Boksen om te ontsnappen aan armoede

Begin vorige eeuw streden vuistvechters op het strand van Accra. Tegenwoordig doen ze dat op binnenplaatsen waar de was 's ochtends wappert. Boksen om te ontsnappen aan armoe en werkloosheid in Ghana.

Het hart van Bukom heeft de vorm van een boksring. Bukom Square heet de vierkante zandvlakte, te midden van een zee van schamele optrekjes, regelrechte krotten en koloniale gebouwen die overbevolkt en onderkomen zijn. Opgeschoten jongens rollen vechtend door het zand.

Dat hoort zo, want dit is Bukom, centrum van de Ghanese bokssport. Jongens leren hier jong dat ze alleen boksend kunnen ontsnappen aan armoe en werkloosheid. Ouders harden hier hun zonen door ze om de grootste portie van het avondmaal te laten vechten, zo wil de mythe. Kinderen die elkaar slaan, worden hier niet uit elkaar getrokken. In Bukom zeggen ze dat uitdelen altijd wordt vooraf gegaan door incasseren en dat pijn het materiaal voor zeges is.

Alle grote kampioenen komen hier vandaan. DK Poison, Ike Quartey, Ben Tackie, Joseph Agbeko. En natuurlijk Azumah `Zoom Zoom' Nelson, de grootste van allemaal. Tussen 1984 en 1996 won hij drie keer de wereldtitel vedergewicht en lichtgewicht. Dit jaar kreeg hij een plaats in de International Boxing Hall of Fame. Geschilderde portretten van de helden sieren de hoeken van Bukom Square.

Bukom is een wijk van Ussher Town. Dat deel van de Ghanese hoofdstad noemen ze ook Dutch Accra omdat de Hollanders er eeuwenlang een handelspost hadden en het Nederlandse Fort Ussher er nog altijd staat. De buurt telt 26 boksscholen. Of 18. Of 22. Niemand die het zeker weet.

Ze zijn ook niet makkelijk te vinden. Op de binnenplaatsen waar boksers 's middags touwtje springen, wappert 's ochtends nog het wasgoed. Waar straks de ring zal verrijzen, opgebouwd uit platen hardboard, bedekt met een dunne laag schuimrubber en een zeil waarin de bobbels zorgvuldig worden platgeslagen, hebben de kippen nu nog vrij spel.

Pas tegen vieren komen ze aansloffen in hun sportkleding, de aspirantvedetten. Alsof ze naar hun werk gaan. Zo voelen ze het ook. Zij behoren niet tot het leger jonge lanterfanters dat met zijn tijd en energie geen raad weet. Zij hebben elke dag een doel.

,,Iedereen die hier komt, is bezeten van boksen'', zegt coach `Alloway' Kotey. ,,Maar niemand komt hier alleen voor de sport.'' Iedereen hoopt op rijkdom en glorie. Dat is een genade die maar weinigen is weggelegd.

Coach Kotey traint zijn dertig pupillen in een betonnen gebouwtje in James Town, Brits Accra, grenzend aan Bukom. `House of Pain' staat er op de geelgroene muur. Hij klaagt dat er in Ghana te weinig wedstrijden zijn voor zijn vijf jongens die zich prof mogen noemen. ,,Ze kunnen zich niet bewijzen. Ze willen naar het buitenland.''

De coach onderbreekt zichzelf steeds om aanwijzingen te geven. ,,Hoger, hoger die armen.'' Coachen is volgens hem polijsten met het geduld van een engel. Om hem heen gutst het zweet van de lijven. Door een opening in de muur kunnen de boksers de oceaan zien, zeebries die verkoeling brengt.

In deze kuststreek die van oudsher wordt beheerst door het Ga-volk staat de vechtkunst in hoog aanzien. Sinds de 17de eeuw moest de Ga-staat zich voortdurend verdedigen tegen andere staten, schrijft Emmanuel Akeyampong in de International Journal of African Historical Studies. Slaven en vreemdelingen konden het burgerschap veroveren door voor de gemeenschap te vechten. Vechten was een manier om vooruit te komen in de maatschappij.

Tijdens het Britse koloiale bewind in het begin van de vorige eeuw ontwikkelde de strijdkunst zich tot lokale sport: asafo atwele. Uiting van eigen traditie en cultuur. Een foto van Zwitserse missionarissen uit 1917 laat zien hoe het vissersvolk van Ussher Town en James Town zich 's zaterdags overgaf aan onderlinge gevechten. Het strand van Accra is met vuistvechters bezaaid.

Van asafo atwele was het maar een kleine stap naar het westerse boksen. Roy Ankrah geldt als grote wegbereider. Hij diende in het Britse leger, leerde daar boksen en bracht de opgedane kennis terug naar Ghana. In 1951 werd hij vedergewichtkampioen van het British Empire. Dat was een historische gebeurtenis voor Ghana dat aan de vooravond van zijn onafhankelijkheid stond.

Veel Ghanese boksers beproefden hun geluk in Londen in het kielzog van Ankrah. Later trokken ze naar de Verenigde Staten. Gitu Robinson was de eerste die in 1965 een gooi naar een wereldtitel deed. Tien jaar later werd DK Poison de eerste Ghanese wereldkampioen.

Malik `Bukom Snake' Jabir (24) zou graag in diens voetspoor treden. Hij is Afrikaans kampioen vedergewicht, maar zijn laatste wedstrijd om de internationale titel van de World Boxing Council verloor hij in maart op punten. Trots vertelt hij dat hij al in ,,Groot-Brittannië, Schotland en Manchester'' heeft gebokst. Hij snakt naar nieuwe internationale optredens. Nederlandse bokspromotors kunnen contact opnemen met zijn vriend Anyeti `Chamelon' Laryea, West-Afrikaans kampioen superbantamgewicht.

Jabir zegt dat hij ,,heel goed'' van het boksen kan leven. Achteloos speelt hij met zijn mobiele telefoon. Hij laat zijn huis zien waar het in het duister volhangt met oorkondes en medailles. Verder onderscheidt het zich in niets van die andere kleine optrekjes in Bukom, op een monumentale tv na die straten verder te horen is. Onderweg geniet hij als een kind van zijn bekendheid, van de jonge vrouwen die hem propjes toewerpen of blikken vol beloften. Gewillig laat hij zich fotograferen voor zijn geschilderde portret op Bukom Square.

Maar de tijden veranderen ook in Bukom. Boksen is niet meer de enige manier om hogerop te komen. Mankwaa Addo (23) is coach van de Akotoku Academy, de beroemdste boksclub. Zijn moeder wilde niet dat hij ging boksen. Zijn moeder dwong hem om naar school te gaan. Hij heeft scheidsrechtercursussen en coachingcursussen gevolgd naast zijn universitaire studie. Hij gelooft dat het boksen in Bukom door professionele begeleiding en wetenschappelijke methoden op een hoger plan kan worden gebracht.

Ook de minister van Toerimse en Modernisering van de hoofdstad heeft grootse plannen met Bukom. ,,De wijk is een toeristische goudmijn'', zegt Jake Obetsebi-Lamptey. Met zijn bokstraditie, de historische forten in de directe omgeving, de oude vissershaven van James Town vlakbij. Er zou een boksmuseum kunnen komen. Natuurlijk zouden er regelmatig boksgala's zijn.

De regering wil het oude centrum niet moderniseren door de sloppenwijken tegen de vlakte te gooien en de bewoners naar elders te verjagen, zoals zoveel hoofdsteden hebben gedaan. ,,Door weer economische activiteit naar het centrum te brengen, geven we de buurt haar oude glorie terug'', zegt de minister. Dit kan een mondiaal model worden voor de regeneratie van een stedelijke krottenbuurt.''

Coach `Alloway' Kotey is sceptisch. ,,Ik moet het nog zien. Voor de ontwikkeling van de bokssport in Bukom zou het goed zijn. Het idee dat de bokssport alleen gedijt in armoe, is allang achterhaald.''