken heten respectievelijk De verleider, De veroveraar en De ontdekker. Hoewel in de Noorse geschiedenis een dichter bestaat die ook Wergeland heet, heeft Kjaerstad zijn personage niet naar hem gemodelleerd. ,,Mijn Jonas is een held van deze tijd. Hij is als presentator verbonden aan de televisie. De huidige maatschappij met zijn versplinterde politieke en religieuze waarden vormt voor Jonas Wergeland een onuitputtelijke bron van zorg'', zegt Kjaerstad.

Op de volgende vraag of zijn trilogie dan misschien geïnspireerd is door Hernik Wergelands epische dichtwerk De schepping, de mens en de messias (1830) antwoordt hij ontkennend. ,,Maar'', voegt hij eraan toe, ,,Wergeland is wel een wezenlijk figuur in mijn literaire denken. Ook voor de Noorse taal is hij van belang geweest. Hij heeft de Noorse identiteit in strijd met Denemarken en Zweden gevormd. Jonas Wergeland kun je als het negatief, de tegenpool, van de historische Henrik Wergeland zien: mijn Jonas ontdekt keer op keer dat hij telkens een ander blijkt te zijn dan hij is.''

Handelsmerk

Kjaerstad laat Jonas Wergeland in De ontdekker een tocht maken als onderzoeker over de Sognefjord, de diepste en langste fjord van de wereld. Kjaerstad: ,,De fjorden zijn het handelsmerk bij uitstek van de Noren. Denk je aan Noorwegen, denk je aan fjorden. Het beeld van een fjord past prachtig bij mijn literaire vorm. Ik heb nooit een verhaal chronologisch kunnen en willen vertellen, dus niet van A naar B en C, maar eerst G en dan Z en dan terug in de tijdsvolgorde naar A. Een cyclische vorm. Ik ben een voorstander van de `én én'-methode. Dat betekent dat het ene evengoed waar kan zijn als precies het tegenovergestelde. De Noren zijn dogmatische denkers en daar verzet ik me tegen. In kranten en tijdschriften voer ik al jarenlang een polemiek tegen het starre, Noorse denken. Er is niet één waarheid, er zijn meer waarheden.''

Deze zienswijze weerspiegelt zich in de vorm van de romans uit de Wergeland-trilogie. De drie boeken zijn telkens vanuit een ander gezichtspunt geschreven, zodat we als het ware een levensverhaal van Wergeland krijgen dat nooit ophoudt en steeds opnieuw begint. De verleider begint met de sensatie van een spannende detective: wanneer Wergeland thuiskomt, vindt hij op de slaapkamer het ontzielde lichaam van zijn vrouw. Ze is vermoord. Zonder op de werkelijke toedracht in te gaan, verschuift Kjaerstad het perspectief en onthult hij de jeugdjaren van Wergeland en zijn obsessie voor vrouwen. Hij is gebiologeerd door hun schoonheid waardoor hij, zoals Kjaerstad het noemt, `elke keer weer een steek tussen zijn schouderbladen krijgt'.

Kjaerstad gebruikt in zijn breed uitgesponnen romans vaak het beeld van de flits, van de beslissende seconde. Regelmatig bevindt Jonas Wergeland zich in een situatie die slechts een paar tellen duurt, bijvoorbeeld wanneer hij bijna een dodelijke valpartij van een berg maakt. Dan blijken die angstige minuten zijn leven voorgoed te hebben veranderd. Kjaerstad: ,,Mensen hebben snel de neiging te zeggen dat ze, in een benarde situatie, hun leven als een film aan zich voorbij zien trekken. Dat is een cliché, toegegeven, maar er schuilt een grote waarheid in. Het is de taak van een schrijver aan dat cliché een nieuwe vorm te geven. Voor mij is zo'n beslissende seconde als dynamiet voor de fantasie. Ik ga er een leven bij verzinnen. Het is de opdracht voor de schrijver om verbanden te vinden die niemand anders ziet. Ik geloof niet in het samenhangende verhaal, ik geloof in losse verhaalelementen die in de verbeelding van de lezer tot een geheel komen. Stel: je bent bij een begrafenis van een dierbare geweest en je staat aan de rand van het graf. Misschien moet je iets zeggen. Maar de herinneringen die je aan de dode hebt, komen in flarden op je af, ze bestormen je, nemen je mee; ze zijn nooit coherent. Die vorm pas ik ook in mijn romans toe.''

De auteur legt uit dat hij een fjord ziet `als een omgevallen boom'. Kjaerstad: ,,Naar de vorm zijn mijn boeken als eindeloos veel vertakkingen. Kijk naar een fjord: die heeft een hoofdstroom, dat zou de stam van een boom kunnen zijn. Vervolgens heb je de zijstromen en die lopen weer door in nog kleinere stromen en die vertakken zich tot beekjes en nog kleinere waterlopen. Op die manier heb ik De ontdekker geschreven, waarin Wergeland en zijn kameraden een onderzoekstocht over de Sognefjord maken. Het gaat er niet alleen om dat ik talloze verhalen vertel, het gaat er ook om dat er tussen die verhalen een verband bestaat. In De ontdekker behelst dat verband het mysterie van het fjord, het ruige landschap eromheen, de mensen die er wonen.''

Kjaerstad brengt ook een bezoek aan Amsterdam om de locaties van zijn volgende nieuwe roman te bekijken. ,,Ik heb het boek al geschreven'', zegt hij. ,,Maar ik ben benieuwd of de door mij beschreven werkelijkheid klopt met de echte werkelijkheid. Ik heb bijna zeven jaar theologie gestudeerd en in die tijd is mijn belangstelling voor Nederland aangewakkerd. Dat land was in de zeventiende eeuw de enige republiek, omringd door monarchieën. Er heerste een hoge mate van vrijheid van denken. Ik ben gefascineerd door onafhankelijke geesten als Descartes, Spinoza en Erasmus. De theologie heeft mijn kennis van de wereld enorm verrijkt, want deze studie raakt aan zoveel andere onderwerpen: aan filosofie, kunst, geschiedenis.''

Kjaerstad gaat over op de leegte die in het menselijk hoofd zit. ,,Onze denkkracht, de associatieve en creatieve vermogens ontstaan doordat er ventrikels in ons hoofd zitten, lege plekken waardoor de energie ontstaat die voor denken noodzakelijk is'', legt hij uit.

Draadjes

Wanneer hij zo spreekt, van godsdienst overstappend naar theologie en vervolgens een fjord vergelijkend met een horizontale boom, dan is goed te begrijpen dat hij bang is dat zijn mentale vermogens, zijn wires zoals hij zegt, de `draadjes', aangetast worden. Daarom is hij ook wel enigszins beducht voor de koffieshops in Amsterdam. ,,Mijn personages komen bijeen en praten over de religieuze problemen in de wereld. De noodzaak van het elkaar verhalen vertellen heb ik ontleend aan de vertellingen van Duizend-en-één-nacht. Daarin overleeft prinses Sheherazade de dreigende executie door koning Sjahrijar door hem elke nacht een verhaal te vertellen, dat zo mooi is dat de koning blijft luisteren. En de volgende nacht meer wil horen. Dat is schrijven, dat is vertellen: met het mes op de keel. Zo redt Sheherazade haar eigen leven, ze schept de liefde van de koning, van wie ze kinderen krijgt. Bovendien redt ze het leven van de andere vrouwen die ook op de lijst van de koning stonden om bemind te worden, en daarna vermoord. Een mooiere metafoor voor literatuur bestaat volgens mij niet: liefde creëren en levens sparen.''

De boeken van Jan Kjaerstad verschijnen bij De Geus.