Bezuinigen als een automaat

Ook onder Aad Nuis, van 1994 tot 1998 de eerste D66-staatssecretaris van Cultuur in het eerste paarse kabinet, waren er financiële problemen met de kunstbegroting. Bij de kabinetsformatie was er in die euforische nieuwe politieke tijden meer geld voor kunst geregeld. Maar dat ging weer op aan de bezuinigingen waarmee Nuis' voorgangster Hedy d'Ancona op de valreep van haar ministerschap akkoord was gegaan. Nuis ging daar creatief mee om: hij sprak van `plussen en minnen' en speelde actief het politieke spel. In de achterkamertjes voorzag hij welwillende Kamerleden van informatie waar er nog wat geld viel te halen en hoe ze de regering tijdens Kamerdebatten konden dwingen dat te besteden aan kunst en cultuur.

Onder Medy van der Laan, in het kabinet Balkenende II de tweede staatssecretaris van Cultuur, gaat het precies andersom. Bij de kabinetsformatie was afgesproken om 19 miljoen te bezuinigen op de kunst en Van der Laan zag dat als een onaantastbaar doel om naar te streven. De kunstwereld stond op haar kop en ook haar eigen partij. D66-voorman Dittrich had in de verkiezingsstrijd gepleit voor een hoger kunstbudget. Tijdens achterkamertjesoverleg met collega-fractieleiders Verhagen en Van Aartsen halveerde hij alsnog de kunstbezuiniging.

Medy van der Laan had net daarvoor in haar Cultuurnota de bezuinigingen verdeeld. Dat gebeurde veelal zonder daarvoor een andere reden te geven dan dat er nu eenmaal was afgesproken dat er moest worden bezuinigd. Zo werden allerlei kunstinstellingen die door de Raad voor Cultuur hogelijk werden geprezen, toch fiks gekort. Ook na de halvering van de bezuiniging spande de Kamer zich in om de problemen in de kunst nog verder te verminderen. Deze week verzonnen de regeringspartijen CDA en D66 en de oppositionele PvdA allerlei manieren om de kunst en de monumentenzorg zoveel mogelijk te redden.

Maar aan Medy van der Laan is dat bijeensprokkelen van extra kunstgeld niet echt besteed. Anders dan de rest van de politiek maakt zij zich geen zorgen over de gevolgen van bezuinigingen. Al is D66 de kampioen van inspraak en democratie, het meedenken van de Kamer is niet aan haar besteed. Ze sputtert, ze lijkt recalcitrant, ze is cynisch over de voorstellen en vindt die niet of nauwelijks haalbaar. Van der Laan, ooit uitgeroepen tot `de beste jonge ambtenaar', voldoet daarmee perfect aan de aloude karikatuur van een ambtenaar: iemand die voor elke oplossing een probleem weet te verzinnen.

Kunst en cultuur zijn niet echt de zorg van de staatssecretaris van Cultuur. Haar voornaamste zorg is het doorvoeren van afgesproken bezuinigingen. Bij het Muziekcentrum van de Omroep is dat al gelukt, daar wordt een heel orkest opgeheven. En verder wordt er ook al automatisch bezuinigd op kunst: de hogere kosten van de Arbo-wetgeving worden niet gecompenseerd, evenmin als de inflatie. Ook de forse gemeentelijke kunstbezuinigingen zijn haar geen zorg. Ambtenaar Medy van der Laan zou er dus goed aan doen politica te worden.