Boek

,,Ik zoek een mooi boek'', zei de vrouw.

Ze stond midden in een middelgrote boekhandel en ze richtte zich tot een medewerkster, die over een van de vele boekenbergen op de tafels stond gebogen.

Het klonk hulpeloos, en zo voelde ze zich vermoedelijk ook. Dat was niet zo vreemd. Als je geen boekenbijlagen leest en op tv nooit boekenprogramma's ziet, hoe moet je dan je weg vinden in die permanente lawine van boeken die de boekhandel bedelft?

Ze liep tegen de vijftig, een leeftijd waarop het mooie boek vaak de beste, en enige, kameraad is. De medewerkster, een jonge vrouw, leek aangenaam getroffen door het beroep dat op haar gedaan werd. Eindelijk hoefde ze niet alleen maar boeken uit te stallen, ze mocht nu ook de recensent in haarzelf een kans geven.

,,Waar houdt u van?'' vroeg ze.

De vraag overviel de ander, en ik voelde met haar mee. Een boek is geen auto.

Hier werd een zeer persoonlijke vraag gesteld waarop je, te midden van allerlei andere klanten, niet zo graag een zeer persoonlijk antwoord geeft. Wat moet zo'n vrouw zeggen? Ik houd van boeken waarin vrouwen voortdurend door nare mannen verwaarloosd en verraden worden, waarna ze tegen het einde op een uiterst subtiele, maar vernietigende manier wraak nemen op hun kwelgeesten?

De vrouw mompelde iets, en de medewerkster trok daarop een boek van de plank. ,,Dit is van de nieuwe Nobelprijswinnares, Elfriede Jelinek', zei ze.

Hebzucht heette het boek, met als ondertitel `een amusementsroman'. ,,Het gaat over een knappe man die alleenstaande vrouwen seksueel van zich afhankelijk maakt'', vertelde de medewerkster. ,,Hij is bezeten van geld en bezit. Op het laatst maakt hij een meisje van zestien van kant.''

De vrouw bladerde even in het boek en gaf het toen snel terug. Er is iets met de thematiek en de zinsconstructies van Jelinek waardoor haar boeken eerder aan prikkeldraad dan aan amusement doen denken. Dat `amusement' was uiteraard ironisch bedoeld, maar je moet maar van Oostenrijkse ironie houden.

,,Nicci Gerrard misschien?'' glimlachte de medewerkster. ,,Hier heb ik zelf erg van genoten. Over een langgetrouwd echtpaar waarvan de drie dochters de deur uit zijn.''

Ze las van de cover voor: ,,De passie is weg en de vraag is of die ooit zal terugkeren. Een hartverscheurend mooi verhaal over de veerkracht van mensen die zelfs na het diepste dal weer kunnen leren liefhebben.''

De vrouw bekeek het boek en aarzelde.

,,Bij zo'n boek zak ik helemaal weg als in een warm bad'', duwde de medewerkster, ,,dan bestaat er niets anders meer voor me.'' Ze was zelf nog jong en mooi genoeg voor een man met ongebluste passie.

,,Toch maar niet'', zei de vrouw.

Het werd moeilijk. De medewerkster verliet de romantiek en stapte over op een polsdikke prehistorische roman van Jean M. Auel over ,,het ontzagwekkende mysterie van het ontstaan van de mensheid en de harde strijd om te overleven''.

,,Nee, nee'', zei de vrouw gedecideerd, ,,ik kijk zelf wel even.''

Even later zag ik haar aandachtig in Daphne Deckers bladeren, een boek over `de geboorte van een moeder en van een gezin'. Ze was er eigenlijk te oud voor, maar misschien wekte het herinneringen aan betere tijden op.