Complot in de speeltuin

Kranten, omroepen, tijdschriften – media zijn kwetsbare organisaties. Ze staan onder druk van allerlei krachten, niet alleen van buiten, van de kant van overheden, politici, voorlichters, bedrijven en adverteerders, maar ook van binnen, in de vorm van belangenverstrengeling, vooringenomenheid en zelfcensuur. Hoe ver dat kan gaan, is onlangs nog eens gedemonstreerd in een overigens weinig verheffende, maar onthullende documentaire over het Amerikaanse Fox Channel. Daarin getuigt een stoet van ex-werknemers hoe het station onder het mom van onpartijdigheid is uitgegroeid tot een vehikel van een zeer gepolitiseerde, conservatieve journalistiek.

Zo'n rol moet ook Micha Kat voor ogen hebben gestaan in zijn bundel Lux, libertas en leugens. Het morele en journalistieke verval van NRC Handelsblad. Een boek kan men het niet noemen, deze verzameling van overdrukken, notities, e-mail correspondentie en columns, die hij afgelopen twee jaar eerder publiceerde op de website van Theo van Gogh. Zoals de makers van documentaire over Fox wil Kat de lezer `na een analyse van anderhalf jaar' laten zien dat deze krant `propagandajournalistiek' bedrijft, `leugens en desinformatie verspreidt' en een instrument is `in handen van gevestigde belangen en een speeltuin voor de persoonlijke eerzucht van redacteuren'.

Al snel bekruipt de lezer het gevoel dat Kat weliswaar veel beweert en suggereert, maar weinig bewijst. Een treffend – en onnavolgbaar – voorbeeld daarvan is zijn `analyse' van de artikelenserie over het gerommel met aandelen Ahold, in september 2002. Volgens Kat ging het hier om een wraakactie, omdat het concern de advertentiebudgetten voor de dagbladen stelselmatig had verlaagd. Om die reden zouden `de economieredacteuren op pad [zijn] gestuurd met de missie: kill Ahold!'. Dat deze artikelen het begin vormden van een wereldwijd schandaal kan evenwel ook Kat niet ontkennen – een gegeven waar hij zich vervolgens onderuit wurmt met de opmerking dat het hier om `een toevalstreffer' ging, want de krant wist `evenmin als anderen hoe de vork werkelijk in de steel zat'.

En zo gaat het verder, pagina na pagina, volgens een beproefd recept van halve waarheden, suggesties en overdrijving. Ten slotte wordt iedereen die relaties met de krant onderhoudt onder verdenking geplaatst – een lot dat ook deze recensent zal treffen, alleen al vanwege het feit dat hij op deze plaats een kritisch stukje schrijft. Zij maken allen deel uit van een even omvattend als onwaarschijnlijk complot dat tot doel heeft `de gevestigde machten' in het zadel te houden, bouwondernemingen, de PvdA, Shell en Philips, de VS en Israël, oude en nieuwe marxisten, het ministerie van Justitie, de gevestigde advocatuur en vele andere personen en organisaties, vooral ter linkerzijde.

Aan de vraag hoe al die belangen zich laten verenigen, weet Kat uiteindelijk te ontsnappen. De tegenstellingen lost hij als het ware op in de figuur van de hoofdredacteur, die als een kwade genius de krant bestiert. In de eerste helft van het boek wordt hij, Folkert Jensma, systematisch aangeduid als `Volkert' – en met die aanduiding verraadt Kat zijn ware drijfveren. Die hebben niets met journalistiek, maar des te meer met politieke propaganda te maken.

Het is ten slotte heel goed mogelijk dat in een aantal van de beschreven situaties een kern van waarheid zit. Als dit al het geval is, dan is Kat er zelf schuldig aan wanneer niemand iets van hem wil aannemen. Zijn boek is daarvoor te venijnig, te pamflettistisch, het wemelt erin van de fouten, de verbanden zijn gekunsteld en suggestief, beschuldigingen worden geponeerd zonder overtuigend bewijs. Het is als een papieren tijger: een zucht en het is van tafel.

Micha Kat: Lux, libertas en leugens. Het morele en journalistieke verval van NRC Handelsblad. Papieren Tijger, 447 blz. €28,–